Art. 53a SW 1956
Wettekst
Artikel 53a
1. Indien na het opleggen van de aanslag of de conserverende aanslag, ten gevolge van de verdeling van de nalatenschap wijziging komt in de gerechtigdheid tot de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 35b , vinden op verzoek van de verkrijger wiens gerechtigdheid tot de genoemde vermogensbestanddelen toeneemt, de bepalingen van hoofdstuk IIIA toepassing op basis van de aldus ontstane gerechtigdheid. De aanslag onderscheidenlijk de conserverende aanslag worden opgelegd op basis van, dan wel in overeenstemming gebracht met, de gerechtigdheid zoals die op grond van de in de eerste volzin bedoelde verdeling is ontstaan.
2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, en de nieuwe verzoeken voor de toepassing van artikel 35c , geschieden door het doen van aangifte binnen acht maanden nadat de in het eerste lid bedoelde verdeling heeft plaatsgevonden.
3. Dit artikel vindt slechts toepassing indien de verdeling van de nalatenschap heeft plaatsgevonden binnen twee jaren na het overlijden van de erflater.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 53a.
