Commission Regulation (EEC) No 1912/90 of 5 July 1990 in respect of the proof for leaving the customs territory of the Community for agricultural products via the inner German border
Avis juridique important
31990R1912
Verordening (EEG) nr. 1912/90 van de Commissie van 5 juli 1990 betreffende het bewijs dat landbouwprodukten het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten via de grens met de Duitse Democratische Republiek
Publicatieblad Nr. L 173 van 06/07/1990 blz. 0021 - 0022
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1912/90 VAN DE COMMISSIE van 5 juli 1990 betreffende het bewijs dat landbouwprodukten het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten via de grens met de Duitse Democratische Republiek DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1340/90 (2), en met name op artikel 16, lid 6, alsmede op de overeenkomstige bepalingen van de overige verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten voor landbouwprodukten, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2746/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende algemene regels voor toekenning van restituties bij de uitvoer en criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag in de sector granen (3), en met name op artikel 8, lid 2, tweede alinea, en lid 3, alsmede op de overeenkomstige bepalingen van de overige verordeningen houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van de restituties bij uitvoer voor landbouwprodukten, Gelet op Verordening (EEG) nr. 565/80 van de Raad van 4 maart 1980 betreffende de vooruitbetaling van de uitvoerrestituties voor landbouwprodukten (4), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2026/83 (5), Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2902/89 (7), en met name op artikel 12, lid 4, en artikel 26, lid 3, alsmede op de overeenkomstige bepalingen van de overige verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten voor landbouwprodukten, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1677/85 van de Raad van 11 juni 1985 inzake de monetaire compenserende bedragen in de landbouwsector (8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1889/87 (9), en met name op artikel 12, Overwegende dat na de inwerkingtreding van het Staatsverdrag betreffende de totstandbrenging van een monetaire, economische en sociale unie tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Duitse Democratische Republiek, alle douanekantoren aan beide zijden van de grens tussen deze twee Staten worden opgeheven; Overwegende dat, om de uitvoer van landbouwprodukten uit de Gemeenschap via de grens met de Duitse Democratische Republiek naar of over het grondgebied van dat land niet te verhinderen, bijzondere voorschriften moeten worden vastgesteld voor het leveren van het bewijs dat die produkten het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten; dat dit meer in het bijzonder is vereist voor de betaling van uitvoerrestituties en voor het vrijgeven van zekerheden; Overwegende dat krachtens het Staatsverdrag de Duitse Democratische Republiek het gemeenschappelijk douanetarief en de belangrijkste douanevoorschriften van de Gemeenschap zal overnemen; dat de Bondsrepubliek Duitsland de verzekering heeft gegeven dat de autoriteiten van de Duitse Democratische Republiek, vanaf 1 juli 1990, wat de uitvoer uit de Gemeenschap betreft, de douaneformaliteiten overeenkomstig de desbetreffende Gemeenschapsvoorschriften zullen vervullen; dat derhalve het bewijsstuk dat de produkten het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten, en met name het in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2823/87 bedoelde controle-exemplaar T 5, kan worden afgegeven door de douanediensten van de Duitse Democratische Republiek na daartoe het betreffende douanedocument van de Gemeenschap te hebben ingevuld; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van de betrokken Comités van beheer, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Wanneer op grond van de Gemeenschapsvoorschriften het bewijs moet worden geleverd dat landbouwprodukten het douanegebied van de Gemeenschap via de grens met de Duitse Democratische Republiek hebben verlaten, verstrekken de douanekantoren van dat land het vereiste bewijsstuk overeenkomstig de desbetreffende voorschriften van de Gemeenschap. Artikel 2 In de zin van deze verordening gelden als landbouwprodukten: - de landbouwprodukten die onder bijlage II van het Verdrag vallen, en - de landbouwprodukten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage II van het Verdrag vallen, bedoeld in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 3035/80 van de Raad (10). Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 1990. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 5 juli 1990. Voor de Commissie Ray MAC SHARRY Lid van de Commissie (1) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 1. (2) PB nr. L 134 van 28. 5. 1990, blz. 1. (3) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 78. (4) PB nr. L 62 van 7. 3. 1980, blz. 5. (5) PB nr. L 199 van 22. 7. 1983, blz. 12. (6) PB nr. 172 van 30. 9. 1966, blz. 3025/66. (7) PB nr. L 280 van 29. 9. 1989, blz. 2. (8) PB nr. L 164 van 24. 6. 1985, blz. 6. (9) PB nr. L 182 van 3. 7. 1987, blz. 1. (10) PB nr. L 323 van 29. 11. 1980, blz. 27.
