Art. 53 SW 1956
Wettekst
Artikel 53
1. Behalve in de gevallen bij deze wet voorzien, wordt vermindering van de aanslag of de conserverende aanslag verleend, indien en voor zover ten gevolge van een beroep op het wettelijk erfdeel, van de vervulling van een voorwaarde of van de uitoefening van een op de wet berustend terugvorderingsrecht of van een wilsrecht, voortspruitende uit ten sterfdage of ten tijde van de verkrijging reeds bestaande of ontstane rechtsverhoudingen, anders dan door fideï-commissaire opvolging, wijziging wordt gebracht in de persoon van de verkrijger of in het verkregene.
2. De vermindering wordt verleend op een verzoek dat geschiedt door het doen van aangifte. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
3. In de gevallen, waarin de oorzaak tot de vermindering anderzijds aanleiding geeft tot heffing van recht, kan de in het vorige lid bedoelde aangifte worden opgenomen in de overeenkomstig artikel 45, derde lid , in te dienen aangifte. In de andere gevallen moet die aangifte worden ingediend binnen acht maanden, nadat de oorzaak tot de vermindering is ontstaan.
4. De teruggave, waartoe een vermindering aanleiding geeft, kan geschieden door verrekening met het terzake van dezelfde nalatenschap of schenking verschuldigde.
Jurisprudentie
Nog geen gepubliceerde uitspraken over art. 53.
