Commission Regulation (EC) No 2813/2000 of 21 December 2000 laying down detailed rules for the application of Council Regulation (EC) No 104/2000 as regards the grant of private storage aid for certain fishery products
Avis juridique important
32000R2813
Verordening (EG) nr. 2813/2000 van de Commissie van 21 december 2000 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad wat betreft de toekenning van steun voor de particuliere opslag van bepaalde visserijproducten
Publicatieblad Nr. L 326 van 22/12/2000 blz. 0030 - 0033
Verordening (EG) nr. 2813/2000 van de Commissie van 21 december 2000 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad wat betreft de toekenning van steun voor de particuliere opslag van bepaalde visserijproducten DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur(1), en met name op artikel 25, lid 6, Overwegende hetgeen volgt: (1) Verordening (EG) nr. 104/2000, waarbij Verordening (EEG) nr. 3759/92(2) van de Raad met ingang van 1 januari 2001 wordt ingetrokken, bepaalt dat aan producentenorganisaties steun wordt verleend voor de particuliere opslag van de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 104/2000 vermelde producten. Deze bepalingen verschillen van die van de vorige regeling, vervat in Verordening (EEG) nr. 3759/92 en in Verordening (EG) nr. 1690/94 van de Commissie van 12 juli 1994 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 3759/92 van de Raad wat de toekenning van steun voor de particuliere opslag van bepaalde visserijproducten betreft(3), als gevolg van de invoering van een communautaire verkoopprijs. Om met deze wijzigingen rekening te houden, dient Verordening (EG) nr. 1690/94 te worden vervangen. (2) De producentenorganisaties dienen bij te dragen in de kosten van de toepassing van de regeling voor particuliere opslag en daarom moet het steunbedrag worden vastgesteld op basis van de werkelijke technische kosten en financieringskosten van de opslag. De technische kosten moeten nader worden omschreven, uitgaande van de rechtstreekse kosten die in het kader van de regeling worden gemaakt. Om te voorkomen dat de bedrijven veel inlichtingen moeten verstrekken en dat elk jaar ingewikkelde berekeningen moeten worden gemaakt, moet voor de financieringskosten een forfaitair bedrag worden vastgesteld, dat wordt aangepast aan de hand van de rentevoet vastgesteld overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1883/78 van de Raad van 2 augustus 1978 betreffende de algemene regels voor de financiering van de interventies door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie(4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1259/96(5). (3) Om de kwaliteit van de producten te waarborgen en de afzet ervan op de markt te vergemakkelijken, moeten de eisen worden vastgesteld waaraan moet worden voldaan om voor steun voor de particuliere opslag in aanmerking te komen, alsook de eisen ten aanzien van de opslag en het opnieuw op de markt brengen van de betrokken producten. (4) Om te zorgen voor normale concurrentieverhoudingen tussen de producentenorganisaties die gebruikmaken van de in Verordening (EG) nr. 104/2000 geregelde tolerantiemarge, dienen regels inzake de toepassing daarvan te worden vastgesteld die in overeenstemming zijn met de andere interventiemechanismen. Daartoe dienen de desbetreffende bepalingen van Verordening (EG) nr. 2509/2000 van de Commissie van 15 november 2000 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad wat betreft de toekenning van een financiële vergoeding voor het uit de markt nemen van bepaalde visserijproducten(6) toepassing te vinden. (5) Om de controles zo doeltreffend mogelijk te maken, dienen de ontvangers van steun te worden verplicht een voorraadboekhouding te voeren en de betrokken gegevens aan de lidstaat mee te delen. Voor een goed beheer van de regeling volstaat het evenwel dat voorraadgegevens over de minimumopslagperioden worden verlangd. (6) Er moet worden bepaald op welke wijze aanvragen om betaling van de steun voor particuliere opslag moeten worden ingediend, onder welke voorwaarden voorschotten kunnen worden verleend en hoe hoog de daarvoor te stellen zekerheid moet zijn. (7) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor visserijproducten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. De hoogte van de steun voor particuliere opslag wordt vóór het begin van elk visseizoen vastgesteld volgens de procedure van artikel 38, lid 2, van Verordening (EG) nr. 104/2000. De steun voor particuliere opslag wordt vastgesteld per gewichtseenheid en wordt berekend over het nettogewicht van de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 104/2000 vermelde producten. 2. Het steunbedrag wordt berekend aan de hand van de in het voorafgaande visseizoen in de Gemeenschap geconstateerde werkelijke technische kosten en financieringskosten die voor de opslag van de betrokken producten moesten worden gemaakt. 3. De technische kosten omvatten: a) de energiekosten, b) de arbeidskosten voor inslag en uitslag, c) de kosten van voor de rechtstreekse verpakking gebruikte materialen, d) de kosten van vervoer van de plaats van aanlanding naar de opslagplaats. 4. Voor de financieringskosten wordt een forfaitair bedrag van 10 EUR per ton vastgesteld voor het jaar 2001. Vervolgens wordt dit forfaitaire bedrag elk jaar aangepast aan de hand van de rentevoet die jaarlijks wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1883/78. 5. Het bedrag van de steun voor particuliere opslag dat voor het visseizoen is vastgesteld, geldt voor de producten die in dat seizoen worden ingeslagen, ongeacht wanneer de opslagperiode eindigt. Artikel 2 1. Om voor de steun voor particuliere opslag in aanmerking te komen, moet ten aanzien van de opslag en het opnieuw op de markt brengen van de betrokken producten aan de voorwaarden van de leden 2 en 3 zijn voldaan. 2. De producten moeten vanaf de datum van inslag minstens 15 dagen zijn opgeslagen. De producten moeten zo zijn bewaard dat de kwaliteit niet achteruitgaat. Hiertoe moeten de producten in adequate inrichtingen zijn opgeslagen bij een opslagtemperatuur die niet hoger is dan - 18 °C, onverminderd in de lidstaten geldende striktere nationale bepalingen of handelsvoorschriften. De producten moeten zijn opgeslagen in homogene partijen van ten minste 5 ton, of ten minste 1 ton voor garnalen van de Penaeidae-familie. 3. De producten moeten opnieuw op de markt zijn gebracht in qua soort homogene partijen en overeenkomstig de in elke lidstaat geldende bepalingen inzake de afzet van voor menselijke consumptie bestemde producten. Artikel 3 Artikel 2, leden 1, 2 en 3, en artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2509/2000 van de Commissie zijn van overeenkomstige toepassing op de regeling inzake de steun voor particuliere opslag van artikel 25 van Verordening (EG) nr. 104/2000. Artikel 4 1. De lidstaten voeren een controleregeling in die waarborgt dat de producten waarvoor de steun voor particuliere opslag is aangevraagd, daarvoor in aanmerking komen. 2. Met het oog op de toepassing van het bepaalde in artikel 2, lid 2, eerste alinea, zien de producentenorganisaties erop toe dat de ontvangers van steun voor elke opgeslagen productklasse een voorraadboekhouding bijhouden. 3. De producentenorganisaties delen de gegevens betreffende de datum van inslag, de soort, de klasse en de hoeveelheid van de opgeslagen producten maandelijks aan de betrokken lidstaat mee. Artikel 5 1. De steun voor de particuliere opslag wordt pas aan de betrokken producentenorganisatie uitbetaald nadat de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat de hoeveelheden waarvoor de steun is aangevraagd het in artikel 25, lid 4, van Verordening (EG) nr. 104/2000 bedoelde maximum niet overschrijden, en zijn opgeslagen en vervolgens opnieuw op de markt zijn gebracht overeenkomstig deze verordening. 2. De aanvragen om betaling van de steun voor de particuliere opslag worden binnen vier maanden na het einde van het betrokken visseizoen door de betrokken producentenorganisatie bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat ingediend. 3. De nationale autoriteiten betalen de steun voor de particuliere opslag binnen drie maanden nadat de betrokken producentenorganisatie de volledige betalingsaanvraag heeft ingediend. Artikel 6 Op verzoek van de betrokken producentenorganisatie kent de lidstaat een maandelijks voorschot toe op de steun voor de particuliere opslag die verschuldigd is voor de hoeveelheden waarvoor in die maand steun wordt aangevraagd, op voorwaarde dat de producentenorganisatie een zekerheid heeft gesteld die gelijk is aan 105 % van het voorschot. De voorschotten worden berekend volgens de in de bijlage beschreven methode. Artikel 7 Verordening (EG) nr. 1690/94 van de Commissie wordt ingetrokken. Artikel 8 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2001. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 21 december 2000. Voor de Commissie Franz Fischler Lid van de Commissie (1) PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22. (2) PB L 388 van 31.12.1992, blz. 1. (3) PB L 179 van 13.7.1994, blz. 4. (4) PB L 216 van 5.8.1978, blz. 1. (5) PB L 163 van 2.7.1996, blz. 10. (6) PB L 289 van 16.11.2000, blz. 11. BIJLAGE >PIC FILE= "L_2000326NL.003302.EPS">
