Commission Regulation (EEC) No 14/84 of 4 January 1984 amending Regulations (EEC) No 1107/68, (EEC) No 2496/78, (EEC) No 1402/83, (EEC) No 1441/83 and (EEC) No 2769/83 with regard to the detailed rules for the granting of private storage aid for certain cheeses
Avis juridique important
31984R0014
Verordening (EEG) nr. 14/84 van de Commissie van 4 januari 1984 houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 1107/68, (EEG) nr. 2496/78, (EEG) nr. 1402/83, (EEG) nr. 1441/83 en (EEG) nr. 2769/83 betreffende de bepalingen voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag van bepaalde kaassoorten
Publicatieblad Nr. L 003 van 05/01/1984 blz. 0013 - 0014
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 17 blz. 0029
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 29 blz. 0209
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 17 blz. 0029
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 29 blz. 0209
***** VERORDENING (EEG) Nr. 14/84 VAN DE COMMISSIE van 4 januari 1984 houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 1107/68, (EEG) nr. 2496/78, (EEG) nr. 1402/83, (EEG) nr. 1441/83 en (EEG) nr. 2769/83 betreffende de bepalingen voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag van bepaalde kaassoorten DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1600/83 (2), en met name op artikel 6, lid 7, artikel 8, lid 5, en artikel 9, lid 3, Overwegende dat in artikel 2, lid 1, sub e), tweede streepje, van Verordening (EEG) nr. 1402/83 van de Commissie van 1 juni 1983 met betrekking tot de bepalingen voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag van bewaarkaas gedurende het melkprijsjaar 1983/1984 (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2793/83 (4), is bepaald dat de wijzigingen in de samenstelling van de in het contract begrepen partij die door het interventiebureau kunnen worden toegestaan, beperkt zijn tot de hoeveelheden kaas waarbij kwaliteitsverlies is opgetreden; dat het buitensporig lijkt deze beperking ook na het einde van de minimumopslagperiode toe te passen; dat het passend blijkt in de mogelijkheid te voorzien, dat na de minimumopslagperiode een gedeelte van een in een contract begrepen partij kan worden uitgeslagen zonder dat men voor de gehele betrokken partij het recht op steun verliest; dat dezelfde bepalingen eveneens zijn opgenomen in Verordening (EEG) nr. 1107/68 van de Commissie van 27 juli 1968 houdende uitvoeringsbepalingen betreffende de interventiemaatregelen op de markt voor Grana Padano-kaas en Parmigiano-Reggiano-kaas (5), Verordening (EEG) nr. 2496/78 van de Commissie van 26 oktober 1978 betreffende de nadere regels voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag van Provolone-kaas (6), Verordening (EEG) nr. 1441/83 van de Commissie van 3 juni 1983 tot invoering van steun voor de particuliere opslag van Pecorino Romano-kaas (7), alle gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2793/83, en in Verordening (EEG) nr. 2769/83 van de Commissie van 4 oktober 1983 tot invoering van steun voor de particuliere opslag van Kefalotyri- en Kasseri-kaas (8); dat bijgevolg dezelfde wijzigingen in de genoemde verordeningen moeten worden aangebracht; Overwegende dat de betrokken bepalingen van de genoemde verordeningen bij Verordening (EEG) nr. 2793/83 die op 10 oktober 1983 in werking is getreden, zijn ingevoerd; dat dientengevolge dezelfde datum moet worden vastgesteld voor de toepassing van deze verordening; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Aan artikel 17, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1107/68 wordt een als volgt luidende alinea toegevoegd: »In afwijking van artikel 16, lid 1, sub d), eerste streepje, mag de opslaghouder aan het einde van het in de eerste alinea bedoelde tijdvak van 90 dagen, een gehele onder contract staande partij of een gedeelte ervan uitslaan. De hoeveelheid die mag worden uitgeslagen, bedraagt ten minste 200 kazen.". Artikel 2 Aan artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2496/78 wordt een derde lid toegevoegd, luidende als volgt: »3. In afwijking van artikel 2, lid 1, sub f), tweede streepje, mag de opslaghouder aan het einde van het in lid 1 bedoelde tijdvak van 60 dagen, een gehele onder contract staande partij of een gedeelte ervan uitslaan. De hoeveelheid die mag worden uitgeslagen, bedraagt ten minste 500 kg. De Lid-Staten kunnen deze hoeveelheid echter verhogen tot 2 ton.". Artikel 3 Artikel 4, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1402/83 wordt als volgt gelezen: »In afwijking van artikel 2, lid 1, sub e), tweede streepje, mag de opslaghouder aan het einde van het in de eerste alinea bedoelde tijdvak van 90 dagen, en na het begin van de in artikel 3, lid 2, bedoelde periode van uitslag, een gehele onder contract staande partij of een gedeelte ervan uitslaan. De hoeveelheid die mag worden uitgeslagen, bedraagt ten minste 500 kg. De Lid-Staten kunnen echter deze hoeveelheid verhogen tot 2 ton. De datum van het begin van de uitslag van de partij kaas waarop de overeenkomst betrekking heeft, is niet begrepen in de periode van contractuele opslag.". Artikel 4 Artikel 3, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1441/83 wordt als volgt gelezen: »3. Het bedrag van de steun mag niet hoger zijn dan het bedrag dat overeenkomt met een contractuele opslagduur van 150 dagen, aflopend vóór 1 maart 1984. In afwijking van artikel 2, lid 1, sub d), tweede streepje, mag de opslaghouder aan het einde van de in lid 2 bedoelde periode van 60 dagen, een gehele onder contract staande partij of een gedeelte ervan uitslaan. De hoeveelheid die mag worden uitgeslagen, bedraagt ten minste 500 kg. De Lid-Staten kunnen deze hoeveelheid echter verhogen tot 2 ton. De datum van het begin van de uitslag van de partij kaas waarop het contract betrekking heeft, is niet begrepen in de contractuele opslagperiode.". Artikel 5 Artikel 3, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2769/83 wordt als volgt gelezen: »3. Het bedrag van de steun mag niet hoger zijn dan het bedrag dat overeenkomt met een contractuele opslagduur van 150 dagen, aflopend vóór 1 maart 1984. In afwijking van artikel 2, lid 1, sub d), derde streepje, mag de opslaghouder aan het einde van de in lid 2 bedoelde periode van 60 dagen, een gehele onder contract staande partij of een gedeelte ervan uitslaan. De hoeveelheid die mag worden uitgeslagen, bedraagt ten minste 500 kg. De Lid-Staten kunnen echter deze hoeveelheid verhogen tot 2 ton. De datum van het begin van de uitslag van de partij kaas waarop het contract betrekking heeft, is niet begrepen in de contractuele opslagperiode.". Artikel 6 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van 10 oktober 1983. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 4 januari 1984. Voor de Commissie Poul DALSAGER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13. (2) PB nr. L 163 van 22. 6. 1983, blz. 56. (3) PB nr. L 143 van 2. 6. 1983, blz. 19. (4) PB nr. L 274 van 7. 10. 1983, blz. 16. (5) PB nr. L 184 van 29. 7. 1968, blz. 29. (6) PB nr. L 300 van 27. 10. 1978, blz. 24. (7) PB nr. L 146 van 4. 6. 1983, blz. 12. (8) PB nr. L 272 van 5. 10. 1983, blz. 16.
