Commission Regulation (EEC) No 1388/85 of 24 May 1985 classifying goods under subheading 12.04 A of the Common Customs Tariff
Avis juridique important
31985R1388
Verordening (EEG) nr. 1388/85 van de Commissie van 24 mei 1985 betreffende de indeling van goederen onder post 12.04 A van het gemeenschappelijk douanetarief
Publicatieblad Nr. L 140 van 29/05/1985 blz. 0007 - 0007
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 2 Deel 4 blz. 0060
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 02 Deel 13 blz. 0148
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 2 Deel 4 blz. 0060
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 02 Deel 13 blz. 0148
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1388/85 VAN DE COMMISSIE van 24 mei 1985 betreffende de indeling van goederen onder post 12.04 A van het gemeenschappelijk douanetarief DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 97/69 van de Raad van 16 januari 1969 betreffende de maatregelen die moeten worden getroffen voor de uniforme toepassing van de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2055/84 (2), inzonderheid op artikel 3, Overwegende dat, ten einde de uniforme toepassing van de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief te waarborgen, bepalingen dienen te worden vastgesteld met betrekking tot de indeling van gedeeltelijk ontsuikerde suikerbieten, ook indien gesneden en al dan niet in pellets, verkregen, hetzij door eenvoudig samenpersen, hetzij door samenpersen met behulp van een bindmiddel (tot ongeveer 3 gewichtspercenten), met een saccharosegehalte, berekend op de droge stof, het saccharosegehalte van het bindmiddel daaronder begrepen, van meer dan 10 gewichtspercenten; Overwegende dat in het gemeenschappelijk douanetarief, dat als bijlage is gevoegd bij Verordening (EEG) nr. 950/68 van de Raad (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3400/84 (4), post 12.04 A betrekking heeft op suikerbieten; Overwegende dat post 23.03 B I ondermeer betrekking heeft op bietenpulp; Overwegende dat het, ten einde een onderscheid te kunnen maken tussen suikerbieten en bietenpulp, noodzakelijk is een grenswaarde voor het saccharosegehalte vast te stellen; dat het raadzaam is deze op 10 % vast te stellen; Overwegende dat gesneden gedeeltelijk ontsuikerde suikerbieten met een saccharosegehalte, berekend op de droge stof, van meer dan 10 gewichtspercenten, het saccharosegehalte van het bindmiddel daaronder begrepen, dient te worden ingedeeld onder post 12.04 A; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De gedeeltelijk ontsuikerde suikerbieten, ook indien gesneden en al dan niet in pellets, verkregen, hetzij door eenvoudig samenpersen, hetzij door samenpersen met behulp van een bindmiddel (tot ongeveer 3 gewichtspercenten), met een saccharosegehalte, berekend op de droge stof, het saccharosegehalte van het bindmiddel daaronder begrepen, van meer dan 10 gewichtspercenten, dient in het gemeenschappelijk douanetarief te worden ingedeeld onder post: 12.04 Suikerbieten, ook indien gesneden, vers, gedroogd of in poeder; suikerriet: A. Suikerbieten Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de eenentwintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 24 mei 1985. Voor de Commissie COCKFIELD Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 14 van 21. 1. 1969, blz. 1. (2) PB nr. L 191 van 16. 7. 1984, blz. 1. (3) PB nr. L 172 van 22. 7. 1968, blz. 1. (4) PB nr. L 320 van 10. 12. 1984, blz. 1.
