Commission Regulation (EC) No 1677/98 of 29 July 1998 amending Regulation (EEC) No 2454/93 laying down provisions for the implementation of Council Regulation (EEC) No 2913/92 establishing the Community Customs Code (Text with EEA relevance)
Avis juridique important
31998R1677
Verordening (EG) nr. 1677/98 van de Commissie van 29 juli 1998 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (Voor de EER relevante tekst)
Publicatieblad Nr. L 212 van 30/07/1998 blz. 0018 - 0022
VERORDENING (EG) Nr. 1677/98 VAN DE COMMISSIE van 29 juli 1998 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (Voor de EER relevante tekst) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 82/97 van het Europees Parlement en de Raad (2), inzonderheid op artikel 249, Overwegende dat de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 75/98 (4), betreffende degene die de douanewaarde aangeeft, gelijk moeten worden getrokken met de bepalingen die gelden voor de douaneaangever, teneinde een samenhangende toepassing van beide groepen bepalingen mogelijk te maken; Overwegende dat de Gemeenschapswetgeving inzake passieve veredeling in gevallen voorziet waarin vergunningen ingevolge een besluit van de Commissie worden verleend; dat deze procedures dienen te worden vereenvoudigd door wijziging van de procedure voor het verlenen van een vergunning aan een andere persoon dan die welke de passieve veredeling laat verrichten en indien nodig door gebruikmaking van de procedure van het comité; Overwegende dat landbouwproducten, om als terugkerende goederen te worden behandeld, binnen twaalf maanden na de datum van de aangifte ten uitvoer zonder de mogelijkheid van verlenging moeten worden wederingevoerd; dat de douaneautoriteiten in het licht van de ervaring in staat moeten worden gesteld deze periode in naar behoren gerechtvaardigde buitengewone omstandigheden te laten overschrijden; dat bijzonderheden van deze gevallen aan de Commissie dienen te worden meegedeeld, teneinde eenvormigheid bij de regularisering van de terugbetalingen krachtens het gemeenschappelijk landbouwbeleid te waarborgen; Overwegende dat het voorkomt, met name bij het luchtverkeer, dat grote hoeveelheden goederen onder aanmerkelijke druk moeten worden afgehandeld, met als gevolg dat zich met betrekking tot de aanduiding van de status van de goederen vergissingen voordoen, welke bij aankomst ter bestemming op initiatief van de belanghebbende of voor zijn rekening worden gecorrigeerd; dat het in een dergelijk geval, waarin douanecontrole pas op een later ogenblik plaatsvindt, mogelijk is, indien de vergissing wordt hersteld zonder dat de financiële belangen worden geschaad, de goederen aan te merken als nog niet definitief aan het douanetoezicht onttrokken; dat het dienstig is gevallen van misbruik van deze mogelijkheid uit te sluiten; Overwegende dat het aanbeveling verdient de procedures te rationaliseren die op het niveau van de Gemeenschap worden gevolgd in situaties waarin de rechten bij in- of uitvoer achteraf niet behoeven te worden geboekt of bij verzoeken om kwijtschelding of terugbetaling van de rechten bij in- of uitvoer; Overwegende dat de bestaande drempelwaarde waaronder de lidstaten, behalve in geval van twijfel, zelf kunnen besluiten de niet-geheven rechten achteraf niet te boeken wanneer zij van oordeel zijn dat aan alle in artikel 220, lid 2, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2913/92, hierna "wetboek" genoemd, gestelde voorwaarden is voldaan, dient te worden verhoogd; dat voorts een maximumbedrag in ECU dient te worden vastgesteld waaronder de lidstaten, behalve in geval van twijfel, zelf kunnen besluiten terugbetaling of kwijtschelding van rechten te aanvaarden, wanneer zij van oordeel zijn dat aan de in artikel 239, lid 1, van het wetboek genoemde voorwaarden is voldaan; Overwegende dat ervoor moet worden gezorgd dat het recht om te worden gehoord van personen die bij een besluit tot boeking achteraf van rechten bij in- of uitvoer of bij een besluit tot weigering van de terugbetaling of kwijtschelding van rechten bij in- of uitvoer betrokken zijn daadwerkelijk wordt gewaarborgd; dat deze personen derhalve in de gelegenheid moeten worden gesteld schriftelijk opmerkingen te maken over alle bezwaren die de Commissie voornemens is in haar besluiten aan te voeren; dat dit een aanpassing van de termijnen waarbinnen de Commissie deze besluiten moet nemen noodzakelijk maakt; Overwegende dat de Raad bij Verordening (EG) nr. 974/98 van 3 mei 1998 over de invoering van de euro (5) heeft bepaald dat de euro met ingang van 1 januari 1999 de munteenheid van de deelnemende lidstaten wordt; dat de rekeneenheid één euro is; dat de euro tot en met 31 december 2001 ook overeenkomstig de omrekeningskoersen in nationale munteenheden wordt onderverdeeld; dat er derhalve een juridische gelijkwaardigheid bestaat tussen de euro en de nationale munteenheden; dat overeenkomsten, nationale wetten en andere rechtsinstrumenten in de overgangsperiode zowel rechtsgeldig in euro als in de nationale munteenheid kunnen worden opgesteld; Overwegende dat het dus noodzakelijk is een bepaling vast te stellen om de voorschriften voor het gebruik van het enig document aan het gebruik van de euro aan te passen; dat het derhalve dienstig is bijlage 37 aan te passen; Overwegende dat Verordening (EG) nr. 374/98 van de Raad van 12 februari 1998 tot wijziging van de artikelen 6 en 9 van Verordening (EG) nr. 1172/95 betreffende de statistieken van het goederenverkeer van de Gemeenschap en haar lidstaten met derde landen (6), is bepaald dat de landennomenclatuur die momenteel voor de statistieken van het goederenverkeer wordt gebruikt met ingang van 1 januari 1999 door een alfabetische op de ISO alfa-2-codering gebaseerde nomenclatuur wordt vervangen; Overwegende dat het dientengevolge noodzakelijk is de voorschriften voor het gebruik van het enig document aan deze nieuwe situatie aan te passen; dat het derhalve dienstig is bijlage 38 dienovereenkomstig te wijzigen; dat het echter wenselijk lijkt de lidstaten die zulks wensen de mogelijkheid te bieden tot de vervanging van de bijlagen 37 en 38 de huidige codes te blijven gebruiken; Overwegende dat het om economische redenen wenselijk is de lijst van bijlage 87 na de invoering van de overeenkomst inzake de informatietechnologie uit de breiden tot bepaalde elektronische componenten en dergelijke; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité douanewetboek, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 2454/93 wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 178, lid 2, komt als volgt te luiden: "2. De aangifte van de douanewaarde overeenkomstig lid 1 mag slechts worden gedaan door een in de Gemeenschap gevestigde persoon die over alle desbetreffende feitelijke gegevens beschikt. Artikel 64, lid 2, onder b), tweede streepje, en lid 3, van het wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.". 2. Artikel 759, lid 3, komt als volgt te luiden: "3. Wanneer meer dan een lidstaat bij de uitvoer van de goederen zijn betrokken en een aanvraag voor een enkele vergunning wordt ingediend, is de in artikel 751, lid 2, omschreven procedure van toepassing. Indien er bezwaren zijn tegen een ontwerpvergunning, kan de Commissie, overeenkomstig de procedure van het comité, beslissen of de vergunning kan worden verleend, en op welke voorwaarden.". 3. Aan artikel 844, lid 4, wordt de volgende alinea toegevoegd: "Wanneer de goederen evenwel na afloop van de in de eerste alinea genoemde termijn voor het vrije verkeer worden aangegeven, kunnen de douaneautoriteiten van de lidstaat van wederinvoer toestaan dat deze termijn wordt overschreden indien dit gerechtvaardigd wordt door buitengewone omstandigheden. Wanneer de douaneautoriteiten toestaan dat deze termijn wordt overschreden, delen zij de Commissie de bijzonderheden van het geval mee.". 4. Aan artikel 865 wordt de volgende alinea toegevoegd: "Wanneer het evenwel luchtvaartmaatschappijen betreft die over een vergunning beschikken om met gebruikmaking van een elektronisch manifest de vereenvoudigde procedure voor douanevervoer toe te passen, worden deze goederen niet geacht aan het douanetoezicht onttrokken te zijn indien zij op initiatief van de belanghebbende of voor zijn rekening worden behandeld overeenkomstig hun niet-communautaire status, voordat de douaneautoriteiten het bestaan van een onregelmatige situatie hebben vastgesteld en indien het gedrag van de belanghebbende geen enkele frauduleuze handeling inhoudt.". 5. In artikel 869, onder b), wordt "2 000 ECU" vervangen door "50 000 ECU". 6. Het volgende artikel 872 bis wordt ingevoegd: "Artikel 872 bis In elke fase van de in de artikelen 872 of 873 omschreven procedure deelt de Commissie, wanneer zij voornemens is een besluit te nemen ten nadele van de persoon die bij het voorgelegde geval betrokken is, aan deze persoon haar bezwaren schriftelijk mee en doet zij deze persoon ook alle bescheiden toekomen waarop haar bezwaren berusten. De persoon die bij het aan de Commissie voorgelegde geval betrokken is, deelt zijn standpunt binnen een maand na de verzending van dit schrijven schriftelijk mee. Indien deze persoon binnen deze termijn zijn standpunt niet heeft meegedeeld, wordt ervan uitgegaan dat hij van de mogelijkheid zijn standpunt uiteen te zetten heeft afgezien.". 7. Artikel 873 wordt als volgt gewijzigd: a) In de tweede alinea, eerste een tweede volzin, worden de woorden "zes maanden" vervangen door "negen maanden". b) De volgende alinea wordt toegevoegd: "Wanneer de Commissie haar bezwaren, overeenkomstig artikel 872 bis, aan de bij het voorgelegde geval betrokken persoon heeft meegedeeld, wordt de termijn van negen maanden verlengd met de tijd die verlopen is tussen de dag waarop de Commissie haar bezwaren heeft toegezonden en de dag van ontvangst van het antwoord van de betrokkene of, indien geen antwoord wordt ontvangen, de dag waarop de termijn waarbinnen de betrokkene zijn standpunt moest uiteenzetten, afloopt.". 8. In artikel 905, lid 1, wordt de volgende tweede alinea ingevoegd: "Behalve in geval van twijfel kan de douaneautoriteit die het besluit moet nemen zelf tot de kwijtschelding of terugbetaling van de rechten overgaan, wanneer zij van oordeel is dat aan de voorwaarden van artikel 239, lid 1, van het wetboek is voldaan, mits het bedrag ten gevolge van eenzelfde buitengewone situatie die eventueel op meer in- of uitvoertransacties betrekking heeft, per bedrijf niet hoger is dan 50 000 ECU.". 9. Het volgende artikel 906 bis wordt ingevoegd: "Artikel 906 bis In elke fase van de in de artikelen 906 of 907 omschreven procedure deelt de Commissie, wanneer zij voornemens is een besluit te nemen ten nadele van degene die om kwijtschelding of terugbetaling van de rechten heeft verzocht, aan deze persoon haar bezwaren schriftelijk mee en doet zij deze persoon alle bescheiden toekomen waarop haar bezwaren berusten. Degene die om de kwijtschelding of terugbetaling van rechten heeft verzocht, deelt zijn standpunt binnen een maand na de verzending van dit schrijven schriftelijk mee. Indien deze persoon binnen deze termijn zijn standpunt niet heeft meegedeeld, wordt ervan uitgegaan dat hij van de mogelijkheid zijn standpunt uiteen te zetten heeft afgezien.". 10. Artikel 907 wordt als volgt gewijzigd: a) In de tweede alinea, eerste en tweede volzin, worden de woorden "zes maanden" vervangen door "negen maanden". b) De volgende alinea wordt toegevoegd: "Wanneer de Commissie haar bezwaren, overeenkomstig 906 bis, heeft meegedeeld aan de persoon die om kwijtschelding of terugbetaling van de rechten heeft verzocht, wordt de termijn van negen maanden verlengd met de tijd die verlopen is tussen de dag waarop de Commissie haar bezwaren heeft toegezonden en de dag van ontvangst van het antwoord van de betrokkene of, indien geen antwoord wordt ontvangen, de dag waarop de termijn waarbinnen de betrokkene zijn standpunt moest uiteenzetten, afloopt.". 11. Bijlage 37 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening. 12. Bijlage 38 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening. 13. Bijlage 87 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Artikel 1, punten 11 en 12, is met ingang van 1 januari 1999 van toepassing. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 29 juli 1998. Voor de Commissie Mario MONTI Lid van de Commissie (1) PB L 302 van 19. 10. 1992, blz. 1. (2) PB L 17 van 21. 1. 1997, blz. 1. (3) PB L 253 van 11. 10. 1993, blz. 1. (4) PB L 7 van 13. 1. 1998, blz. 3. (5) PB L 139 van 11. 5. 1998, blz. 1. (6) PB L 48 van 19. 2. 1998, blz. 6. BIJLAGE I Bijlage 37 wordt als volgt gewijzigd: 1. De toelichting voor vak 44 in titel II, delen A en C, wordt met de volgende alinea's aangevuld: "Vanaf 1 januari 1999 wordt in dit vak, bij voorkeur in het deelvak in de rechter benedenhoek, in de lidstaten die bedrijven de mogelijkheid bieden bij het invullen van hun douaneaangiften de euro te gebruiken, de afkorting vermeld van de gebruikte munteenheid - nationale munteenheid of euro. De lidstaten kunnen bepalen dat deze afkorting slechts wordt vermeld in vak 44 van het eerste artikel van de goederen waarop de aangifte betrekking heeft. In dit geval wordt deze vermelding geacht voor alle artikelen te gelden waarop de aangifte betrekking heeft. Deze vermelding geschiedt in de drielettercode van munteenheden van de ISO alfa-3 (ISO 4217).". 2. De toelichting voor vak 46 in titel II, deel A, eerste alinea, wordt door de volgende tekst vervangen: "Vermelding van de statistische waarde in de munteenheid waarvan de code eventueel in vak 44 is vermeld of, indien deze code in vak 44 ontbreekt, in de munteenheid van de lidstaat waar de uitvoerformaliteiten worden vervuld, overeenkomstig de communautaire voorschriften terzake.". 3. De toelichting voor vak 47 in titel II, deel A, wordt na de huidige tekst met de volgende alinea aangevuld: "De in dit vak in te vullen bedragen worden uitgedrukt in de munteenheid waarvan de code eventueel in vak 44 is vermeld of, indien deze code in vak 44 ontbreekt, in de munteenheid van de lidstaat waar de uitvoerformaliteiten worden vervuld.". 4. De toelichting voor vak 45 in titel II, deel C, wordt na de huidige tekst met de volgende alinea aangevuld: "De in dit vak in te vullen bedragen worden uitgedrukt in de munteenheid waarvan de code eventueel in vak 44 is vermeld of, indien deze code in vak 44 ontbreekt, in de munteenheid van de lidstaat van bestemming.". 5. De toelichting voor vak 46 in titel II, deel C, eerste alinea, wordt door de volgende tekst vervangen: "Vermelding van de statistische waarde in de munteenheid waarvan de code eventueel in vak 44 is vermeld of, indien deze code in vak 44 ontbreekt, in de munteenheid van de lidstaat van bestemming, overeenkomstig de communautaire voorschriften terzake.". 6. De toelichting voor vak 47 in titel II, deel C, eerste alinea, wordt na de huidige tekst met de volgende alinea aangevuld: "De in dit vak in te vullen bedragen worden uitgedrukt in de munteenheid waarvan de code eventueel in vak 44 is vermeld of, indien deze code in vak 44 ontbreekt, in de munteenheid van de lidstaat van bestemming.". BIJLAGE II In bijlage 38 wordt de toelichting bij vak 22 (valuta factuur) vervangen door: "De valuta van de factuur wordt door middel van de ISO alfa-3-code van de valuta (ISO 4217) aangegeven. De lidstaten kunnen de numerieke codes met drie cijfers van de krachtens artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1172/95 van de Raad (*) vastgestelde geonomenclatuur echter blijven gebruiken. (*) PB L 118 van 25. 5. 1995, blz. 10.". BIJLAGE III Het volgende punt wordt aan bijlage 87 toegevoegd: >RUIMTE VOOR DE TABEL>
