Commission Regulation (EEC) No 1650/90 of 19 June 1990 amending Regulation (EEC) No 2496/78 on detailed rules for the granting of private storage aid for Provolone cheese
Avis juridique important
31990R1650
VERORDENING (EEG) Nr. 1650/90 VAN DE COMMISSIE van 19 juni 1990 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2496/78 betreffende de nadere regels voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag van Provolone-kaas
Publicatieblad Nr. L 154 van 20/06/1990 blz. 0025 - 0026
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 32 blz. 0254
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 32 blz. 0254
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1650/90 VAN DE COMMISSIE van 19 juni 1990 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2496/78 betreffende de nadere regels voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag van Provolone-kaas DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3879/89 (2), inzonderheid op artikel 8, lid 5, Overwegende dat op grond van artikel 2, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2496/78 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 14/84 (4), bij de opslag een specifiek opslagmerk op de kaas moet worden ingebrand; dat deze techniek niet langer aan de markteisen beantwoordt; dat derhalve moet worden voorgeschreven dat de kaas van een gewoon merk moet worden voorzien; Overwegende dat bij artikel 4, lid 2, van die verordening het steunbedrag wordt vastgesteld; dat dit bedrag dient te worden gewijzigd om rekening te houden met de ontwikkeling van de marktsituatie voor de betrokken kaas; Overwegende dat bij artikel 5 van die verordening voor de partijen kaas waarvoor een contract voor de particuliere opslag geldt controlemaatregelen worden voorgeschreven; dat het op grond van de ervaring die met de controleregeling is opgedaan, dienstig is nadere controlevoorschriften controlevoorschriften op te stellen, met name ten aanzien van de voor te leggen bescheiden en de ter plaatse uit te voeren controles; dat de Lid-Staten in verband met deze nieuwe bepalingen moeten kunnen voorschrijven dat de controlekosten geheel of gedeeltelijk voor rekening van de contractant komen; Overwegende dat het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 2496/78 wordt als volgt gewijzigd: 1. In artikel 2, lid 1, punt d), wordt in plaats van het woord »ingebrand" gelezen: »aangebracht". 2. In artikel 4, lid 2, wordt in plaats van »2,69 ecu" gelezen: »2,56 ecu". 3. Artikel 5 wordt gelezen: »Artikel 5 1. De Lid-Staten zien erop toe dat de voorwaarden voor de betaling van de steun in acht zijn genomen. 2. De contractant moet de met het toezicht op de maatregel belaste nationale instanties inzage geven van alle bescheiden die voor de produkten die zich in particuliere opslag bevinden, uitsluitsel geven over: a) de eigenaar op het tijdstip van de inslag; b) de oorsprong van de kaas en de datum waarop hij is vervaardigd; c) de inslagdatum; d) de aanwezigheid in de opslagplaats; e) de uitslagdatum. 3. De contractant of, in voorkomend geval, de exploitant van de opslagplaats voert een voorraadboekhouding die in de opslagplaats ter inzage ligt en de volgende gegevens bevat: a) identificatie per nummer van het contract voor de produkten die zich in particuliere opslag bevinden; b) de inslag- en uitslagdatums; c) het aantal kazen en hun gewicht, per partij; d) de plaats waar de produkten zich in de opslagplaats bevinden. 4. De opgeslagen produkten moeten gemakkelijk identificeerbaar zijn en per contract worden geïndividualiseerd. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 1, punt f), voeren de bevoegde instanties bij de inslag controles uit om met name te waarborgen dat de opgeslagen produkten voor steun in aanmerking komen en om elke mogelijkheid tot vervanging van produkten tijdens de contractuele opslagperiode te voorkomen. 6. De nationale controle-instantie a) voert een onaangekondigde steekproefcontrole op de aanwezigheid van de produkten in de opslagplaats uit. De steekproef moet representatief zijn en betrekking hebben op minstens 10 % van de totale hoeveelheid waarvoor in het raam van een steunmaatregel voor de particuliere opslag contracten zijn gesloten. Naar aanleiding van die controle wordt ook de in lid 3 bedoelde boekhouding onderzocht en vindt samen met een identificatie een materiële controle van gewicht en aard van de produkten plaats. De materiële controles worden uitgevoerd bij minstens 5 % van de hoeveelheid waarop de onaangekondigde controle betrekking heeft; b) gaat aan het einde van de contractuele opslagperiode na of de produkten nog zijn opgeslagen. 7. Over de op grond van de leden 5 en 6 uitgevoerde controles wordt een verslag opgesteld waarin - de controledatum, - de duur van de controle en - de uitgevoerde werkzaamheden worden aangegeven. Het controleverslag wordt door de bevoegde ambtenaar ondertekend en medeondertekend door de contractant of, in het voorkomend geval, door de exploitant van de opslagplaats. 8. Wanneer onregelmatigheden aan het licht komen die op 5 % of meer van de gecontroleerde hoeveelheden betrekking hebben, wordt de steekproef op een door de bevoegde instantie nader te bepalen groter aantal monsters gebaseerd. De Lid-Staten melden deze onregelmatigheden binnen vier weken aan de Commissie. 9. De Lid-Staten kunnen voorschrijven dat de controlekosten geheel of gedeeltelijk voor rekening van de contractant zijn.''. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing op de op of na de dag van haar inwerkingtreding gesloten opslagcontracten. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 19 juni 1990. Voor de Commissie Ray MAC SHARRY Lid van de Commissie (1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13. (2) PB nr. L 378 van 27. 12. 1989, blz. 1. (3) PB nr. L 300 van 27. 10. 1978, blz. 24. (4) PB nr. L 3 van 5. 1. 1984, blz. 13.
