← Terug naar wetgeving
VerordeningEU

Commission Regulation (EC) No 2659/94 of 31 October 1994 on detailed rules for the granting of private storage aid for Grana padano, Parmigiano-Reggiano and Provolone cheeses

Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op EUR-Lex.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →

Avis juridique important

|

31994R2659

Verordening (EG) nr. 2659/94 van de Commissie van 31 oktober 1994 betreffende nadere regels voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag van Grana Padano-, Parmigiano-Reggiano- en Provolone-kaas

Publicatieblad Nr. L 284 van 01/11/1994 blz. 0026 - 0028
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 62 blz. 0134
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 62 blz. 0134


VERORDENING (EG) Nr. 2659/94 VAN DE COMMISSIE van 31 oktober 1994 betreffende nadere regels voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag van Grana Padano-, Parmigiano-Reggiano- en Provolone-kaas

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1880/94 (2), en met name op artikel 8, lid 4,

Overwegende dat bij Verordening (EG) nr. 1880/94 de interventieaankoopregeling voor Grana Padano- en Parmigiano-Reggiano-kaas is afgeschaft; dat Verordening (EEG) nr. 1107/68 van de Commissie van 27 juli 1968 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de interventiemaatregelen op de markt voor Grana Padano-kaas en Parmigiano-Reggiano-kaas (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1003/94 (4), dienovereenkomstig moet worden gewijzigd;

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 1107/68 wegens de talrijke wijzigingen en ter wille van de duidelijkheid dient te worden ingetrokken en dat de bepalingen inzake de regeling voor de particuliere opslag in een nieuwe verordening dienen te worden samengebracht;

Overwegende dat het voorts wenselijk is Verordening (EEG) nr. 2496/78 van de Commissie van 26 oktober 1978 betreffende de nadere regels voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag van Provolone-kaas (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1002/94 (6), in te trekken en de bepalingen ervan in de nieuwe verordening op te nemen, aangezien zij dezelfde rechtsgrond heeft en de uitvoeringsbepalingen ervan analoog zijn;

Overwegende dat in artikel 1, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1756/93 van de Commissie van 30 juni 1993 tot vaststelling van de voor de sector melk en zuivelprodukten toe te passen ontstaansfeiten voor de landbouwomrekeningskoersen (7), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 180/94 (8), de omrekeningskoers is vastgesteld die voor de steunmaatregelen voor de particuliere opslag in de zuivelsector moet worden toegepast;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde steun voor de particuliere opslag wordt slechts toegekend indien aan de voorwaarden van deze verordening wordt voldaan.

Artikel 2

Het contract voor de particuliere opslag wordt gesloten tussen het door de Lid-Staat aangewezen interventiebureau en een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, hierna de "contractant" genoemd.

Artikel 3

Het opslagcontract wordt gesloten indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a) de kaas heeft bij het begin van de opslag waarop het contract betrekking heeft, de in artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 804/68 vastgestelde minimumouderdom; voor deze kaas mag niet eerder een opslagcontract zijn gesloten;

b) het contract heeft betrekking op een partij kaas van ten minste 2 ton;

c) de kaas is van goede handelskwaliteit en er zijn in onuitwisbare lettertekens de volgende gegevens op aangebracht:

- het merk dat is afgegeven door het bureau dat de Lid-Staat heeft aangewezen,

- het nummer van de fabriek waar de kaas is vervaardigd,

- de maand van vervaardiging, eventueel in code,

- een specifiek opslagmerk dat bij de inslag op de kaas wordt aangebracht om deze van kaas waarvoor geen opslagcontract is gesloten, te kunnen onderscheiden;

d) de contractant verplicht zich ertoe:

- tijdens de duur van het contract de samenstelling van de onder het contract vallende partij niet zonder voorafgaande machtiging van het interventiebureau te wijzigen. Het interventiebureau mag uitslag of vervanging van kaas toestaan, indien wordt vastgesteld dat de opslag wegens kwaliteitsverlies moet worden beëindigd, op voorwaarde evenwel dat de minimale hoeveelheid per partij verder in acht wordt genomen.

Bij uitslag van bepaalde hoeveelheden wordt het contract:

i) indien de bedoelde hoeveelheden met toestemming van het interventiebureau worden vervangen, geacht geen enkele wijziging te hebben ondergaan;

ii) indien de bedoelde hoeveelheden niet worden vervangen, geacht van de aanvang af voor de nog opgeslagen hoeveelheid te zijn gesloten.

De uit dergelijke wijzigingen voortvloeiende controlekosten komen ten laste van de opslaghouder;

- een voorraadboekhouding te voeren en het interventiebureau elke week mee te delen welke hoeveelheden tijdens de daaraan voorafgaande week zijn in- en uitgeslagen;

- de bevoegde instanties toe te staan te allen tijde te controleren of alle uit het contract voortvloeiende verplichtingen worden nagekomen.

Artikel 4

Het opslagcontract wordt

a) schriftelijk aangegaan en geeft de begindatum van de contractuele opslag, de hoeveelheid kaas die het voorwerp van het contract vormt, en het steunbedrag aan;

b) gesloten na de inslag van de partij kaas die het voorwerp van het contract vormt, en uiterlijk binnen 40 dagen na de begindatum van de contractuele opslag.

Artikel 5

1. De steun wordt slechts verleend voor een periode van meer dan 60 dagen, maar niet meer dan:

- 180 dagen voor Grana Padano;

- 255 dagen voor Parmigiano-Reggiano;

- 150 dagen voor Provolone.

2. De eerste dag van de contractuele opslagperiode is de dag na die waarop de partij kaas die het voorwerp van het opslagcontract vormt, door de bevoegde instantie is gecontroleerd.

3. Met de uitslag kan de dag na de laatste dag van de contractuele opslagperiode worden begonnen.

4. In afwijking van artikel 3, onder d), eerste streepje, mag de contractant na afloop van de in lid 1 van het onderhavige artikel bedoelde periode van 60 dagen een onder contract staande partij volledig of gedeeltelijk uitslaan. De uitgeslagen hoeveelheid moet ten minste 500 kilogram bedragen.

De Lid-Staat kan deze hoeveelheid evenwel tot twee ton verhogen.

Artikel 6

1. Het steunbedrag voor de particuliere opslag van kaas wordt als volgt vastgesteld:

a) 100 ecu per ton voor de vaste kosten;

b) 0,35 ecu per ton en per dag contractuele opslag voor de opslagkosten;

c) een bedrag voor de financieringskosten, uitgedrukt in ecu per ton en per dag contractuele opslag, en vastgesteld als volgt:

- 1,10 voor Grana Padano;

- 1,20 voor Parmigiano-Reggiano;

- 0,80 voor Provolone.

2. Het in ecu uitgedrukte steunbedrag dat van toepassing is op een opslagcontract, is het op de eerste dag van de contractuele opslag geldende bedrag.

3. De steun wordt uitbetaald uiterlijk 90 dagen na de laatste opslagdag die recht geeft op de steun.

Artikel 7

1. De Lid-Staat ziet erop toe dat de voorwaarden voor het recht op steun in acht worden genomen.

2. De contractant geeft de met het toezicht op de maatregel belaste nationale instantie inzage van alle bescheiden die voor de produkten die zich in particuliere opslag bevinden, uitsluitsel geven over:

a) de eigenaar op het tijdstip van de inslag;

b) de oorsprong van de kaas en de datum waarop die is vervaardigd;

c) de inslagdatum;

d) de aanwezigheid in het pakhuis;

e) de uitslagdatum.

3. De contractant of, in voorkomend geval, de pakhuisexploitant voert een voorraadboekhouding die in het pakhuis ter inzage ligt en de volgende gegevens bevat:

a) identificatie, per contractnummer, van de produkten in particuliere opslag;

b) de in- en de uitslagdatums;

c) het aantal kazen en het gewicht ervan, per partij;

d) de plaats waar de produkten in het pakhuis zijn opgeslagen.

4. De opgeslagen produkten moeten gemakkelijk identificeerbaar zijn en per contract uit elkaar kunnen worden gehouden.

5. Onverminderd artikel 3, onder d), voert de bevoegde instantie bij de inslag controles uit om met name te waarborgen dat de opgeslagen produkten voor steun in aanmerking komen en om elke mogelijkheid tot substitutie van produkten tijdens de contractuele opslagperiode te voorkomen.

6. De nationale, met de controle belaste autoriteit:

a) verricht een onaangekondigde controle op de aanwezigheid van de produkten in het pakhuis. Het getrokken monster moet representatief zijn en betrekking hebben op minstens 10 % van de totale hoeveelheid waarvoor in het raam van een steunmaatregel voor de particuliere opslag contracen zijn gesloten. Bij deze controle wordt de in lid 3 bedoelde boekhouding onderzocht en wordt samen met een identificatie een fysieke controle van gewicht en aard van de produkten uitgevoerd. De fysieke controles worden verricht op ten minste 5 % van de hoeveelheid waarop de onaangekondigde controle betrekking heeft;

b) gaat aan het einde van de contractuele opslagperiode na of de produkten nog aanwezig zijn.

7. Over de op grond van de leden 5 en 6 uitgevoerde controles wordt een verslag opgesteld dat de volgende gegevens bevat:

- de controledatum,

- de duur van de controle,

- de uitgevoerde verrichtingen.

Het controleverslag wordt door de verantwoordelijke ambtenaar ondertekend en door de contractant of, in voorkomend geval, de pakhuisexploitant medeondertekend.

8. Wanneer bij 5 % of meer van de hoeveelheden van de aan controle onderworpen produkten onregelmatigheden aan het licht komen, wordt een door de bevoegde instantie te bepalen groter monster gecontroleerd.

De Lid-Staat meldt de Commissie deze onregelmatigheden binnen vier weken.

9. De Lid-Staat kan bepalen dat de controlekosten volledig of gedeeltelijk voor rekening van de contractant zijn.

Artikel 8

De Verordeningen (EEG) nr. 1107/68 en (EEG) nr. 2496/78 worden ingetrokken. Zij blijven evenwel van toepassing op contracten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn gesloten.

Artikel 9

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 31 oktober 1994.

Voor de Commissie

René STEICHEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13.

(2) PB nr. L 197 van 30. 7. 1994, blz. 21.

(3) PB nr. L 184 van 29. 7. 1968, blz. 29.

(4) PB nr. L 111 van 30. 4. 1994, blz. 77.

(5) PB nr. L 300 van 27. 10. 1978, blz. 24.

(6) PB nr. L 111 van 30. 4. 1994, blz. 76.

(7) PB nr. L 161 van 2. 7. 1993, blz. 48.

(8) PB nr. L 24 van 29. 1. 1994, blz. 38.

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount