Commission Regulation (EEC) No 2769/83 of 4 October 1983 introducing private storage aid for Kefalotyri and Kasseri cheeses
Avis juridique important
31983R2769
Verordening (EEG) nr. 2769/83 van de Commissie van 4 oktober 1983 tot invoering van steun voor de particuliere opslag van Kefalotyri- en Kasserikaas
Publicatieblad Nr. L 272 van 05/10/1983 blz. 0016 - 0017
***** VERORDENING (EEG) Nr. 2769/83 VAN DE COMMISSIE van 4 oktober 1983 tot invoering van steun voor de particuliere opslag van Kefalotyri- en Kasserikaas DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1600/83 (2), en met name op artikel 9, lid 3, en artikel 28, Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 508/71 van de Raad van 8 maart 1971 houdende vaststelling van de algemene regels voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag van bewaarkaas (3) met name is bepaald dat voor kaassoorten op basis van schapemelk, die ten minste zes maanden moeten rijpen, kan worden besloten tot verlening van steun voor de particuliere opslag indien een ernstig gebrek aan evenwicht op de markt door seizoenopslag kan worden opgeheven of verminderd; Overwegende dat de markt voor Kefalotyri- en Kasserikaas momenteel wordt verstoord door moeilijk af te zetten voorraden, die een prijsverlaging veroorzaken; dat bijgevolg moet worden besloten tot seizoenopslag waardoor in deze situatie verbetering kan worden gebracht en waardoor de betrokken kaasproducenten de nodige tijd krijgen om afzetmogelijkheden te zoeken; Overwegende dat het met betrekking tot de uitvoeringsbepalingen van deze maatregel dienstig is in hoofdzaak de bepalingen aan te houden die voor een analoge maatregel voor Pecorino Romano-kaas werden vastgesteld; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Voor de particuliere opslag van Kefalotyri- en Kasserikaas die in de Gemeenschap is geproduceerd uit schapemelk en die voldoet aan de in de artikelen 2 en 3 gestelde eisen, wordt steun verleend. Artikel 2 1. Het interventiebureau sluit slechts een opslagcontract wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: a) de partij kaas waarvoor het contract wordt gesloten moet ten minste twee ton bedragen; b) de kaas moet ten minste negentig dagen vóór de in het contract vermelde datum van het begin van de opslag en na 31 december 1982 zijn geproduceerd; c) bij een onderzoek moet zijn geconstateerd dat de kaas voldoet aan de sub b) bedoelde voorwaarde en dat het kaas van eerste kwaliteit betreft; d) de opslaghouder moet zich ertoe verbinden: - de kaas tijdens de gehele opslagperiode te bewaren in ruimten waar de temperatuur ten hoogste + 16 °C bedraagt; - een voorraadboekhouding te voeren en het interventiebureau elke week mede te delen welke hoeveelheden in de afgelopen week zijn ingeslagen, respectievelijk uitgeslagen; - de samenstelling van de partij waarop het contract betrekking heeft tijdens de looptijd van het contract niet te wijzigen zonder toestemming van het interventiebureau. Het interventiebureau kan toestemming geven voor een wijziging wanneer deze beperkt blijft tot de uitslag of vervanging van kaas die door achteruitgang van de kwaliteit niet langer opgeslagen kan blijven. Bij uitslag van een hoeveelheid: - wordt het contract geacht geen enkele wijziging te hebben ondergaan, indien deze hoeveelheid met instemming van het interventiebureau wordt vervangen; - wordt het contract geacht vanaf het begin te zijn gesloten voor de steeds in opslag gebleven hoeveelheid, indien de uitgeslagen hoeveelheid niet wordt vervangen. De door deze wijziging veroorzaakte controlekosten komen ten laste van de opslaghouder. 2. Het opslagcontract: a) wordt schriftelijk gesloten en in het contract wordt de datum van het begin van de contractuele opslag vermeld; deze datum mag ten vroegste de dag zijn die volgt op de dag van de beëindiging van de inslag van de partij kaas waarop het contract betrekking heeft; b) wordt gesloten na beëindiging van de inslag van de partij kaas waarop het contract betrekking heeft en uiterlijk veertig dagen na de datum van het begin van de contractuele opslag. Artikel 3 1. De steun wordt slechts verleend voor kaas, die is ingeslagen in het tijdvak tot en met 15 november 1983. 2. Er wordt geen steun verleend wanneer de contractuele opslagduur minder dan zestig dagen bedraagt. 3. Het maximumbedrag van de steun kan niet hoger zijn dan het bedrag dat overeenkomt met een contractuele opslagduur van honderdvijftig dagen, aflopend vóór 1 maart 1984. De datum van het begin van de uitslag van de partij kaas waarop het contract betrekking heeft is niet begrepen in de contractuele opslagperiode. Artikel 4 1. De steun bedraagt 2,28 Ecu/ton per dag. 2. Het in Ecu uitgedrukte bedrag dat geldt voor een opslagcontract is het bedrag dat van toepassing is op de eerste dag van de overeengekomen opslagperiode. Voor de omrekening in nationale valuta wordt de koers aangehouden die geldt op de laatste dag van de overeengekomen opslagperiode. 3. De steun wordt uitbetaald binnen negentig dagen te rekenen vanaf de laatste dag van de overeengekomen opslag. Artikel 5 De in deze verordening bedoelde termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden worden bepaald overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 (1). Artikel 3, lid 4, van die verordening is evenwel niet van toepassing voor de vaststelling van de duur van de contractuele opslag. Artikel 6 Het interventiebureau treft de nodige maatregelen om de controle op de partijen waarvoor contracten zijn afgesloten te waarborgen. Het schrijft met name voor dat kaas waarvoor een contract is gesloten, moet worden gemerkt. Artikel 7 De Lid-Staten delen de Commissie uiterlijk dinsdag van iedere week mee: a) voor welke hoeveelheden kaas in de voorafgaande week opslagcontracten zijn gesloten; b) eventueel, voor welke hoeveelheden de in artikel 2, sub d), derde streepje, bedoelde toestemming is verleend. Artikel 8 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 4 oktober 1983. Voor de Commissie Poul DALSAGER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13. (2) PB nr. L 163 van 22. 6. 1983, blz. 56. (3) PB nr. L 58 van 11. 3. 1971, blz. 1. (1) PB nr. L 124 van 8. 6. 1971, blz. 1.
