Commission Regulation (EEC) No 256/86 of 5 February 1986 on the granting of aid for the private storage of flax and hemp fibres
Avis juridique important
31986R0256
Verordening (EEG) nr. 256/86 van de Commissie van 5 februari 1986 inzake het verlenen van steun voor de particuliere opslag van vlasvezels en van hennepvezels
Publicatieblad Nr. L 031 van 06/02/1986 blz. 0016 - 0017
***** VERORDENING (EEG) Nr. 256/86 VAN DE COMMISSIE van 5 februari 1986 inzake het verlenen van steun voor de particuliere opslag van vlasvezels en van hennepvezels DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1308/70 van de Raad van 29 juni 1970 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector vlas en hennep (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1430/82 (2), en met name op artikel 5, lid 1, Overwegende dat in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1308/70 is bepaald dat steun voor de particuliere opslag wordt toegekend wanneer uit de beschikbare hoeveelheden vezels blijkt dat er een tijdelijk gebrek aan evenwicht ten opzichte van de te verwachten vraag bestaat; dat in Verordening (EEG) nr. 1172/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor steun aan de particuliere opslag van vlas- en hennepvezels (3) de voornaamste gegevens zijn bepaald aan de hand waarvan een dergelijk gebrek aan evenwicht kan worden geconstateerd, alsmede wie de begunstigde is; Overwegende dat, op grond van de communautaire produktie van vlasvezels en hennepvezels, alsmede van de waarschijnlijke invoer van deze vezels in het lopende verkoopseizoen, mag worden verwacht dat de voorraden zullen stijgen ten opzichte van het vorige verkoopseizoen; Overwegende dat de vraag naar deze vezels vanwege de afnemers in de Gemeenschap en in derde landen tijdens de laatste maanden aanzienlijk is geslonken ten opzichte van vorig jaar; dat deze situatie mogelijk kan aanhouden wegens de conjuncturele crisis in de vlas en hennepnijverheid; Overwegende dat de marktsituatie sinds enige tijd gekenmerkt wordt door een duidelijke prijsdaling; dat deze neerwaartse prijsbeweging zal doorzetten gelet op de te verwachten ontwikkeling van de vraag naar vezels; Overwegende dat, wegens het teruglopen van de verwachte oppervlakte, mag worden aangenomen dat de produktie van vlas en hennep tijdens het komende verkoopseizoen een daling zal kennen; dat mag worden verwacht dat het evenwicht tussen de vezelvoorraden en de te verwachten vraag tegen het einde van het huidige verkoopseizoen zal worden hersteld; Overwegende dat uit de analyse van de marktsituatie, zoals zij hierboven is geschetst, blijkt dat er een tijdelijk gebrek aan evenwicht bestaat tussen de voorraden vlasvezels en hennepvezels en de te verwachten vraag naar deze vezels; dat derhalve overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 1524/71 van de Commissie van 16 juli 1971 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de steun voor de particuliere opslag van vlas- en hennepvezels (4) steun moet worden verleend voor de particuliere opslag van deze vezels; Overwegende dat bij het vaststellen van de maximumhoeveelheid waarvoor contracten kunnen worden gesloten, rekening moet worden gehouden met de noodzaak om enerzijds de markt geleidelijk aan te ontlasten en anderzijds het administratief beheer van de steun voor de opslag te vereenvoudigen; Overwegende dat het hierboven bedoelde tijdelijke gebrek aan evenwicht mogelijk kan duren tot aan de komende oogst; dat, aan de andere kant, het regime van de opslagcontracten zou kunnen worden toegepast op een relatief belangrijke hoeveelheid vezels die tot circa 20 % van de communautaire vezelproduktie zou kunnen bedragen; dat bijgevolg moet worden bepaald dat deze contracten een looptijd hebben tussen 3 en 5 maanden; Overwegende dat overeenkomstig artikel 8, lid 2, sub b), van Verordening (EEG) nr. 1172/71 in bepaalde omstandigheden tot bekorting van de duur der bestaande opslagcontracten kan worden besloten; dat het derhalve wenselijk is, naast het steunbedrag dat dient betaald te worden ingeval de verplichtingen die in het contract zijn vastgelegd werden nagekomen, ook het bedrag vast te stellen van de korting die moet worden toegepast wanneer die voorziene looptijd wordt verminderd; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor vlas en hennep, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De interventiebureaus van de producerende Lid-Staten verlenen overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1524/71 en deze verordening steun aan de particuliere opslag van vlas en hennepvezels van communautaire oorsprong. Artikel 2 In deze verordening wordt verstaan onder: a) lange vlasvezels: gezwingeld, gehekeld of anders bewerkt, doch niet gesponnen vlas; b) korte vlasvezels of klodden: niet gesponnen vlasvezels andere dan lange vlasvezels en andere dan afval en rafelingen; c) hennepvezels: gezwingelde, gehekelde of anders bewerkte, doch niet gesponnen hennep, met uitzondering van afval van hennep en rafelingen. Artikel 3 1. De maximumhoeveelheid per contract wordt vastgesteld op 200 ton. 2. Het contract kan slechts gesloten worden met degenen die het produkt vóór 15 januari 1986 in bezit hadden. Artikel 4 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 8, lid 2, sub b), van Verordening (EEG) nr. 1172/71 wordt het contract, naar keuze van de houder van de vezels, gesloten voor een periode van 3, 4 of 5 maanden voor vlas. 2. De contracten moeten uiterlijk op 31 maart 1986 worden gesloten. Artikel 5 1. Het steunbedrag per 100 kg en per maand bedraagt: - 2,40 Ecu voor lange vlasvezels, - 1,22 Ecu voor korte vlasvezels, - 1,10 Ecu voor hennep. 2. In geval van toepassing van artikel 8, lid 2, sub b), van Verordening (EEG) nr. 1172/71 wordt het steunbedrag verminderd in verhouding tot de periode waarmee de looptijd van het contract wordt bekort. Artikel 6 In de zin van deze verordening wordt onder maand verstaan een periode van 30 dagen. Artikel 7 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 5 februari 1986. Voor de Commissie Frans ANDRIESSEN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 146 van 4. 7. 1970, blz. 1. (2) PB nr. L 126 van 12. 6. 1982, blz. 27. (3) PB nr. L 123 van 5. 6. 1971, blz. 7. (4) PB nr. L 160 van 17. 7. 1971, blz. 16.
