Commission Regulation (EEC) No 1064/93 of 30 April 1993 introducing private storage premium for peas and field beans
Avis juridique important
31993R1064
Verordening (EEG) Nr. 1064/93 van de Commissie van 30 april 1993 tot invoering van een premie voor de particuliere opslag van erwten, tuin- en veldbonen
Publicatieblad Nr. L 108 van 01/05/1993 blz. 0092 - 0095
VERORDENING (EEG) Nr. 1064/93 VAN DE COMMISSIE van 30 april 1993 tot invoering van een premie voor de particuliere opslag van erwten, tuin- en veldbonen DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 364/93 (2), en met name op artikel 16, Gelet op Verordening (EEG) nr. 3813/92 van de Raad van 28 december 1992 betreffende de rekeneenheid en de omrekeningskoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast (3), en met name op artikel 6, lid 2, Overwegende dat de steunregeling die is vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 1431/82 van de Raad van 18 mei 1982 houdende bijzondere maatregelen voor erwten, tuin- en veldbonen en niet-bittere lupinen (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1750/92 (5), afloopt op 30 juni 1993; dat bij Verordening (EEG) nr. 1765/92 een compensatiebedrag wordt ingevoerd voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen, onder andere de producenten van erwten, tuin- en veldbonen; dat de overgang tussen de beide steunregelingen zou kunnen leiden tot aanzienlijke verstoring van de markt voor erwten, tuin- en veldbonen en grote moeilijkheden zou kunnen opleveren voor de afzet van de erwten-, tuin- en veldbonenoogst 1992/1993; Overwegende dat het noodzakelijk is specifieke maatregelen vast te stellen die de bedoelde overgang kunnen vergemakkelijken; dat daartoe een premie voor de particuliere opslag van erwten, tuin- en veldbonen zou kunnen worden ingesteld; Overwegende dat alleen contracten mogen worden gesloten met eerste kopers of erkende gebruikers; dat, om de regeling doeltreffender te maken, contracten dienen te worden afgesloten voor een bepaalde minimumhoeveelheid; dat, ten einde de toepassing van de regeling inzake de opslagcontracten te vergemakkelijken, per Lid-Staat een maximumhoeveelheid moet worden vastgesteld die mag worden opgeslagen, met de mogelijkheid om binnen die maxima hoeveelheden, waarvan in een Lid-Staat geen gebruik is gemaakt, opnieuw te verdelen; Overwegende dat de periode waarin contracten mogen worden gesloten, moet worden beperkt; Overwegende dat de zekerheid die de nakoming van de aangegane verplichtingen moet garanderen op een bepaald bedrag per ton dient te worden gesteld; Overwegende dat het contract de verplichtingen moet bevatten waaraan de contractant moet voldoen en dat met name uitdrukkelijk de verplichtingen moeten worden vermeld die de bevoegde instantie in staat stellen een doeltreffende inspectie uit te voeren; Overwegende dat de erwten of tuin- en veldbonen niet vóór 1 juli 1993 mogen worden uitgeslagen; dat de uitslag van erwten of tuin- en veldbonen moet worden tegengegaan; dat het recht op steun plus 50 % van de gestelde zekerheid verbeurd moeten worden indien de erwten of tuin- en veldbonen vóór afloop van het contract worden uitgeslagen; Overwegende dat overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3813/92 moet worden bepaald dat, wanneer het een opslagpremie betreft, het ontstaansfeit op grond waarvan de zekerheid en het steunbedrag in nationale valuta moeten worden bepaald, de laatste dag is waarop aanvragen kunnen worden ingediend; Overwegende dat moet worden voorzien in controlemaatregelen om te waarborgen dat de steun niet ten onrechte wordt verleend; dat daarom met name dient te worden bepaald dat de Lid-Staten aan de verschillende stadia van de opslag aangepaste controles uitvoeren; Overwegende dat het Comité van beheer voor gedroogde voedergewassen geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: I Artikel 1 De bevoegde instanties van de Lid-Staten sluiten opslagcontracten voor in het verkoopseizoen 1992/1993 op hun gebied geoogste erwten of tuin- en veldbonen onder de bij deze verordening vastgestelde voorwaarden. Artikel 2 1. Opslagcontracten, hierna "contracten" genoemd, worden uitsluitend gesloten met eerste kopers of erkende gebruikers. 2. De contracten mogen alleen betrekking hebben op erwten of tuin- en veldbonen, in partijen van ten minste 500 ton, waarvoor overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 3540/85 van de Commissie (6) een certificaat van aankoop tegen de minimumprijs is afgegeven. 3. De contracten worden gesloten voor een periode van 200 dagen, te rekenen vanaf 17 mei 1993 of 14 juni 1993. De contracten kunnen niet vernieuwd worden. 4. De maximumhoeveelheid waarvoor contracten mogen worden gesloten bedraagt 100 000 ton, verdeeld als volgt: - 70 000 ton in Frankrijk, - 10 000 ton in Denemarken, - 20 000 ton in het Verenigd Koninkrijk, - 0 ton in andere Lid-Staten. Ingeval de totale hoeveelheid waarvoor per 1 juni in een Lid-Staat contracten zijn gesloten, kleiner is dan de vastgestelde maximumhoeveelheid, wordt het saldo uitgedeeld door de diensten van de Commissie. Artikel 3 1. Aanvragen om een opslagcontract te sluiten moeten worden ingediend bij de bevoegde instantie van de Lid-Staat waar de erwten, tuin- en veldbonen zich bevinden. De aanvragen moeten vergezeld gaan van het bewijs dat een zekerheid van 0,5 ecu/100 kg erwten, tuin- en veldbonen is gesteld. 2. De aanvragen moeten worden ingediend: - uiterlijk op 10 mei 1993 voor opslag die op 17 mei 1993 ingaat; of - uiterlijk op 4 juni 1993 voor opslag die op 14 juni 1993 ingaat. 3. De Lid-Staten doen vóór het eind van de eerste werkdag volgend op de uiterste datum voor het indienen van de aanvragen, aan de Commissie mededeling van de hoeveelheden waarvoor deugdelijke aanvragen zijn ingediend. 4. De Commissie boekt de hoeveelheden waarvoor aanvragen zijn ingediend. Zij staat de Lid-Staten toe certificaten af te geven totdat de in artikel 2, lid 4, bepaalde maximumhoeveelheid is uitgeput; bij een dreigende uitputting van deze maximumhoeveelheid staat zij de Lid-Staten toe certificaten af te geven naar rata van de aangevraagde hoeveelheden, tot maximaal de nog beschikbare hoeveelheid. 5. Nadat de Commissie toestemming heeft verleend, worden de contracten zo spoedig mogelijk gesloten zonder dat tussen de aanvragers enig onderscheid wordt gemaakt. De datum van sluiting van een contract moet in elk geval voorafgaan aan de eerste dag van de betrokken opslagperiode. II Artikel 4 1. De aanvragen om een contract te sluiten en de contracten mogen uitsluitend betrekking hebben op erwten, tuin- en veldbonen waarvoor een premie mag worden toegekend. 2. De aanvragen om een opslagcontract te sluiten zijn slechts ontvankelijk wanneer zij de in lid 4 bedoelde bijzonderheden bevatten en het bewijs is geleverd dat een zekerheid is gesteld. 3. De contracten dienen een verklaring te bevatten waarbij de contractant zich ertoe verbindt slechts produkten in- en op te slaan waarvoor een certificaat van aankoop tegen de minimumprijs als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 3540/85 is afgegeven. 4. De contracten moeten in tweevoud worden opgesteld en moeten met name de volgende gegevens bevatten: a) firmanaam van de contractant; b) volledig postadres van het opslagbedrijf; c) naam en adres van de bevoegde instantie; d) nauwkeurig adres van de plaats waar de erwten worden opgeslagen; e) aantal en identificatiegegevens van de partijen waarop het contract betrekking heeft en gewicht van iedere partij; f) akkoord van de eigenaar van de opgeslagen erwten of tuin- en veldbonen, indien de contractant niet de eigenaar is; g) datum van het begin van de opslag; h) verwijzing naar de onderhavige verordening; i) datum waarop het contract is gesloten; j) steunbedrag per gewichtseenheid; k) bedrag van de zekerheid. 5. Uit hoofde van het contract dient de contractant de volgende verplichtingen na te komen: a) hij moet de overeengekomen hoeveelheid erwten of tuin- en veldbonen voor eigen rekening en op eigen risico voor de aangegeven periode opslaan; voor elke wijziging moet door de bevoegde instantie machtiging worden verleend; b) hij moet de bevoegde instantie te allen tijde toestaan de naleving van de uit het contract voortvloeiende verplichtingen te controleren. 6. De contractant kan na 1 juli 1993 de bevoegde instantie mededelen dat hij het contract wenst op te zeggen. Hij verliest dan het recht op de premie voor de gehele opslagperiode en verbeurt 50 % van de op grond van artikel 3, lid 1, gestelde zekerheid. Vóór 1 juli 1993 kan de contractant in geen geval het contract opzeggen of de erwten of tuin- en veldbonen uitslaan. 7. Aan de verplichting tot opslag van de in het contract aangegeven hoeveelheid is voldaan, indien ten minste 98 % van die hoeveelheid in vooraad is gehouden. Artikel 5 1. Voor elke opslagperiode van 200 dagen wordt een premie verleend van 3 ecu/100 kg. 2. De opslagpremie wordt in nationale valuta omgerekend aan de hand van de landbouwomrekeningskoers die van toepassing is op de laatste dag waarop een aanvraag kan worden ingediend. 3. De premie wordt berekend op basis van de vermelde identificatiehoeveelheid. Artikel 6 Onverminderd het bepaalde in artikel 7 wordt de premie pas uitgekeerd nadat aan alle uit het contract voortvloeiende verplichtingen is voldaan. Binnen 60 dagen na afloop van het contract wordt de steun uitgekeerd en worden de in artikel 3, lid 1, bedoelde zekerheden vrijgegeven, nadat eerst een controle op de nakoming van de betrokken verplichtingen heeft plaatsgevonden. Artikel 7 1. In geval van overmacht bepaalt de bevoegde instantie welke maatregelen in verband met de aangevoerde omstandigheden nodig zijn. De bevoegde instantie kan in dit verband met name beslissen dat de premie wordt uitgekeerd naar rata van de opgeslagen hoeveelheden en de werkelijke duur van de opslag. 2. De Lid-Staten melden de Commissie onverwijld ieder door hen als overmacht aangemerkt geval en geven daarbij telkens aan welke maatregelen zij in dat verband hebben genomen. III Artikel 8 1. De Lid-Staten zien erop toe dat de voorwaarden om voor de steun in aanmerking te komen, in acht worden genomen. Daartoe wijzen zij de nationale of andere bevoegde instantie aan die voor de controle op de opslag verantwoordelijk is. De Lid-Staten zien erop toe dat, in voorkomend geval, de aangewezen andere instantie geen banden heeft met de contractant. 2. De contractant houdt voor de controle-instantie alle per contract voor particuliere opslag geordende documenten ter beschikking aan de hand waarvan die instantie zich er ten aanzien van de goederen waarop het contract betrekking heeft van kan vergewissen: a) wie de eigenaar is op het tijdstip van inslag; b) op welke datum de goederen zijn ingeslagen; c) wat het gewicht van de goederen is; d) of de goederen in de opslagplaats aanwezig zijn. 3. De opgeslagen produkten moeten gemakkelijk en per contract geïdentificeerd kunnen worden. Bij inslag controleert de controle-instantie de in de eerste alinea bedoelde merktekens en verzegelt zij de ingeslagen produkten. 4. De controle-instantie: a) controleert voor elk contract of aan alle in artikel 4 bedoelde verplichtingen is voldaan; b) voert in de laatste week van de contractuele opslagperiode een verplichte controle uit om na te gaan of de produkten zich in de opslagplaats bevinden; c) voert een onaangekondigde controle uit op een representatief gedeelte van de contracten en de produkten waarop de contracten betrekking hebben. De door de controlehandelingen veroorzaakte verzegelings- of goederenbehandelingskosten zijn voor rekening van de contractant. 5. Indien de in het contract vermelde verplichtingen niet zijn nagekomen wordt de in artikel 3, lid 1, bedoelde zekerheid verbeurd, onverminderd andere sancties die eventueel van toepassing zijn. 6. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de nationale maatregelen die zij ter uitvoering van deze verordening hebben genomen, doen haar een contractmodel toekomen en delen haar mede op welke manier zij de erwten, tuin- en veldbonen bij inslag verzegelen. Artikel 9 De Lid-Staten doen de Commissie - vóór het begin van elke opslagperiode mededeling van de hoeveelheden erwten, tuin- en veldbonen waarvoor opslagcontracten zijn gesloten; - uiterlijk 90 dagen na afloop van elke opslagperiode mededeling van de hoeveelheden erwten, tuin- en veldbonen waarvoor aan de contractuele verplichtingen is voldaan en waarvoor de premie is betaald. Artikel 10 1. Bij wijze van uitzondering wordt het sluiten van een opslagcontract beschouwd als identificatieaanvraag als bedoeld in artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 3540/85 en overeenkomstig artikel 18, lid 2, tweede alinea, tweede streepje, wordt het steunbedrag toegekend dat geldt op de dag waarop het contract wordt gesloten. 2. In afwijking van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 3328/92 van de Commissie (7) en artikel 19, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3540/85 moet uiterlijk drie maanden na afloop van het contract worden voldaan aan de verplichting de produkten te gebruiken in de zin van artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 3540/85 in de Lid-Staten waarin zijn werden geoogst. De Lid-Staten nemen alle nodige maatregelen voor de controle in het kader van het bepaalde in dit artikel, in welk verband zij onder andere een specifieke boekhouding voor de erwten waarvoor contracten zijn gesloten verplicht stellen. Artikel 11 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 30 april 1993. Voor de Commissie René STEICHEN Lid van de Commissie (1) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 12. (2) PB nr. L 42 van 19. 2. 1993, blz. 3. (3) PB nr. L 387 van 31. 12. 1992, blz. 1. (4) PB nr. L 162 van 12. 6. 1982, blz. 28. (5) PB nr. L 180 van 1. 7. 1992, blz. 17. (6) PB nr. L 342 van 19. 12. 1985, blz. 1. (7) PB nr. L 334 van 19. 11. 1992, blz. 17.
