Commission Regulation (EEC) No 2462/93 of 6 September 1993 amending Regulation (EEC) No 2314/72 on certain measures for examining the suitability of vine varieties for cultivation
Avis juridique important
31993R2462
Verordening (EEG) nr. 2462/93 van de Commissie van 6 september 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2314/72 houdende maatregelen betreffende het onderzoek naar de geschiktheid van wijnstokrassen voor de teelt
Publicatieblad Nr. L 226 van 07/09/1993 blz. 0001 - 0002
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 52 blz. 0086
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 52 blz. 0086
VERORDENING (EEG) Nr. 2462/93 VAN DE COMMISSIE van 6 september 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2314/72 houdende maatregelen betreffende het onderzoek naar de geschiktheid van wijnstokrassen voor de teelt DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2389/89 van de Raad van 24 juli 1989 betreffende de algemene voorschriften inzake de indeling van de wijnstokrassen (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3577/90 (2), en met name op artikel 12, lid 3, Overwegende dat het, gezien de technische ontwikkelingen op het gebied van het proefondervindelijk onderzoek in de wijnbouw, dienstig is Verordening (EEG) nr. 2314/72 van de Commissie (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3296/80 (4), te wijzigen om de Lid-Staten in staat te stellen nieuwe voorschriften voor het beproeven van wijnstokrassen vast te stellen die beter beantwoorden aan de huidige doelstellingen van de rasveredeling; Overwegende dat het noodzakelijk is te bepalen wat er met de proefaanplantingen en de daaraan verbonden rechten moet gebeuren; Overwegende dat overgangsbepalingen moeten worden vastgesteld opdat rekening kan worden gehouden met de resultaten van de onderzoeken die zijn uitgevoerd overeenkomstig de tot en met 31 augustus 1993 geldende bepalingen; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor wijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 2314/72 wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 2, lid 2, eerste alinea, wordt gelezen: "De betrokken Lid-Staten stellen voor hun grondgebied een comité voor het onderzoek van wijnstokrassen in, dat moet toezien op de organisatie en het verloop van het onderzoek.". 2. Artikel 3, lid 2, onder d), aa), wordt gelezen: "aa) gedetailleerde gegevens betreffende de reactie op phylloxera, virussen en virusdragende nematoden in vergelijking met de controlerassen;". 3. Het volgende artikel 4 bis wordt ingevoegd: "Artikel 4 bis De Lid-Staten doen de Commissie mededeling van de voorgenomen maatregelen voor de uitvoering van deze verordening, voordat zij deze maatregelen ten uitvoer leggen; deze mededeling moet een volledige beschrijving van het verloop van het onderzoek van nieuwe rassen of reeds in de indeling voor een andere administratieve eenheid, respectievelijk andere administratieve eenheden, opgenomen rassen bevatten, en met name de kadervoorschriften voor het uitvoeren van de proeven die in deze gevallen in aanmerking komen.". 4. Artikel 6 wordt gelezen: "Artikel 6 Tot het einde van het wijnoogstjaar 1998/1999, kan met onderzoeken die zijn uitgevoerd overeenkomstig de tot en met 31 augustus 1993 geldende bepalingen, rekening worden gehouden voor de besluitvorming over de opneming van een wijnstokras in de indeling.". 5. Het volgende artikel 6 bis wordt ingevoegd: "Artikel 6 bis Indien het onderzochte ras geen voldoening geeft, worden de ermee beplante percelen na beëindiging van het onderzoek gerooid. De rooiing geeft geen recht op een premie van de Gemeenschap en moet worden uitgevoerd vóór het einde van het wijnoogstjaar volgende op de voltooiing van het onderzoek. Indien voor het aanplanten van de betrokken percelen gebruik is gemaakt van een recht dat is verkregen op grond van artikel 6, lid 2, laatste streepje, van Verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad (*), geeft de rooiing geen recht op herbeplanting. (*) PB nr. L 80 van 27. 3. 1987, blz. 1.". 6. Aan bijlage I, punt 1, wordt de volgende alinea toegevoegd: "Het maximumaantal wijnstokken per te onderzoeken ras en per proefveld en het aantal proefvelden met het te onderzoeken ras per geografische eenheid, worden vastgesteld door de betrokken Lid-Staat.". 7. In bijlage I worden de punten 2 en 3 gelezen: "2 en 3. Proefopzet en oogst De Lid-Staten stellen voor het organiseren van de proef en voor het afoogsten van het proefperceel zodanige voorschriften vast dat alle verkregen gegevens correct statistisch kunnen worden verwerkt.". 8. In bijlage I wordt punt 5 gelezen: "5. Bewaring van monsters met het oog op de controle Na de beëindiging van de wijnbereiding worden van elk te onderzoeken ras en elk controleras ten minste 15 flessen met een inhoud van 0,75 liter gevuld en voor controledoeleinden opgeslagen totdat het onderzoek beëindigd is. Van deze flessen worden er een aantal ter beschikking van de bevoegde instantie gesteld wanneer deze daarom verzoekt.". 9. In bijlage II worden de punten 2 en 3 gelezen: "2 en 3. Proefopzet en oogst De Lid-Staten stellen voor het organiseren van de proef en voor het afoogsten van het proefperceel zodanige voorschriften vast dat alle verkregen gegevens correct statistisch kunnen worden verwerkt.". 10. In bijlage IV worden de punten 2 en 3 gelezen: "2 en 3. Proefopzet en oogst De Lid-Staten stellen voor het organiseren van de proef en voor het afoogsten van het proefperceel zodanige voorschriften vast dat alle verkregen gegevens correct statistisch kunnen worden verwerkt.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 6 september 1993. Voor de Commissie René STEICHEN Lid van de Commissie (1) PB nr. L 232 van 9. 8. 1989, blz. 1. (2) PB nr. L 353 van 17. 12. 1990, blz. 23. (3) PB nr. L 248 van 1. 11. 1972, blz. 53. (4) PB nr. L 344 van 19. 12. 1980, blz. 13.
