Art. 27d AWR
Wettekst
Artikel 27d
1. In afwijking van artikel 8:67, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor verdaging van de mondelinge uitspraak ten hoogste twee weken.
2. Ieder der partijen kan binnen vier weken nadat het afschrift van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak ter post is bezorgd dan wel zo spoedig mogelijk als dit redelijkerwijs verlangd kan worden, het gerechtshof of de voorzieningenrechter van het gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke.
3. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is een griffierecht verschuldigd dat gelijk is aan de helft van het ter zake van het beroep in cassatie verschuldigde griffierecht.
4. Het gerechtshof geeft aan het verzoek gevolg binnen zes weken nadat het verschuldigde griffierecht ter griffie van het gerechtshof is gestort. Indien het griffierecht niet is gestort binnen vier weken na de dag van verzending van een mededeling waarin de griffier degene die het verzoek heeft gedaan, op de verschuldigdheid daarvan heeft gewezen, wordt het verzoek geacht te zijn ingetrokken. Wanneer het verschuldigde griffierecht is gestort na afloop van deze termijn, wordt aan het verzoek niettemin gevolg gegeven, indien degene die het verzoek heeft gedaan, aantoont dat het griffierecht is gestort zo spoedig mogelijk als dit redelijkerwijs verlangd kan worden.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 27d.
