Commission Regulation (EEC) No 1362/87 of 18 May 1987 laying down detailed rules for the application of Regulation (EEC) No 777/87 with respect to the buying-in and the granting of aid for the private storage of skimmed-milk powder
Avis juridique important
31987R1362
Verordening (EEG) nr. 1362/87 van de Commissie van 18 mei 1987 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 777/87 ten aanzien van de interventieaankopen en de toekenning van steun voor de particuliere opslag van magere-melkpoeder
Publicatieblad Nr. L 129 van 19/05/1987 blz. 0009 - 0011
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 23 blz. 0144
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 23 blz. 0144
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1362/87 VAN DE COMMISSIE van 18 mei 1987 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 777/87 ten aanzien van de interventieaankopen en de toekenning van steun voor de particuliere opslag van magere-melkpoeder DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 773/87 (2), en met name op artikel 7 bis, lid 1, eerste alinea, en lid 3, Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 777/87 van de Raad van 16 maart 1987 tot wijziging van de interventieaankoopregeling voor boter en magere-melkpoeder (3) de voorwaarden zijn vastgesteld waaronder de Commissie tot het einde van de vijfde periode van 12 maanden waarin de in artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde regeling inzake de extra heffing van toepassing is, de aankoop van magere-melkpoeder door de interventiebureaus kan schorsen; Overwegende dat moet worden gepreciseerd op welke voorwaarden kan worden besloten tot schorsing van de interventieaankoop van magere-melkpoeder, en moet worden bepaald dat de Commissie, om de uitvoering van deze maatregel te kunnen volgen, geregeld op de hoogte moet worden gehouden van de hoeveelheden magere-melkpoeder waarvoor een opslagcontract is gesloten; Overwegende dat in artikel 7 bis, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 804/68 is bepaald dat steun voor de particuliere opslag van magere-melkpoeder kan worden verleend wanneer is besloten tot schorsing van de aankoop door de interventiebureaus; dat de voorschriften voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag moeten worden vastgesteld, en met name moet worden bepaald aan welke eisen het magere-melkpoeder waarvoor een contract wordt gesloten, moet voldoen; dat ten aanzien van de kwaliteit moet worden verwezen naar de definities in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 986/68 van de Raad (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 548/87 (5); dat het in dit verband dienstig is geen eis ten aanzien van het watergehalte vast te stellen; Overwegende dat, ten einde te waarborgen dat aan alle belanghebbenden gelijke mogelijkheden worden geboden, moet worden voorzien in een volgens communautaire voorschriften op te stellen opslagcontract en voorschriften voor de sluiting van de contracten moeten worden vastgesteld; Overwegende dat moet worden voorzien in de mogelijkheid om de opslagtermijn te verkorten indien uitgeslagen hoeveelheden magere-melkpoeder bestemd zijn voor uitvoer; dat het bewijs dat het magere-melkpoeder is uitgevoerd, zoals het bewijs ten aanzien van restituties, moet worden geleverd overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2730/79 van de Commissie (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3903/86 (7); Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Zodra is geconstateerd dat is voldaan aan de in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 777/87 vastgestelde voorwaarde, kan de in artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde aankoop met ingang van de maandag nadat dit feit is geconstateerd worden geschorst. 2. Bij schorsing van de aankoop mogen de interventiebureaus in geen geval aanbiedingen tot verkoop registreren na het einde van de week waarin het in lid 1 bedoelde feit is geconstateerd. 3. De Lid-Staten delen de Commissie wekelijks uiterlijk op woensdag vóór 12.00 uur mede voor welke hoeveelheden magere-melkpoeder een aanbieding tot verkoop is geregistreerd overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 625/78 van de Commissie (8). Artikel 2 1. Tijdens de in artikel 1 bedoelde perioden dat de aankoop van magere-melkpoeder is geschorst, kunnen contracten voor steun voor de particuliere opslag van magere-melkpoeder worden gesloten met het interventiebureau van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de opslagplaats waar het produkt zal worden opgeslagen, zich bevindt. 2. Steun voor de particuliere opslag kan alleen worden verleend voor in de Gemeenschap vervaardigd magere-melkpoeder: a) dat is vervaardigd in een produktiebedrijf ten aanzien waarvan de verplichting is aangegaan om de in artikel 3, lid 1, onder b), van Verordening (EEG) nr. 625/78 bedoelde registers doorlopend bij te houden; b) dat is vervaardigd in de periode van 28 dagen vóór de eerste dag van opslag waarvoor het contract is gesloten, doch niet vóór de in artikel 1 bedoelde datum waarop de aankoop van magere-melkpoeder is geschorst; c) dat beantwoordt aan de definitie in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 986/68; d) dat is opgeslagen in verpakkingen of recipiënten waarop ten minste de volgende vermeldingen, eventueel in code, zijn aangebracht: - identificatienummer van de fabriek, - datum van vervaardiging, - nummer van de partij, - nettogewicht, - Lid-Staat van vervaardiging. 3. De inslag mag alleen plaatsvinden tussen de in artikel 1 bedoelde datum waarop de aankoop is geschorst, en 31 augustus van het betrokken jaar. Artikel 3 1. De opslagcontracten hebben betrekking op een minimumhoeveelheid van 10 ton per partij. 2. Het opslagcontract kan alleen worden gesloten indien de opslaghouder zich ertoe verbindt: a) om de partijen magere-melkpoeder gedurende ten minste 60 dagen in de opslagplaats te laten; b) om de samenstelling van de partij waarvoor het contract is gesloten, niet te wijzigen tijdens de looptijd van het contract; c) om een voorraadboekhouding bij te houden en om het interventiebureau wekelijks mede te delen welke hoeveelheden in de afgelopen week zijn ingeslagen of uitgeslagen. 3. In het opslagcontract worden met name bepalingen opgenomen ten aanzien van: a) de hoeveelheid magere-melkpoeder, per partij; b) het steunbedrag; c) de data voor de uitvoering van het contract; d) de opslagplaatsen; e) de overeenkomstig artikel 6, lid 1, uit te voeren controles. 4. Het opslagcontract wordt op schrift gesteld voor één of meer partijen. De begindatum van de contractuele opslag is de dag die volgt op de datum van inslag. Het opslagcontract wordt gesloten vóór de inslag van het magere-melkpoeder. De inslag moet zijn voltooid binnen 28 dagen na de datum waarop het contract is gesloten. 5. Het magere-melkpoeder moet per partij worden uitgeslagen. Artikel 4 1. Het steunbedrag en de maximumduur van de contractuele opslag worden tegelijk met het in artikel 1 bedoelde besluit tot schorsing van de aankoop vastgesteld. Het steunbedrag wordt in nationale valuta omgerekend aan de hand van de representatieve koers die geldt op de eerste dag van de contractuele opslag. 2. Er wordt geen steun verleend wanneer de contractuele opslag korter duurt dan 60 dagen. 3. De steun wordt aan het einde van de contractuele opslag uitbetaald nadat is vastgesteld dat de opslaghouder zijn verplichtingen is nagekomen. Artikel 5 In afwijking van artikel 3, lid 2, onder a), en artikel 4, lid 2, mogen bij het verstrijken van een effectieve opslagperiode van 30 dagen één of meer partijen magere-melkpoeder waarvoor een contract is gesloten, bij de opslagplaats worden afgehaald, mits er ten aanzien van deze partijen binnen 60 dagen na de datum van uitslag uit de opslagplaats wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: - ze hebben het grondgebied van de Gemeenschap in de zin van artikel 9, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2730/79 verlaten, of - ze hebben hun bestemming bereikt in de gevallen bedoeld in artikel 5, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2730/79, of - ze zijn geplaatst in een bevoorradingsdepot dat is erkend overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 2730/79. De contractant stelt het interventiebureau ten minste twee werkdagen vóór het begin van de uitslag uit de opslagplaats in kennis van het voornemen tot uitslag en deelt daarbij mede welke hoeveelheden hij voornemens is uit te voeren. Voor de toepassing van het bepaalde in de eerste alinea wordt het bewijs geleverd zoals voor restituties is voorgeschreven. Artikel 6 1. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen voor de controle op de partijen waarvoor het contract is gesloten, alsmede ten aanzien van de ouderdom en de identificatie van de opgeslagen hoeveelheden. De controle van de datum van inslag van de partij wordt uitgevoerd volgens de door het interventiebureau vast te stellen regels. 2. De Lid-Staten doen de Commissie wekelijks op dinsdag mededeling van de hoeveelheden magere-melkpoeder waarvoor in de voorafgaande week opslagcontracten zijn gesloten. Artikel 7 De termijnen, data, aanvangs- en vervaltijden worden berekend overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad (1). Artikel 3, lid 4, van die verordening is evenwel niet van toepassing voor de berekening van de in deze verordening bedoelde termijnen. Artikel 8 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 18 mei 1987. Voor de Commissie Frans ANDRIESSEN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13. (2) PB nr. L 78 van 20. 3. 1987, blz. 1. (3) PB nr. L 78 van 20. 3. 1987, blz. 10. (4) PB nr. L 169 van 18. 7. 1968, blz. 4. (5) PB nr. L 56 van 26. 2. 1987, blz. 2. (6) PB nr. L 317 van 12. 12. 1979, blz. 1. (7) PB nr. L 364 van 23. 12. 1986, blz. 13. (8) PB nr. L 84 van 31. 3. 1978, blz. 19. (1) PB nr. L 124 van 8. 6. 1971, blz. 1.
