Commission Regulation (EC) No 1649/1999 of 27 July 1999 derogating from Regulation (EEC) No 3444/90 laying down detailed rules for granting private storage aid for pigmeat
Avis juridique important
31999R1649
Verordening (EG) nr. 1649/1999 van de Commissie van 27 juli 1999 houdende afwijking van Verordening (EEG) nr. 3444/90 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de toekenning van steun voor de particuliere opslag van varkensvlees
Publicatieblad Nr. L 195 van 28/07/1999 blz. 0015 - 0016
VERORDENING (EG) Nr. 1649/1999 VAN DE COMMISSIE van 27 juli 1999 houdende afwijking van Verordening (EEG) nr. 3444/90 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de toekenning van steun voor de particuliere opslag van varkensvlees DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2759/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3290/94(2), inzonderheid op artikel 4, lid 6, en artikel 5, lid 4, (1) Overwegende dat op grond van artikel 4, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3444/90 van de Commissie van 27 november 1990, houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de toekenning van steun voor de particuliere opslag van varkensvlees(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3533/93(4), de inslag uiterlijk op de 28e dag na de datum van sluiting van het contract beëindigd moet zijn; dat in artikel 5, lid 5, van die verordening is bepaald dat het contract nietig is en de zekerheid wordt verbeurd, wanneer de uiterste datum voor de inslag wordt overschreden; (2) Overwegende dat bij de Beschikkingen 1999/363/EG(5), 1999/368/EG(6), 1999/389/EG(7), 1999/390/EG(8) en 1999/449/EG(9) van de Commissie, beschermende maatregelen met betrekking tot dioxineverontreiniging van voor menselijke consumptie of vervoedering bestemde dierlijke producten zijn vastgesteld; (3) Overwegende dat de marktdeelnemers die een contract voor de particuliere opslag gesloten hebben in het kader van Verordening (EG) nr. 2042/98 van de Commissie van 25 september 1998 betreffende de bijzondere voorwaarden voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag in de sector varkensvlees(10), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2619/98(11), ten gevolge van de beschermingsmaatregelen in verband met de dioxineverontreiniging van bepaalde voor menselijke consumptie bestemde producten en het door de Belgische autoriteiten voor de periode van 3 tot en met 13 juni 1999 ingestelde slachtverbod, moeilijkheden ondervonden hebben om binnen de voorgeschreven termijn met de inslag te beginnen of deze te beëindigen; dat het derhalve dienstig is de termijn voor de beëindiging van de inslag, wanneer daarmee reeds begonnen is, 21 dagen te verlengen of toe te staan dat later met de inslag begonnen wordt, om te voorkomen dat het contract nietig verklaard wordt en de zekerheid verbeurd wordt; (4) Overwegende dat de bepalingen van deze verordening op 17 juli 1999 moeten ingaan om de Belgische autoriteiten en de marktdeelnemers in staat te stellen de inslag snel uit te voeren; (5) Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor varkensvlees, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 In afwijking van artikel 4, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3444/90 wordt marktdeelnemers die in het kader van Verordening (EG) nr. 2042/98 een contract voor de particuliere opslag gesloten hebben, maar die wegens moeilijkheden in verband met het slachtverbod in de periode van 3 tot en met 13 juni 1999 de inslag niet hebben kunnen beëindigen, een extra termijn van 21 dagen toegestaan om de betrokken werkzaamheden te beëindigen. Artikel 2 In afwijking van artikel 5, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 3444/90 mogen marktdeelnemers die in het kader van Verordening (EG) nr. 2042/98 een contract voor de particuliere opslag gesloten hebben, maar die wegens moeilijkheden in verband met het slachtverbod in de periode van 3 tot en met 13 juni 1999 niet met de inslag hebben kunnen beginnen, vanaf de derde werkdag na de dag waarop de in artikel 3 bedoelde aanvraag is ingediend en uiterlijk op 6 augustus 1999 met de inslag beginnen. De in artikel 4, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3444/90 bedoelde inslagtermijn gaat op dezelfde dag in. Artikel 3 Deze verordening wordt toegepast op verzoek van de marktdeelnemers die ten genoegen van de bevoegde autoriteit kunnen bewijzen dat zij, ten gevolge van de beschermende maatregelen als bedoeld in de Beschikkingen 1999/363/EG, 1999/368/EG, 1999/389/EG, 1999/390/EG en 1999/449/EG en het door de Belgische autoriteiten ingestelde slachtverbod, de inslag niet binnen de in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 3444/90 bepaalde termijnen hebben kunnen beginnen of hebben kunnen beëindigen. Voor de beoordeling van de in de eerste alinea bedoelde omstandigheden moet de bevoegde autoriteit met name uitgaan van de in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4045/89 van de Raad(12) genoemde handelsdocumenten. Artikel 4 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 17 juli 1999. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 27 juli 1999. Voor de Commissie Franz FISCHLER Lid van de Commissie (1) PB L 282 van 1.11.1975, blz. 1. (2) PB L 349 van 31.12.1994, blz. 105. (3) PB L 333 van 30.11.1990, blz. 22. (4) PB L 321 van 23.12.1993, blz. 9. (5) PB L 141 van 4.6.1999, blz. 24. (6) PB L 142 van 5.6.1999, blz. 46. (7) PB L 147 van 12.6.1999, blz. 26. (8) PB L 147 van 12.6.1999, blz. 29. (9) PB L 175 van 10.7.1999, blz. 70. (10) PB L 263 van 26.9.1998, blz. 12. (11) PB L 329 van 5.12.1998, blz. 9. (12) PB L 388 van 30.12.1989, blz. 18.
