Commission Regulation (EEC) No 1219/84 of 30 April 1984 on the classification of goods under subheading 64.02 B of the Common Customs Tariff
Avis juridique important
31984R1219
Verordening (EEG) nr. 1219/84 van de Commissie van 30 april 1984 betreffende de indeling van goederen onder postonderverdeling 64.02 B van het gemeenschappelijk douanetarief
Publicatieblad Nr. L 117 van 03/05/1984 blz. 0018 - 0019
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 2 Deel 4 blz. 0034
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 02 Deel 10 blz. 0223
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 2 Deel 4 blz. 0034
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 02 Deel 10 blz. 0223
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1219/84 VAN DE COMMISSIE van 30 april 1984 betreffende de indeling van goederen onder postonderverdeling 64.02 B van het gemeenschappelijk douanetarief DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 97/69 van de Raad van 16 januari 1969 betreffende de maatregelen die moeten worden getroffen voor de uniforme toepassing van de Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief (1), laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van Griekenland, inzonderheid op artikel 3, Overwegende dat, ten einde de uniforme toepassing van de Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief te waarborgen, bepalingen dienen te worden vastgesteld met betrekking tot de indeling van schoeisel van het type »espadrilles" bestaande uit een bovendeel van weefsel en een buitenzool van henneptouw die: a) aan de teen, in het midden en aan de hiel, of b) aan de teen, onder de bal van de voet en aan de hiel, met rubber of met kunstmatige plastische stof (35 % of meer van het totale loopvlak van de buitenzool) is bedekt; Overwegende dat in het gemeenschappelijk douanetarief, dat als bijlage is gevoegd bij Verordening (EEG) nr. 950/68 van de Raad (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1018/84 (3), post 64.02 betrekking heeft op schoeisel met buitenzool van leder of van kunstleder; schoeisel (ander dan schoeisel bedoeld bij post 64.01), met buitenzool van rubber of van kunstmatige plastische stof en post 64.04 op schoeisel met buitenzool van andere stoffen (touw, karton, weefsel, vilt, vlechtwerk, enz.); dat deze posten voor de indeling van onderhavig schoeisel in aanmerking kunnen worden genomen; Overwegende dat het onderscheid tussen de produkten die onder de ene of de andere tariefpost worden ingedeeld, hoofdzakelijk wordt bepaald door de kenmerkende eigenschappen van de buitenzolen; dat de buitenzool, waarvan de het meest aan slijtage onderhavige delen met rubber of kunstmatige plastische stof is bedekt, gezien hun gebruik, de vergelijkbare sterkte en duurzaamheid het karakter van zolen van rubber of van kunstmatige plastische stof verkrijgen; Overwegende dat het onderhavige schoeisel van het type »espadrilles" op grond van de algemene bepaling 3 b) voor de toepassing van de Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief onder post 64.02 dient te worden ingedeeld; dat binnen deze post onderverdeling B van toepassing is; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Schoeisel van het type »espadrilles" bestaande uit een bovendeel van weefsel en een buitenzool van henneptouw die: a) aan de teen, in het midden en aan de hiel, of b) aan de teen, onder de bal van de voet en aan de hiel, met rubber of met kunstmatige plastische stof (35 % of meer van het totale loopvlak van de buitenzool) is bedekt, wordt in het gemeenschappelijk douanetarief ingedeeld onder post 64.02 Schoeisel met buitenzool van leder of van kunstleder; schoeisel (ander dan schoeisel bedoeld bij post 64.01), met buitenzool van rubber of van kunstmatige plastische stof: B. ander. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de éénentwintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 30 april 1984. Voor de Commissie Karl-Heinz NARJES Lid van de Commissie (1) PB nr. L 14 van 21. 1. 1969, blz. 1. (2) PB nr. L 72 van 22. 7. 1968, blz. 1. (3) PB nr. L 107 van 19. 4. 1984, blz. 1.
