Art. 67 SW 1956
Wettekst
Artikel 67
1. Door Onze Minister kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend van: 1°. het recht, verschuldigd wegens een schenking aan natuurlijke personen, waarvan overtuigend wordt aangetoond, dat zij slechts heeft gestrekt tot het verschaffen van levensonderhoud van een begiftigde, die verstoken is van eigen middelen van bestaan en die wegens ouderdom, invaliditeit of om andere redenen buiten staat is zich die middelen door arbeid te verschaffen; 2°. het recht, verschuldigd wegens een schenking aan natuurlijke personen, beneden de leeftijd van 27 jaren, van welke schenking overtuigend wordt aangetoond, dat zij slechts heeft gestrekt tot betaling van - of bijdrage tot - de kosten van studie of opleiding voor enig beroep van een begiftigde, die zonder die schenking niet in staat zou zijn die studie of opleiding aan te vangen of te genieten; 3°. het recht, verschuldigd wegens een schenking aan binnen het Rijk gevestigde verenigingen of stichtingen, welke uitsluitend of nagenoeg uitsluitend de bevordering van kunst of wetenschap ten doel hebben, met uitzondering van musea en steunstichtingen van musea; 4°. het recht, verschuldigd wegens een schenking ten algemenen nutte voor het grondgebied van het Rijk, welke aan een bepaald tijdstip of een bepaalde gebeurtenis gebonden is.
2. Onze Minister kan kwijtschelding verlenen van het recht verschuldigd wegens verkrijgingen door: a. een andere Staat, voor zover het recht meer bedraagt dan het recht dat de Nederlandse Staat verschuldigd zou zijn; b. een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam van een andere Staat, voor zover het recht meer bedraagt dan het recht dat een Nederlandse provincie of gemeente verschuldigd zou zijn; c. een in een andere Staat gevestigde kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instelling, voor zover het recht meer bedraagt dan het recht dat een verkrijger als is bedoeld in artikel 24, vierde lid , verschuldigd zou zijn; d. een in een andere Staat gevestigde vereniging of stichting welke uitsluitend of nagenoeg uitsluitend de bevordering van kunst of wetenschap ten doel heeft, niet zijnde een museum of een steunstichting van een museum, indien het betreft recht verschuldigd wegens schenking en voor zover het recht meer bedraagt dan het recht dat een verkrijger als is bedoeld in het eerste lid, 3°, na toepassing van dat lid verschuldigd zou zijn; een en ander met dien verstande dat zodanige kwijtschelding van recht alleen wordt verleend, indien de Staat die de making of schenking verkrijgt of waar de verkrijger is gevestigd, verklaart dat in geval van makingen of schenkingen door een inwoner van die Staat aan de Nederlandse Staat, een Nederlandse provincie of gemeente dan wel een verkrijger als is bedoeld in artikel 24, vierde lid, of in het eerste lid, 3° , over die makingen of schenkingen niet meer belasting zal worden geheven dan ingeval de buitenlandse Staat zelf zou verkrijgen of de verkrijger op het grondgebied van de buitenlandse Staat zou zijn gevestigd.
3. Onze Minister kan, in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen en volgens daarbij te stellen regels, geheel of gedeeltelijk kwijtschelding verlenen van het verschuldigde recht van successie indien voorwerpen uit de nalatenschap met een nationaal cultuurhistorisch of kunsthistorisch belang, door de verkrijger in eigendom worden overgedragen aan de Staat. Het bedrag van de kwijtschelding beloopt 120 percent van de waarde van de overgedragen voorwerpen maar niet meer dan het verschuldigde recht.
