← Terug naar wetgeving
VerordeningEUDouane

Commission Regulation (EEC) No 2361/87 of 31 July 1987 amending certain Regulations implementing customs procedures with economic impact

Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op EUR-Lex.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →

Avis juridique important

|

31987R2361

Verordening (EEG) nr. 2361/87 van de Commissie van 31 juli 1987 houdende wijziging van bepaalde toepassingsverordeningen op het gebied van de economische douaneregelingen

Publicatieblad Nr. L 215 van 05/08/1987 blz. 0009 - 0012


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 2361/87 VAN DE COMMISSIE

van 31 juli 1987

houdende wijziging van bepaalde toepassingsverordeningen op het gebied van de economische douaneregelingen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3599/82 van de Raad van 21 december 1982 betreffende de regeling tijdelijke invoer (1), inzonderheid op artikel 33,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2763/83 van de Raad van 26 september 1983 inzake de regeling volgens welke goederen onder douanetoezicht kunnen worden behandeld alvorens zij in het vrije verkeer worden gebracht (2), inzonderheid op artikel 15,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1999/85 van de Raad van 16 juli 1985 betreffende de regeling actieve veredeling (3), inzonderheid op artikel 31,

Overwegende dat in de Verordeningen (EEG) nr. 1751/84 (4) en (EEG) nr. 3548/84 (5) van de Commissie alsmede in Verordening (EEG) nr. 3677/86 van de Raad (6) enige nadere toepassingsbepalingen zijn vastgesteld met betrekking tot, respectievelijk, de regelingen tijdelijke invoer, de regeling behandeling onder douanetoezicht en de regeling actieve veredeling;

Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 1900/85 van de Raad van 8 juli 1985 betreffende de invoering van communautaire formulieren van aangiften ten uitvoer en ten invoer (7) wordt bepaald dat vanaf 1 januari 1988 de aangiften met betrekking tot de plaatsing onder enige douaneregeling van goederen die in het douanegebied van de Gemeenschap worden ingevoerd en die welke betrekking hebben op de definitieve of tijdelijke uitvoer of wederuitvoer van goederen uit genoemd gebied, al naar gelang van het geval, op een formulier IM of EX worden gesteld, welk formulier overeenstemt met het model van het formulier COM, opgesteld overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 679/85 van de Raad van 18 februari 1985 betreffende de invoering van het model van aangifteformulier dat in het goederenverkeer binnen de Gemeenschap dient te worden gebruikt (8); dat het noodzakelijk is enige in het kader van de verschillende economische douaneregelingen voorziene toepassingsbepalingen te wijzigen, ten einde het gebruik van de genoemde communautaire formulieren mogelijk te maken;

Overwegende dat het dienstig is eveneens enige andere wijzigingen aan te brengen ten einde de samenhang tussen de onderscheiden verordeningen op het gebied van de economische douaneregeling te verzekeren;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité Economische douaneregelingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 1751/84 wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 1, lid 2, wordt als volgt gelezen:

»2. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 12 en 13 geschiedt de in lid 1 bedoelde aanvraag schriftelijk. De aangifte moet ondertekend zijn en dient ten minste de hierna volgende vermeldingen te bevatten:

a) naam of handelsnaam en adres van de aanvrager van de vergunning en naam of handelsnaam van de gebruiker van de goederen indien het twee onderscheiden personen betreft;

b) het artikel van de basisverordening op grond waarvan de regeling wordt aangevraagd;

c) de voorziene duur van het verblijf van de goederen onder de regeling in de Lid-Staat waar de vergunning wordt gevraagd;

d) de plaats waar de goederen zullen worden gebruikt;

e) de handels- en/of technische benaming van de goederen;

f) de gegevens met betrekking tot de indeling van de goederen in het gemeenschappelijk douanetarief.

Deze gegevens, die alleen ter informatie worden verstrekt, kunnen worden beperkt tot de tariefpost in het geval dat de vermelding van de postonderverdeling niet noodzakelijk is voor de afgifte van de vergunning en het goede verloop van de tijdelijke invoer;

g) de voorziene hoeveelheid goederen waarvoor de gebruikmaking van de regeling wordt gevraagd.".

2. Artikel 2, lid 2, wordt als volgt gelezen:

»2. In de in lid 1 bedoelde vergunning worden de voorwaarden voor het gebruik van de regeling vastgesteld; de vergunning dient ten minste de hierna volgende vermeldingen te bevatten:

a) naam of handelsnaam en adres van de vergunninghouder en van de gebruiker van de goederen indien het twee onderscheiden personen betreft;

b) het artikel van de basisverordening op grond waarvan de regeling wordt toegestaan;

c) de voorziene duur van het verblijf van de goederen onder de regeling in de Lid-Staat waar de vergunning is afgegeven;

d) de plaats waar de goederen zullen worden gebruikt;

e) de handels- en/of technische benaming van de goederen;

f) de gegevens met betrekking tot de indeling van de goederen in het gemeenschappelijk douanetarief;

g) de voorziene hoeveelheid goederen waarvoor de gebruikmaking van de regeling wordt toegestaan.

In de vergunning dienen eveneens de refertes van de aanvraag te worden vermeld. Wanneer de in dit lid genoemde gegevens worden verstrekt door verwijzing naar de aanvraag, vormt deze een integrerend bestanddeel van de vergunning.".

3. In artikel 4 worden de leden 1 en 2 als volgt gelezen:

»1. Onverminderd de artikelen 12 en 13 dient de in artikel 3 bedoelde aangifte te worden gesteld op een formulier IM zoals bedoeld in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 1900/85 van de Raad (1).

2. De in lid 1 bedoelde aangifte bevat eveneens, in voorkomend geval:

- in vak nr. 44, de refertes van de vergunning,

- in vak nr. 47, de elementen die in aanmerking worden genomen voor de berekening van de toe te passen rechten bij invoer.

De omschrijving van de goederen op de in lid 1 bedoelde aangifte dient overeen te stemmen met de in de vergunning vermelde specificaties.

(1) PB nr. L 179 van 11. 7. 1985, blz. 4.".

4. Artikel 11 wordt als volgt gelezen:

»Artikel 11

1. Wanneer de Lid-Staat waar de plaatsing van de goederen onder de regeling tijdelijke invoer wordt aangevraagd, de douanekantoren of sommige ervan bevoegd verklaart om de vergunning te verlenen, vormt de in artikel 3 bedoelde aangifte die bij een dezer kantoren is ingediend eveneens de aanvraag om de vergunning. In dat geval wordt de vergunning verleend door de aanvaarding van deze aangifte en wordt de genoemde aanvaarding afhankelijk gesteld van het vervullen van de voorwaarden voor de toekenning van de vergunning.

2. Bij toepassing van lid 1 dient bij de in artikel 3 bedoelde aangifte een bescheid te worden gevoegd dat door de aangever wordt opgesteld en de volgende vermeldingen bevat, voor zover deze vermeldingen noodzakelijk zijn en niet in vak nr. 44 kunnen worden aangebracht:

a) naam of handelsnaam en adres van de aanvrager van de regeling tijdelijke invoer, wanneer het een persoon betreft die niet de aangever is;

b) naam of handelsnaam en adres van de gebruiker wanneer het een andere persoon betreft dan de aanvrager of de aangever;

c) het artikel van de basisverordening op grond waarvan de regeling wordt aangevraagd;

d) de voorziene duur van het verblijf van de goederen onder de regeling in de Lid-Staat waar de regeling wordt aangevraagd;

e) de plaats waar de goederen zullen worden gebruikt.

Het bijgevoegde bescheid vormt een integrerend bestanddeel van de aangifte.

3. Elke Lid-Staat deelt aan de Commissie de namen van de overeenkomstig lid 1 bevoegde kantoren mede.".

Artikel 2

Verordening (EEG) nr. 3548/84 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift van titel I wordt als volgt gelezen:

»Toekenning van de regeling en plaatsing van de goederen onder de regeling".

2. Artikel 1 wordt als volgt gelezen:

»Artikel 1

1. Het in artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2763/83, hierna basisverordening genoemd, bedoelde verzoek om een vergunning dient schriftelijk te geschieden. Het verzoek moet worden ondertekend en dient ten minste de volgende gegevens te bevatten:

a) naam of handelsnaam en adres van de aanvrager van de vergunning en van de persoon die de behandeling verricht, wanneer deze niet de aanvrager is;

b) de handels- en/of technische benaming van de goederen;

c) de voorziene hoeveelheid van de goederen;

d) de voorziene waarde van de goederen;

e) de gegevens met betrekking tot de indeling van de goederen in het gemeenschappelijk douanetarief.

Deze gegevens, die alleen ter informatie worden verstrekt, kunnen worden beperkt tot de tariefpost in het geval dat de vermelding van de postonderverdeling niet noodzakelijk is voor de afgifte van de vergunning en het goede verloop van de behandeling onder douanetoezicht;

f) de aard van de behandeling;

g) de handels- en/of technische benaming van de te verkrijgen behandelde produkten;

h) het opbrengstpercentage, of, in voorkomend geval, de wijze waarop het percentage wordt vastgesteld;

i) de termijn waarbinnen de onder de regeling geplaatste goederen één van de in artikel 10 van de basisverordening voorziene bestemmingen dienen te hebben gekregen;

j) de plaats waar de behandeling dient te geschieden. 2. Alvorens de vergunning af te geven vergewist de douaneautoriteit zich ervan dat de voor de toekenning van de regeling vereiste voorwaarden in acht zijn genomen.

De vergunning kan, al naar gelang van het geval, een of meer behandelingen onder douanetoezicht bestrijken.

3. De vergunning wordt schriftelijk afgegeven. De schriftelijke vergunning wordt gedateerd en ondertekend en bevat ten minste de volgende gegevens:

a) naam of handelsnaam en adres van de vergunninghouder en van de persoon die de behandeling verricht, wanneer deze niet de vergunninghouder is;

b) de handels- en/of technische benaming van de goederen;

c) de hoeveelheid goederen waarvoor de regeling wordt toegekend;

d) de voorziene waarde van de goederen;

e) de gegevens met betrekking tot de indeling van de goederen in het gemeenschappelijk douanetarief;

f) de aard van de behandeling;

g) de handelsbenaming van de te verkrijgen behandelde produkten;

h) het opbrengstpercentage, of, in voorkomend geval, de wijze waarop het percentage wordt vastgesteld;

i) de termijn waarbinnen de onder de regeling geplaatste goederen één van de in artikel 10 van de basisverordening voorziene bestemmingen dienen te hebben gekregen;

j) de plaats waar de behandeling dient te geschieden.

Voorts dient de vergunning de refertes van het verzoek te bevatten. Wanneer de in dit lid vermelde gegevens worden verstrekt door verwijzing naar het verzoek, vormt dit een integrerend bestanddeel van de vergunning.".

3. Een artikel 1 bis wordt ingevoegd:

»Artikel 1 bis

Voor de plaatsing van goederen onder de regeling behandeling onder douanetoezicht, hierna »regeling" genoemd, dient bij een bevoegd douanekantoor onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden een aangifte tot plaatsing onder de regeling, hierna »aangifte" genoemd, te worden ingediend.

De persoon die de aangifte opstelt wordt hierna »aangever" genoemd.".

4. Artikel 2 wordt als volgt gelezen:

»Artikel 2

1. De in artikel 1 bis bedoelde aangifte dient te worden gesteld op een in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 1900/85 van de Raad (1) bedoeld formulier IM.

2. De in lid 1 bedoelde aangifte bevat eveneens, in voorkomend geval:

- in vak nr. 44, de refertes van de vergunning;

- in vak nr. 47, de elementen die in aanmerking worden genomen voor de berekening van de rechten bij invoer met toepassing van artikel 12 van de basisverordening.

3. De omschrijving van de goederen op de in lid 1 bedoelde aangifte dient overeen te stemmen met de in de vergunning vermelde specificaties.

(1) PB nr. L 179 van 11. 7. 1985, blz. 4.".

5. Het huidige artikel 4 wordt artikel 4, lid 1, en het volgende lid 2 wordt ingevoegd:

»2. Bij de toepassing van lid 1 dient bij de in artikel 1 bis bedoelde aangifte een bescheid te worden gevoegd dat is opgesteld door de aangever en dat de hierna volgende vermeldingen bevat, voor zover deze vermeldingen noodzakelijk zijn en niet in vak nr. 44 kunnen worden aangebracht:

a) naam of handelsnaam en adres van de aanvrager van de regeling, wanneer deze niet de aangever is;

b) naam of handelsnaam en adres van de persoon die de behandeling verricht, wanneer deze noch de aanvrager noch de aangever is;

c) de aard van de behandeling;

d) de handelsbenaming van de te verkrijgen behandelde produkten;

e) het opbrengstpercentage, of, in voorkomend geval, de wijze waarop het percentage wordt vastgesteld;

f) de termijn waarbinnen de onder de regeling geplaatste goederen één van de in artikel 10 van de basisverordening voorziene bestemmingen dienen te hebben gekregen.

Het bijgevoegde bescheid vormt een integrerend bestanddeel van de aangifte.".

Artikel 3

Verordening (EEG) nr. 3677/86 wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 19 wordt als volgt gelezen:

»Artikel 19

1. De in artikel 18 bedoelde aangifte dient te worden gesteld op een in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 1900/85 van de Raad (1) bedoeld formulier IM.

2. De in lid 1 bedoelde aangifte bevat eveneens, in voorkomend geval:

- in vak nr. 44, de refertes van de vergunning;

- in vak nr. 47, de elementen die in aanmerking worden genomen voor de berekening van de toe te passen rechten bij invoer.

3. De omschrijving van de goederen op de in lid 1 bedoelde aangifte dient overeen te stemmen met de in de vergunning vermelde specificaties.

(1) PB nr. L 179 van 11. 7. 1985, blz. 4.". 2. Artikel 21 wordt als volgt gelezen:

»Artikel 21

1. De aangifte tot het brengen in het vrije verkeer, die wordt opgemaakt in het kader van het terugbetalingssysteem, dient eveneens, in vak nr. 44, de refertes van de vergunning te bevatten.

2. De omschrijving van de goederen zoals vermeld op de in lid 1 bedoelde aangifte dient overeen te stemmen met de in de vergunning vermelde specificaties.".

3. Artikel 22 vervalt.

4. Aan artikel 23 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:

»3. In geval van toepassing van lid 2 dient de desbetreffende aangifte eveneens, in vak nr. 44, de refertes van het verzoek om een vergunning te bevatten.".

5. Artikel 26, lid 3, wordt als volgt gelezen:

»3. In geval van toepassing van de leden 1 en 2 dient bij de in artikel 18 of 21 bedoelde aangifte een bescheid te worden gevoegd dat is opgesteld door de aangever en dat de hierna volgende vermeldingen bevat, voor zover deze vermeldingen noodzakelijk zijn en niet in vak nr. 44 kunnen worden aangebracht:

a) naam of handelsnaam en adres van de aanvrager van de regeling, wanneer deze niet de aangever is;

b) naam of handelsnaam en adres van de veredelaar, wanneer deze noch de aanvrager noch de aangever is;

c) de aard van de veredelingshandeling;

d) de handelsbenaming en/of technische omschrijving van de veredelingsprodukten;

e) het opbrengstpercentage, of, in voorkomend geval, de wijze waarop het percentage wordt vastgesteld;

f) de termijn waarbinnen de onder de regeling geplaatste goederen één van de in artikel 18 of 27 van de basisverordening voorziene bestemmingen dienen te hebben gekregen;

g) de plaats waar de veredelingshandeling dient te geschieden.

Het bijgevoegde bescheid vormt een integrerend bestanddeel van de aangifte.".

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1988.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 31 juli 1987.

Voor de Commissie

COCKFIELD

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 376 van 31. 12. 1982, blz. 1.

(2) PB nr. L 272 van 5. 10. 1983, blz. 1.

(3) PB nr. L 188 van 20. 7. 1985, blz. 1.

(4) PB nr. L 171 van 29. 6. 1984, blz. 1.

(5) PB nr. L 331 van 19. 12. 1984, blz. 5.

(6) PB nr. L 351 van 12. 12. 1986, blz. 1.

(7) PB nr. L 179 van 11. 7. 1985, blz. 4.

(8) PB nr. L 79 van 21. 2. 1985, blz. 7.

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount