Commission Regulation (EEC) No 2093/84 of 19 July 1984 on the analytical procedures to be used in determining the dry matter, fatty matter and sugar content of certain ordinary bakers' wares falling within heading No 19.07 of the Common Customs Tariff
Avis juridique important
31984R2093
Verordening (EEG) nr. 2093/84 van de Commissie van 19 juli 1984 betreffende de analysemethoden voor de vaststelling van het gehalte aan droge stof, aan vetstoffen en aan suikers van bepaalde gewone bakkerswaren van post 19.07 van het gemeenschappelijk douanetarief
Publicatieblad Nr. L 193 van 21/07/1984 blz. 0015 - 0015
***** VERORDENING (EEG) Nr. 2093/84 VAN DE COMMISSIE van 19 juli 1984 betreffende de analysemethoden voor de vaststelling van het gehalte aan droge stof, aan vetstoffen en aan suikers van bepaalde gewone bakkerswaren van post 19.07 van het gemeenschappelijk douanetarief DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 97/69 van de Raad van 16 januari 1969 betreffende de maatregelen die moeten worden getroffen voor de uniforme toepassing van de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief (1), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Griekenand, inzonderheid op artikel 3, Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 803/80 van de Commissie (2) is bepaald dat gewone bakkerswaren waarvan het gehalte aan vetstoffen en het gehalte aan suikers (na inversie bepaald en berekend als glucose) elk niet meer bedraagt dan 5 gewichtspercenten berekend op de droge stof, in het gemeenschappelijk douanetarief dienen te worden ingedeeld onder post 19.07; Overwegende dat het voor de vaststelling van de in Verordening (EEG) nr. 803/80 genoemde kwaliteitskenmerken, noodzakelijk is analysevoorschriften vast te stellen, ten einde de uniforme toepassing van de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief te waarborgen; Overwegende dat na het afsluiten van studies en verder onderzoek de volgende analysemethoden de meest geschikte lijken: - bepaling van het gehalte aan droge stof door een representatief monster bij 103 ± 2° C te drogen totdat de massa constant blijft; - bepaling van het gehalte aan vetstoffen: na ontsluiting door middel van zoutzuur. De met petroleumether extraheerbare stoffen verkregen na ontsluiting met zoutzuur, worden als vetstoffen beschouwd; - bepaling van het gehalte aan suikers: na inversie, volgens de in bijlage II, methode 6, van Richtlijn 79/796/EEG van de Commissie (3) beschreven methode Luff-Schoorl. De inversie moet tot stand worden gebracht door gebruik te maken van een enzymatische methode en mag alleen de inversie van de saccharose tot gevolg hebben; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De in Verordening (EEG) nr. 803/80 bedoelde analytische kwaliteitskenmerken dienen als volgt te worden vastgesteld: - bepaling van het gehalte aan droge stof: door een representatief monster bij 103 ± 2 °C te drogen totdat de massa constant blijft; - bepaling van het gehalte aan vetstoffen: na ontsluiting door middel van zoutzuur. De met petroleumether extraheerbare stoffen, verkregen na ontsluiting met zoutzuur, worden als vetstoffen beschouwd; - bepaling van het gehalte aan suikers: na inversie, volgens de in bijlage II, methode 6, van Richtijn 79/796/EEG beschreven methode Luff-Schoorl. De inversie moet tot stand worden gebracht door gebruik te maken van een enzymatische methode en mag alleen de inversie van de saccharose tot gevolg hebben. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de eenentwintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 19 juli 1984. Voor de Commissie Karl-Heinz NARJES Lid van de Commissie (1) PB nr. L 14 van 21. 1. 1969, blz. 1. (2) PB nr. L 87 van 1. 4. 1980, blz. 55. (3) PB nr. L 239 van 22. 9. 1979, blz. 24.
