← Terug naar wetgeving
VerordeningEU

Commission Regulation (EEC) No 2267/84 of 31 July 1984 providing for the grant of private storage aid fixed at a standard rate in advance in respect of carcases, half-carcases, hindquarters and forequarters of beef

Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op EUR-Lex.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →

Avis juridique important

|

31984R2267

Verordening (EEG) nr. 2267/84 van de Commissie van 31 juli 1984 inzake de toekenning van een vooraf forfaitair vastgesteld steunbedrag voor de particuliere opslag van hele geslachte dieren, halve geslachte dieren, achtervoeten en voorvoeten van runderen

Publicatieblad Nr. L 208 van 03/08/1984 blz. 0031 - 0034
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 31 blz. 0243
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 31 blz. 0243


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 2267/84 VAN DE COMMISSIE

van 31 juli 1984

inzake de toekenning van een vooraf forfaitair vastgesteld steunbedrag voor de particuliere opslag van hele geslachte dieren, halve geslachte dieren, achtervoeten en voorvoeten van runderen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Griekenland, en met name op artikel 6, lid 5, sub b), en artikel 8, lid 2,

Overwegende dat wegens de ernstige moeilijkheden op de rundvleesmarkt doordat een buitengewoon groot aantal volwassen runderen geslacht is, steun voor de particuliere opslag van genoemde dieren noodzakelijk is;

Overwegende dat de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1091/80 van de Commissie (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2826/82 (3), ten aanzien van de toekenning van steun voor de particuliere opslag van rundvlees in acht moeten worden genomen;

Overwegende dat erop moet worden toegezien dat de betrokken dieren zijn geslacht in slachthuizen die erkend zijn en gecontroleerd worden overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 64/433/EEG van de Raad (4), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 83/90/EEG (5);

Overwegende dat in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 989/68 van de Raad (6), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 428/77 (7), is bepaald dat tot verkorting of verlenging van de opslagtermijn kan worden besloten indien de marktsituatie zulks vereist; dat het derhalve wenselijk is om, naast de voor een bepaalde opslagtermijn vastgestelde steunbedragen, ook bedragen vast te stellen waarmee laatstgenoemde steunbedragen moeten worden vermeerderd of verminderd in geval die termijn wordt verlengd of verkort;

Overwegende dat het, om te voorkomen dat ook de normale particuliere opslag wordt gefinancierd, wenselijk lijkt hoge minimumhoeveelheden vast te stellen;

Overwegende dat op grond van de te verwachten marktomstandigheden opslagperioden van negen tot twaalf maanden bepaald moeten worden; dat om de doeltreffendheid van de maatregel te vergroten, bepalingen moeten worden vastgesteld waardoor aan de aanvrager een voorschot kan worden toegekend, voor zover een waarborg gesteld wordt;

Overwegende dat gezien de uitzonderlijke omstandigheden op de rundvleesmarkt en ten einde de betrokkenen ertoe aan te zetten gebruik te maken van de particuliere opslag, bepaald moet worden dat produkten waarvoor een contract voor particuliere opslag gesloten is, voor een bepaalde termijn tegelijkertijd onder de regeling kunnen worden geplaatst als bedoeld in artikel 5, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 565/80 van 4 maart 1980 betreffende de vooruitbetaling van de uitvoerrestituties voor landbouwprodukten (8); dat met het oog op de contractuele opslagperioden moet worden afgeweken van artikel 11, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 798/80 van 31 maart 1980 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de vooruitbetaling van uitvoerrestituties en positieve monetaire compenserende bedragen voor landbouwprodukten (9), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1663/81 (10), ten aanzien van de periode waarin de produkten onder de in Verordening (EEG) nr. 565/80 vastgelegde regeling mogen blijven;

Overwegende dat in de mogelijkheid moet worden voorzien om de opslagtermijn te verkorten ingeval het uitgeslagen vlees voor uitvoer bestemd is; dat het bewijs dat het vlees is uitgevoerd moet worden geleverd op dezelfde wijze als voor de restituties, overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2730/79 van de Commissie (11), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 519/83 (12);

Overwegende dat de Lid-Staten de nodige gegevens moeten verstrekken om de Commissie in staat te stellen nauwlettend toezicht te houden op de regeling voor de particuliere opslag;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Vanaf 20 augustus tot en met 23 november 1984 kunnen aanvragen om toekenning van steun worden ingediend voor de particuliere opslag van een der aanbiedingsvormen van volwassen runderen, zoals deze zijn omschreven in artikel 2, lid 2,

De steunbedragen overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1091/80 per ton vlees met been, voor ieder van deze aanbiedingsvormen zijn vastgesteld in de bijlage.

De einddatum voor het indienen van de aanvragen kan worden gewijzigd indien zulks in verband met de hoeveelheden waarvoor aanvragen zijn ingediend of in verband met de marktsituatie wenselijk is.

2. Bij verlenging of verkorting van de opslagtermijnen worden de steunbedragen aangepast. De bedragen die moeten worden toegevoegd per maand of afgetrokken per dag, zijn voor ieder van de in artikel 2, lid 2, bedoelde aanbiedingsvormen vermeld in de bijlagen.

3. Tenzij in deze verordening anders is bepaald, gelden de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1091/80.

Artikel 2

1. De steun voor de particuliere opslag wordt slechts verleend voor vlees dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 3, lid 1, sub A, onder a) tot en met e), van Richtlijn 64/433/EEG van de Raad.

2. Voor de toepassing van deze verordening:

- heeft het hele geslachte dier een gemiddeld gewicht van minstens 220 kg,

- heeft het halve geslachte dier een gemiddeld gewicht van minstens 110 kg,

- wordt als achtervoet aangemerkt:

a) het achterste deel van het halve geslachte dier, dat is afgesneden volgens de zogenaamde »pistola"-versnijding, met ten minste vijf delen van ribben en ten hoogste acht delen van ribben en waarvan het gemiddeld gewicht ten minste 55 kg bedraagt; de »pistola"-versnijding houdt in dat de flank, platte ribben en naborst worden verwijderd van de achtervoet door een insnijding van het bovenste deel van de flank naar de onderzijde van de heupbeenvleugel en van daar een insnijding langs de dunne lenden, of

b) het achterste deel van het halve geslachte dier, dat is afgesneden volgens de zogenaamde »rechte" versnijding, met ten minste drie ribben en ten hoogste vijf ribben, en waarvan het gemiddeld gewicht ten minste 55 kg bedraagt,

- wordt als voorvoet aangemerkt:

a) het voorste deel van het halve geslachte dier, dat is afgesneden volgens de zogenaamde »pistola"-versnijding, met ten minste vijf ribben en ten hoogste acht ribben en waarvan het gewicht ten minste 55 kg bedraagt; bij deze versnijding zitten de flank, platte ribben en naborst aan de voorvoet vast, of

b) het voorste deel van het halve geslachte dier, dat is afgesneden volgens de zogenaamde »rechte" versnijding, met ten minste acht ribben en ten hoogste tien ribben, en waarvan het gemiddeld gewicht ten minste 55 kg bedraagt.

Artikel 3

1. De minimumhoeveelheid per contract bedraagt 20 ton, uitgedrukt in vlees met been.

2. Het contract kan slechts betrekking hebben op vlees met been en op een van de in artikel 2, lid 2, bedoelde aanbiedingsvormen.

3. De inslag moet beëindigd zijn binnen 28 dagen na de datum waarop het contract is gesloten.

Artikel 4

1. Onder voorbehoud van de in lid 2 vermelde bepalingen mag de contractant de in artikel 2, lid 2, bedoelde produkten vóór de inslag geheel of gedeeltelijk versnijden of uitbenen, op voorwaarde dat alleen de hoeveelheid waarvoor het contract is gesloten, wordt behandeld en dat alle bij het versnijden of uitbenen verkregen vlees wordt ingeslagen.

2. Indien de in ongewijzigde staat opgeslagen hoeveelheid vlees of, wanneer het versneden of uitgebeend vlees betreft, de hoeveelheid vlees met been die is behandeld, kleiner is dan de hoeveelheid waarvoor het contract is gesloten, en

a) groter is dan of gelijk is aan 90 % van deze hoeveelheid, wordt het in artikel 1, lid 1, tweede alinea, bedoelde steunbedrag voor de particuliere opslag naar evenredigheid verlaagd;

b) kleiner is dan 90 % van deze hoeveelheid, wordt de steun voor de particuliere opslag niet betaald.

3. Indien het vlees wordt uitgebeend, en

a) indien de opgeslagen hoeveelheid kleiner is dan of gelijk is aan 69 kg uitgebeend vlees per 100 kg vlees met been dat is behandeld, wordt de steun voor de particuliere opslag niet uitgekeerd;

b) indien de opgeslagen hoeveelheid groter is dan 69 en kleiner dan 77 kg uitgebeend vlees per 100 kg vlees met been dat is behandeld, wordt het in artikel 1, lid 1, tweede alinea, bedoelde bedrag evenredig verlaagd. 4. Er wordt geen steun verleend:

a) voor de in ongewijzigde staat opgeslagen hoeveelheid vlees of, in geval van versnijding of uitbening, voor de hoeveelheid vlees met been die is behandeld, die wordt opgeslagen boven de hoeveelheid waarvoor het contract is gesloten, en

b) wanneer het vlees wordt uitgebeend, voor de hoeveelheid boven 77 kg uitgebeend vlees per 100 kg vlees met been dat is behandeld.

Artikel 5

1. De opslagtermijn bedraagt 9, 10, 11 of 12 maanden naar keuze van de opslaghouder; deze moet de gewenste termijn vermelden bij de indiening van zijn in artikel 1, lid 1, eerste alinea, bedoelde aanvraag.

2. Op de betaling van de steun kan slechts aanspraak worden gemaakt wanneer al het vlees gedurende de gehele opslagtermijn in het vrieshuis is gebleven.

3. Na drie maanden contractuele opslag mag op verzoek van de opslaghouder een enkel voorschot op de steun worden uitgekeerd op voorwaarde dat de opslaghouder een waarborg stelt die gelijk is aan het bedrag van het voorschot vermeerderd met 20 %.

Het voorschot mag niet hoger zijn dan de steun die met de betrokken opslagduur overeenstemt en wordt in nationale valuta omgerekend aan de hand van de representatieve koers die geldt op de dag waarop het opslagcontract gesloten wordt.

4. De in lid 3 bedoelde waarborg wordt naar keuze van de opslaghouder, gesteld in contanten of in de vorm van een garantie van een instelling die voldoet aan de criteria die zijn vastgesteld door de Lid-Staat waarin de waarborg wordt gesteld.

5. De bepalingen van artikel 5, leden 2 en 3, van Verordening (EEG) nr. 1091/80 zijn eveneens van toepassing op de in lid 3 bedoelde waarborg.

Artikel 6

1. In afwijking van artikel 2, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 1091/80 kunnen produkten tegelijkertijd het voorwerp uitmaken van een contract voor particuliere opslag en onder toepassing van de regeling in artikel 5, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 565/80 worden geplaatst.

2. In dat geval bedraagt de in dat artikel bedoelde periode in afwijking van artikel 11, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 798/80, twaalf maanden.

Artikel 7

1. Na afloop van een opslagperiode van twee maanden mag de contractant het vlees waarvoor het opslagcontract is gesloten geheel of gedeeltelijk uitslaan, met dien verstande dat nooit minder dan 10 ton mag worden uitgeslagen en op voorwaarde dat binnen 60 dagen na de dag van uitslag:

- dit vlees het grondgebied van de Gemeenschap in de zin van artikel 9, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2730/79 heeft verlaten, of

- dit vlees zijn bestemming heeft bereikt in de in artikel 5, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2730/79 bedoelde gevallen, of

- dit vlees is opgeslagen in een erkend bevoorradingsdepot overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 2730/79.

De contractant waarschuwt het interventiebureau ten minste twee werkdagen vóór de uitslag, waarbij hij dient te melden welke hoeveelheden hij voornemens is uit te voeren.

Voor de toepassing van het bepaalde in de eerste alinea wordt het bewijs geleverd op dezelfde wijze als voor de restituties.

2. Bij toepassing van lid 1 wordt het steunbedrag verlaagd overeenkomstig artikel 1, lid 2, waarbij de eerste dag van uitslag niet begrepen is in de contractuele periode van opslag.

3. Wanneer na toepassing van artikel 5, lid 3, van de in lid 1 geboden mogelijkheid gebruik gemaakt wordt, wordt van de opslaghouder een bedrag teruggevorderd dat gelijk is aan het verschil tussen het uitgekeerde voorschot en het in lid 2 bedoelde bedrag.

Artikel 8

De in artikel 4, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1091/80 bedoelde waarborg bedraagt:

- 130 Ecu per ton voor contracten betreffende hele of halve geslachte dieren;

- 165 Ecu per ton voor contracten betreffende achtervoeten;

- 95 Ecu per ton voor contracten betreffende voorvoeten.

Artikel 9

De Lid-Staten delen de Commissie iedere week vóór donderdag de resultaten mee van de toepassing van artikel 5, lid 3, artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van deze verordening.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 31 juli 1984.

Voor de Commissie

Poul DALSAGER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 24.

(2) PB nr. L 114 van 3. 5. 1980, blz. 18.

(3) PB nr. L 297 van 23. 10. 1982, blz. 18.

(4) PB nr. 121 van 29. 7. 1964, blz. 2012/64.

(5) PB nr. L 59 van 5. 3. 1983, blz. 10.

(6) PB nr. L 169 van 18. 7. 1968, blz. 10.

(7) PB nr. L 61 van 5. 3. 1977, blz. 17.

(8) PB nr. L 62 van 4. 3. 1980, blz. 5.

(9) PB nr. L 87 van 31. 3. 1980, blz. 42.

(10) PB nr. L 166 van 24. 6. 1981, blz. 9.

(11) PB nr. L 317 van 12. 12. 1979, blz. 1.

(12) PB nr. L 58 van 5. 3. 1983, blz. 5.

BIJLAGE

1.2,5.6,7 // // // // Produkten waarvoor steun wordt verleend // Steunbedrag in Ecu per ton voor een opslagtermijn van: // Bedrag in Ecu per ton: // // // // 1.2.3.4.5.6.7 // // 9 maanden // 10 maanden // 11 maanden // 12 maanden // toe te voegen per maand // af te trekken per dag // // // // // // // // a) Hele of halve geslachte dieren, vers of gekoeld, met een gemiddeld gewicht van respectievelijk ten minste 220 kg en 110 kg // 640 // 660 // 680 // 700 // 35 // 0,65 // // // // // // // // b) Achtervoeten, met ten minste 5 ribben en ten hoogste 8 ribben, zogenaamde »pistola's", vers of gekoeld, waarvan het gemiddeld gewicht ten minste 55 kg bedraagt // 820 // 840 // 860 // 880 // 40 // 0,65 // // // // // // // // c) Achtervoeten, met ten minste 3 ribben en ten hoogste 5 ribben, zogenaamde »rechte" versnijding, vers of gekoeld, waarvan het gemiddeld gewicht ten minste 55 kg bedraagt // 805 // 825 // 845 // 865 // 40 // 0,65 // // // // // // // // d) Voorvoeten, met ten minste 5 ribben en ten hoogste 8 ribben, zogenaamde »pistola's", vers of gekoeld, waarvan het gemiddeld gewicht ten minste 55 kg bedraagt // 460 // 480 // 500 // 520 // 30 // 0,65 // // // // // // // // e) Voorvoeten, met ten minste 8 ribben en ten hoogste 10 ribben, zogenaamde »rechte" versnijding, vers of gekoeld, waarvan het gemiddeld gewicht ten minste 55 kg bedraagt // 475 // 495 // 515 // 535 // 30 // 0,65 // // // // // // //

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount