Council Regulation (EU) 2026/382 of 11 February 2026 amending Regulation (EC) No 1186/2009 as regards the elimination of the threshold-based customs duty relief
|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/382 |
18.2.2026 |
VERORDENING (EU) 2026/382 VAN DE RAAD
van 11 februari 2026
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wat betreft de afschaffing van de vrijstelling van douanerechten op basis van drempelwaarden
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 31,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Titel II, hoofdstuk V, van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad (1) voorziet in de vrijstelling van invoerrechten voor goederen die rechtstreeks vanuit een derde land naar een geadresseerde in de Unie worden verzonden in zendingen met een totale intrinsieke waarde van niet meer dan 150 EUR (de “vrijstelling op basis van drempelwaarden”). |
|
(2) |
Tot 1 juli 2021 was ook de btw bij invoer vrijgesteld voor de invoer van goederen met een waarde van niet meer dan 22 EUR. De toename van het aantal ingevoerde goederen van geringe waarde als gevolg van de explosieve groei van e-commerce en de daarmee samenhangende faciliteiten stellen douaneautoriteiten voor een uitdaging om de naleving van fiscale en niet-fiscale vereisten af te dwingen. Daarom is bij Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad (2) de vrijstelling van de btw bij invoer voor die goederen van geringe waarde afgeschaft om de belastinginkomsten van de lidstaten te beschermen, een gelijk speelveld voor de betrokken bedrijven tot stand te brengen en de lasten voor die bedrijven tot een minimum te beperken. Tegelijkertijd bleef de vrijstelling van douanerechten voor goederen tot 150 EUR behouden. Het is echter gebleken dat dit de deur openlaat voor systematisch misbruik van die drempelwaarde door zendingen te onderwaarderen en kunstmatig te splitsen. |
|
(3) |
In een gedigitaliseerde douaneomgeving waar elektronische gegevens beschikbaar zijn voor alle ingevoerde goederen, ongeacht de waarde ervan, is het niet langer gerechtvaardigd om een vrijstelling van douanerechten te behouden die is ingevoerd om onevenredige administratieve lasten voor douaneautoriteiten, bedrijven en particulieren te voorkomen. Tegelijkertijd is het, gezien de aanzienlijke omvang van ingevoerde goederen van geringe waarde, noodzakelijk geworden de financiële belangen van de Unie en haar lidstaten efficiënter te beschermen. |
|
(4) |
Derhalve moet de vrijstelling op basis van drempelwaarden worden afgeschaft en moet titel II, hoofdstuk V, van Verordening (EG) nr. 1186/2009 worden geschrapt. |
|
(5) |
Gezien de uitdagingen die het grote aantal kleine pakketten dat de Unie binnenkomt met zich meebrengt voor zowel de consumenten als de bedrijven in Europa, is het belangrijk de vrijstelling op basis van drempelwaarden snel af te schaffen. In afwachting van de vaststelling van het nieuwe douanewetboek van de Unie, waarbij naar verwachting een nieuwe gecentraliseerde IT-infrastructuur van de Unie zal worden opgezet die van cruciaal belang zal zijn voor de effectieve berekening en mededeling van de douaneschuld, moet echter een overgangsmaatregel van tijdelijke aard worden ingevoerd met betrekking tot alle in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 bedoelde bedragen om de concrete afschaffing van die vrijstelling te faciliteren. |
|
(6) |
Uit hoofde van die overgangsmaatregel zal een beroep moeten worden gedaan op de bestaande digitale instrumenten op Unie- en nationaal niveau om de praktische gevolgen van de afschaffing van de vrijstelling op basis van drempelwaarden te ondervangen. Gezien de technische beperkingen van die instrumenten in verband met de enorme toename van de verrichtingen die de douaneautoriteiten als gevolg daarvan zullen moeten verwerken, moet voor alle marktdeelnemers die zich hebben geregistreerd voor en gebruikmaken van de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 4, van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad (3) (éénloketsysteem voor invoer de “IOSS-regeling”) en voor goederen in postzendingen zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 24), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie (4), een vereenvoudigde tijdelijke tariefbehandeling gelden waarbij een enkel specifiek douanerecht per goed wordt toegepast met een intrinsieke waarde van in totaal niet meer dan 150 EUR, zonder rekening te houden met de oorsprong van de goederen. Voor alle andere marktdeelnemers die niet voor de IOSS-regeling zijn geregistreerd, moet daarentegen het gemeenschappelijk douanetarief, zoals vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (5), van toepassing blijven. |
|
(7) |
De overgangsmaatregel moet ook gelden aangezien de tariefindeling voor de betrokken goederen enkel gebeurt volgens de onderverdelingen van het geharmoniseerde systeem, hetgeen derhalve niet specifiek genoeg is om het exacte douanerecht te bepalen op basis van de volledige tariefindeling in de gecombineerde nomenclatuur die is vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2658/87. |
|
(8) |
Gezien het grote aantal kleine pakketten dat de Unie binnenkomt en dat de douanediensten moeten afhandelen, de korte toepassingsperiode en het beroep dat moet worden gedaan op de nationale IT-instrumenten voor de vaststelling van de vereenvoudigde tijdelijke tariefbehandeling, moet de uitdaging die de afschaffing van de vrijstelling op basis van drempelwaarden in de praktijk vormt voor de lidstaten worden erkend. Indien de traditionele eigen middelen op basis van de toepassing van de vereenvoudigde tijdelijke tariefbehandeling oninbaar blijken te zijn, moet rekening worden gehouden met deze uitdagende omstandigheden bij de beoordeling of de betrokken lidstaat moet worden vrijgesteld van de verplichting om de bedragen van de vastgestelde rechten ter beschikking te stellen van de Commissie op grond van artikel 13, lid 2, punt b), van Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad (6). |
|
(9) |
In de verordening moeten twee beoordelings- en evaluatieclausules worden opgenomen; één om te beoordelen of er sprake is van verlegging van handelsstromen, met name van de IOSS-regeling naar een niet-IOSS-regeling, om te voorkomen dat marktdeelnemers het tijdelijke vaste recht moeten betalen. Het is belangrijk dat de Commissie bij die beoordeling gebruikmaakt van de gegevens waarover zij beschikt. Met de andere beoordelings- en evaluatieclausule moet toezicht worden gehouden op de vooruitgang bij de ontwikkeling van de nieuwe gecentraliseerde IT-infrastructuur van de Unie, die naar verwachting van cruciaal belang zal zijn voor de effectieve berekening en mededeling van de douaneschuld bij e-commercetransacties. Die beoordeling moet worden uitgevoerd om te bepalen of de bij deze verordening ingestelde overgangsmaatregel moet worden verlengd. |
|
(10) |
Overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om de doelstellingen van de Verdragen, met name de goede werking van de douane-unie en de eengemaakte markt, te verwezenlijken. |
|
(11) |
Verordening (EG) nr. 1186/2009 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Titel II, hoofdstuk V, van Verordening (EG) nr. 1186/2009 wordt geschrapt.
Artikel 2
Van 1 juli 2026 tot 1 juli 2028 is een douanerecht van 3 EUR per goed in een zending met een intrinsieke waarde van in totaal niet meer dan 150 EUR van toepassing, in plaats van de op grond van artikel 1 van deze verordening afgeschafte vrijstelling, indien:
|
a) |
de invoer van de goederen is vrijgesteld van btw overeenkomstig artikel 143, lid 1, punt c bis), van Richtlijn 2006/112/EG, of |
|
b) |
het goederen in een postzending betreft zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 24), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446. |
Artikel 3
1. Uiterlijk op 1 oktober 2026 en vervolgens elke maand beoordeelt de Commissie of er sprake is van een verlegging van handelsstromen. Indien de Commissie vaststelt dat zich een verlegging van handelsstromen heeft voorgedaan, dient zij, in voorkomend geval, een voorstel in voor de in artikel 2 vastgelegde overgangsmaatregel voor alle goederen in zendingen waarvan de intrinsieke waarde niet meer dan in totaal 150 EUR bedraagt.
2. Uiterlijk op 1 december 2027 beoordeelt de Commissie of het haalbaar is dat uiterlijk op 1 juli 2028 een gecentraliseerde IT-infrastructuur van de Unie voor de heffing van invoerrechten op zendingen in het kader van verkoop op afstand operationeel zal zijn. Indien de Commissie vaststelt dat het op die datum niet operationeel zal zijn, dient zij, in voorkomend geval, een voorstel in tot verlenging van de in artikel 2 vastgelegde overgangsmaatregel.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2026.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 11 februari 2026.
Voor de Raad
De voorzitter
K. KALLAS
(1) Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (PB L 324 van 10.12.2009, blz. 23, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/1186/oj).
(2) Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad van 5 december 2017 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen (PB L 348 van 29.12.2017, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2017/2455/oj).
(3) Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/112/oj).
(4) Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2015/2446/oj).
(5) Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1987/2658/oj).
(6) Verordening (EU, Euratom) nr. 609/2014 van de Raad van 26 mei 2014 betreffende de regels en procedures voor de terbeschikkingstelling van de traditionele eigen middelen, de btw- en de bni-middelen, en betreffende de maatregelen om in de behoefte aan kasmiddelen te voorzien (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/609/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/382/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)
