← Terug naar wetgeving
VerordeningEUDouane

Commission Regulation (EEC) No 2290/83 of 29 July 1983 laying down provisions for the implementation of Articles 50 to 59 of Council Regulation (EEC) No 918/83 setting up a Community system of reliefs from customs duty

Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op EUR-Lex.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →

Avis juridique important

|

31983R2290

Verordening (EEG) nr. 2290/83 van de Commissie van 29 juli 1983 houdende uitvoeringsbepalingen van de artikelen 50 tot en met 59 van Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

Publicatieblad Nr. L 220 van 11/08/1983 blz. 0020 - 0024
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 2 Deel 3 blz. 0212
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 02 Deel 10 blz. 0055
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 2 Deel 3 blz. 0212
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 02 Deel 10 blz. 0055


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 2290/83 VAN DE COMMISSIE

van 29 juli 1983

houdende uitvoeringsbepalingen van de artikelen 50 tot en met 59 van Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (1), in het bijzonder op artikel 143,

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 1798/75 van de Raad van 10 juli 1975 betreffende de invoer met vrijstelling van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard (2) door de artikelen 50 tot en met 59 van Verordening (EEG) nr. 918/83 is vervangen; dat bijgevolg Verordening (EEG) nr. 2784/79 van de Commissie van 12 december 1979 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1798/75 (3) dient te worden vervangen door een nieuwe verordening, waarin uitvoeringsbepalingen van de artikelen 50 tot en met 59 van Verordening (EEG) nr. 918/83 zijn neergelegd;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité douanevrijstellingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Deze verordening stelt uitvoeringsbepalingen vast voor de artikelen 50 tot en met 59 van Verordening (EEG) nr. 918/83, hierna »basisverordening" genoemd.

TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

A. Verplichtingen van de instelling of organisatie van bestemming

Artikel 2

1. De invoer met vrijstelling van de rechten bij invoer van voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard als bedoeld in artikel 51, in artikel 52, lid 1, in artikel 53 en in artikel 56 van de basisverordening, hierna »voorwerpen", te noemen, houdt voor de instelling of organisatie van bestemming de verplichting in om:

- de voorwerpen rechtstreeks over te brengen naar de aangegeven plaats van bestemming;

- deze op te nemen in haar inventarislijst;

- deze uitsluitend te gebruiken voor niet-commerciële doeleinden in de zin van artikel 54, tweede streepje, van de basisverordening;

- elke controle te vergemakkelijken die de bevoegde autoriteiten noodzakelijk achten, ten einde na te gaan of aan de voorwaarden voor het verlenen van de vrijstelling is en nog steeds wordt voldaan.

2. Het hoofd van de instelling of organisatie van bestemming, of diens gevolmachtigde, dient aan de bevoegde autoriteiten een verklaring over te leggen dat hij kennis heeft genomen van de verschillende in lid 1 opgesomde verplichtingen en dat hij zich ertoe verbindt deze te zullen naleven.

De bevoegde autoriteiten kunnen bepalen dat de in de vorige alinea bedoelde verklaring wordt overgelegd, hetzij bij elke invoer, hetzij voor een aantal invoerhandelingen, hetzij eventueel voor de totale invoer die door de instelling of organisatie van bestemming wordt verricht.

B. Bepalingen die van toepassing zijn in geval van bruikleen, verhuur of overdracht

Artikel 3

1. Wanneer het bepaalde in artikel 57, lid 2, eerste alinea, van de basisverordening wordt toegepast, dient de instelling of organisatie aan welke een voorwerp in bruikleen gegeven, verhuurd of overgedragen wordt, vanaf de datum van ontvangst ervan, dezelfde verplichtingen in acht te nemen als bedoeld in artikel 2.

2. Wanneer de instelling of organisatie aan welke een voorwerp in bruikleen gegeven, verhuurd of overgedragen wordt, in een andere Lid-Staat is gevestigd dan die waar de instelling of organisatie is gevestigd, die het voorwerp in bruikleen geeft, verhuurt of overdraagt, geeft de verzending van bedoeld voorwerp met deze Lid-Staat als bestemming, aanleiding tot de afgifte van een controle-exemplaar T nr. 5 door het bevoegde douanekantoor van de Lid-Staat van vertrek overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 223/77, om de zekerheid te geven dat dit voorwerp wordt gebruikt voor een doel dat recht geeft op handhaving van de vrijstelling. Hiertoe moet op het bedoelde controle-exemplaar in vak 104, onder de rubriek »andere", één van de volgende vermeldingen staan:

- »Voorwerp met vrijstelling van rechten bij invoer (UNESCO).

Toepassing van artikel 57, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 918/83";

- »Importafgiftsfrit indfoerte varer (UNESCO).

Anvendelse af artikel 57, stk. 2, i forordning (EOEF) nr. 918/83";

- »Abgabenfreie Ware (UNESCO).

Anwendung von Artikel 57 Absatz 2 der Verordnung (EWG) Nr. 918/83";

- »Eídi eisagómena atelós apó toys eisagogikoýs dasmoýs ( UNESCO).

Efarmogí toy árthroy 57 parágrafos 2 déftero edáfio toy kanonismoý (EOK) arith. 918/83";

- »Goods admitted free of import duties (UNESCO).

Implementation of Article 57 (2) of Regulation (EEC) No 918/83";

- »Objet en franchise des droits à l'importation (UNESCO).

Application de l'article 57 paragraphe 2 du règlement (CEE) no 918/83";

- »Oggetto in franchigia dai dazi all'importazione (UNESCO).

Applicazione dell'articolo 57, paragrafo 2, del regolamento (CEE) n. 918/83".

3. Het bepaalde in de leden 1 en 2 is van overeenkomstige toepassing op bruikleen, verhuur of overdracht van reserveonderdelen, specifieke onderdelen of toebehoren bestemd voor wetenschappelijke instrumenten of apparaten, alsmede op het gereedschap voor het onderhoud, de controle, het kalibreren of het herstel van wetenschappelijke instrumenten of apparaten, die op grond van artikel 53 van de basisverordening met vrijstelling zijn toegelaten.

TITEL II

BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE DE INVOER MET VRIJSTELLING VAN EEN VOORWERP VAN OPVOEDKUNDIGE, WETENSCHAPPELIJKE OF CULTURELE AARD OP GROND VAN ARTIKEL 51 VAN DE BASISVERORDENING

Artikel 4

Om een voorwerp op grond van artikel 51 van de basisverordening met vrijstelling te kunnen invoeren, dient het hoofd van de instelling of organisatie van bestemming, of diens gevolmachtigde, bij de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar deze instelling of organisatie is gevestigd, een daartoe strekkend verzoek in te dienen.

Dit verzoek dient vergezeld te gaan van alle gegevens die door de bevoegde autoriteit noodzakelijk worden geacht om vast te stellen of aan de voorwaarden voor het verlenen van de vrijstelling is voldaan.

TITEL III

BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE DE INVOER MET VRIJSTELLING VAN WETENSCHAPPELIJKE INSTRUMENTEN OF APPARATEN OP GROND VAN DE ARTIKELEN 52, 54 EN 55 VAN DE BASISVERORDENING

Artikel 5

1. Met het oog op de toepassing van artikel 54, eerste streepje, van de basisverordening wordt onder »objectieve technische kenmerken" van een wetenschappelijk instrument of apparaat verstaan de kenmerken die voortvloeien uit de bouw van genoemd instrument of apparaat of uit de wijzigingen die in vergelijking met een instrument of apparaat van een gangbaar type daarin zijn aangebracht, waardoor het prestaties kan leveren van hoog niveau die niet vereist zijn voor industrieel of commercieel gebruik.

Wanneer op grond van de objectieve technische kenmerken het niet mogelijk is op ondubbelzinnige wijze vast te stellen of een instrument of een apparaat als een wetenschappelijk instrument of apparaat moet worden beschouwd, wordt nagegaan voor welke doeleinden de instrumenten of apparaten van het soort waarvoor de invoer met vrijstelling wordt gevraagd, in de Gemeenschap gewoonlijk worden gebruikt.

Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat dit instrument of apparaat voornamelijk wordt gebruikt voor de verwezenlijking van wetenschappelijke activiteiten, wordt het aangemerkt als een wetenschappelijk karakter te bezitten.

2. Om de in artikel 54, derde streepje, van de basisverordening bedoelde vergelijking te maken, worden slechts de technische kenmerken die van doorslaggevend belang kunnen zijn voor het resultaat van de beoogde specifieke werkzaamheden, als »essentieel" beschouwd.

Bij deze vergelijking worden met name niet in de beschouwing betrokken:

- het technisch concept van een instrument of apparaat;

- het feit dat een instrument of apparaat hogere prestaties kan leveren dan die welke noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de beoogde specifieke werkzaamheden;

- de uiterlijke vormgeving van een instrument of apparaat;

- de handelswaarde ervan;

- de frequentie van het onderhoud dat daarvoor nodig is;

- de serviceverlening die ervoor gegeven kan worden.

Artikel 6

1. Om wetenschappelijke instrumenten of apparaten op grond van artikel 52, lid 1, van de basisverordening met vrijstelling te kunnen invoeren, dient het hoofd van de instelling of organisatie van bestemming, of diens gevolmachtigde, een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar deze instelling of organisatie is gevestigd, 2. Het in lid 1 bedoelde verzoek moet inzake het betrokken instrument of apparaat de volgende gegevens bevatten:

a) de door de fabrikant gebruikte nauwkeurige handelsbenaming van dat instrument of apparaat, de vermoedelijke indeling ervan in het gemeenschappelijk douanetarief, alsmede de objectieve technische kenmerken op grond waarvan het wetenschappelijk karakter van het instrument of apparaat kan worden aangetoond,

b) de naam of firmanaam en het adres van de fabrikant en, in voorkomend geval, van de leverancier,

c) het land van oorsprong van het instrument of apparaat,

d) de plaats waar het instrument of apparaat zal worden gebruikt,

e) het gebruik waarvoor het instrument of apparaat is bestemd,

f) de nauwkeurige beschrijving van het project waarbij het instrument of apparaat zal worden gebruikt,

g) de prijs van het instrument of apparaat of de douanewaarde ervan,

h) de leveringstermijn,

i) de datum van bestelling van het instrument of apparaat, indien dit reeds werd besteld,

j) de naam of firmanaam en het adres van het bedrijf of de bedrijven in de Gemeenschap waarbij de nodige stappen werden gedaan met het oog op de leverantie van een instrument of apparaat van gelijke wetenschappelijke waarde als die van het instrument of apparaat waarvoor om vrijstelling wordt verzocht, het resultaat van deze stappen en de nauwkeurige redenen waarom een in de Gemeenschap verkrijgbaar instrument of apparaat niet voor de verwezenlijking van de beoogde bijzondere wetenschappelijke activiteiten kan worden gebruikt.

Bij dit verzoek dient documentatiemateriaal te worden gevoegd met alle dienstige gegevens over de kenmerken en technische bijzonderheden van het instrument of apparaat.

Artikel 7

1. De bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar de instelling of organisatie van bestemming is gevestigd, beslist rechtstreeks op het in artikel 6 bedoelde verzoek, in alle gevallen waarin de gegevens waarover zij beschikt, eventueel na overleg met belanghebbende economische kringen, haar in staat stellen te bepalen of het instrument of apparaat al dan niet als wetenschappelijk moet worden beschouwd en of er op dat moment al dan niet instrumenten of apparaten van dezelfde wetenschappelijke waarde in de Gemeenschap worden vervaardigd.

2. Wanneer de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar de instelling of organisatie van bestemming is gevestigd, niet in staat is de in lid 1 bedoelde beslissing te nemen, worden het verzoek en de daarop betrekking hebbende technische documentatie aan de Commissie gezonden, ten einde het haar mogelijk te maken de in de hierna volgende leden 3 tot en met 7 vervatte procedure in te leiden.

In afwachting van het verloop van die procedure, kan de bevoegde autoriteit de invoer van het instrument of apparaat, waarvoor het verzoek werd ingediend, toestaan met voorlopige vrijstelling van rechten bij invoer, mits de instelling of organisatie van bestemming zich ertoe verbindt de rechten te betalen indien de vrijstelling niet worden verleend.

De bevoegde autoriteit kan deze voorlopige vrijstelling afhankelijk stellen van een zekerheidstelling onder de door haar vastgestelde voorwaarden.

3. Binnen twee weken volgende op de datum van ontvangst van het verzoek zendt de Commissie daarvan een afschrift aan de Lid-Staten met de desbetreffende documentatie.

4. Wanneer geen enkele Lid-Staat, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van toezending van deze mededeling, bezwaren bij de Commissie heeft ingediend met betrekking tot de invoer met vrijstelling van het betrokken instrument of apparaat, wordt genoemd instrument of apparaat geacht te voldoen aan de voor deze invoer met vrijstelling gestelde voorwaarden. Hiervan wordt binnen twee weken na het verstrijken van de vastgestelde termijn door de Commissie kennis gegeven aan de betreffende Lid-Staat. Deze kennisgeving wordt zo spoedig mogelijk, eventueel in verkorte vorm, in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, serie C, gepubliceerd.

5. Wanneer een Lid-Staat, binnen de in lid 4 bedoelde termijn van drie maanden, bij de Commissie bezwaren heeft ingediend met betrekking tot de invoer met vrijstelling van het betrokken instrument of apparaat, legt de Commissie dit speciale geval zo spoedig mogelijk ter beoordeling voor aan een groep deskundigen bestaande uit vertegenwoordigers van alle Lid-Staten, die in het verband van het Comité douanevrijstellingen bijeenkomt.

De in de vorige alinea bedoelde bezwaren dienen met redenen omkleed te zijn. Al naar gelang van het geval moet hieruit blijken waarom genoemd instrument of apparaat niet als wetenschappelijk beschouwd moet worden of moet hierin het juiste type worden aangegeven van het in de Gemeenschap vervaardigde instrument of apparaat dat beschouwd dient te worden als zijnde van gelijke wetenschappelijke waarde als dat waarvoor de vrijstelling is gevraagd, alsmede de naam of firmanaam en het adres van het bedrijf in de Gemeenschap dat dit kan leveren. In dit laatste geval dient een technische documentatie betreffende de in de Gemeenschap vervaardigde instrumenten of apparaten onverwijld naar de Commissie te worden gezonden.

Zodra de Commissie deze gegevens ontvangen heeft, geeft zij die door aan de Lid-Staten.

6. Wanneer uit het overeenkomstig lid 5 ingestelde onderzoek blijkt dat het instrument of apparaat waar voor om vrijstelling werd verzocht, als wetenschappelijk moet worden beschouwd en dat op dat moment in de Gemeenschap geen instrumenten of apparaten van dezelfde wetenschappelijke waarde worden vervaardigd, geeft de Commissie een beschikking waarin wordt vastgesteld dat het betrokken instrument of apparaat voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn om met vrijstelling te worden toegelaten.

Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat het instrument of apparaat waarvoor vrijstelling wordt gevraagd, niet als wetenschappelijk beschouwd dient te worden, dan wel dat instrumenten of apparaten van dezelfde wetenschappelijke waarde momenteel in de Gemeenschap worden vervaardigd, geeft de Commissie een beschikking waarin wordt vastgesteld dat het betrokken instrument of apparaat niet aan de voorwaarden voldoet die zijn gesteld om met vrijstelling te worden toegelaten.

Aan de betreffende Lid-Staat wordt binnen een termijn van twee weken van de beschikking van de Commissie kennis gegeven. Deze beschikking wordt zo spoedig mogelijk, eventueel in verkorte vorm, in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, serie C, gepubliceerd.

7. Wanneer de Commissie na het verstrijken van een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek door de Commissie, niet de in lid 6 bedoelde beschikking heeft gegeven, wordt het instrument of apparaat waarvoor bedoeld verzoek is gedaan, geacht te voldoen aan de voorwaarden die gesteld zijn om met vrijstelling te worden toegelaten.

Artikel 8

De geldigheidsduur van de vergunningen tot invoer met vrijstelling bedraagt zes maanden.

Rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van elke invoer kunnen de bevoegde autoriteiten echter een langere geldigheidsduur vaststellen.

TITEL IV

BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE DE INVOER MET VRIJSTELLING VAN WETENSCHAPPELIJKE INSTRUMENTEN OF APPARATEN OP GROND VAN ARTIKEL 56 VAN DE BASISVERORDENING

Artikel 9

1. Om wetenschappelijke instrumenten of apparaten op grond van artikel 56 van de basisverordening met vrijstelling te kunnen invoeren, dient het hoofd van de instelling of organisatie van bestemming, of diens gevolmachtigde, een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar deze instelling of organisatie is gevestigd.

2. Het in lid 1 bedoelde verzoek moet dezelfde gegevens bevatten als die welke in artikel 6, lid 2, sub a) tot en met e), worden genoemd en vergezeld gaan van documentatie waarin alle dienstige gegevens worden verstrekt over de kenmerken en technische bijzonderheden van het instrument of apparaat.

In het verzoek dienen eveneens te worden vermeld:

a) de naam of firmanaam en het adres van de schenker;

b) de verklaring van de aanvrager dat de instrumenten of apparaten waarvoor om vrijstelling wordt verzocht, zonder commerciële tegenprestatie van enigerlei aard, met name van publicitaire aard, werkelijk aan de betrokken instelling of organisatie worden geschonken.

Artikel 10

1. De bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar de instelling of organisatie van bestemming is gevestigd, beslist rechtstreeks over het in artikel 9 bedoelde verzoek.

2. De bevoegde autoriteit staat de invoer met vrijstelling van de betrokken instrumenten of apparaten slechts toe, voor zover is aangetoond dat de schenker uit zijn gift aan de instelling of organisatie van bestemming geen enkel middellijk of onmiddellijk commercieel voordeel haalt.

3. Wanneer de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar de instelling of organisatie van bestemming is gevestigd, niet in staat is op basis van de gegevens waarover zij beschikt, te beoordelen of het instrument of apparaat waarvoor om vrijstelling is verzocht, al dan niet als wetenschappelijk moet worden beschouwd, is de in artikel 7, leden 2 tot en met 7, vervatte procedure van toepassing.

Artikel 11

Het bepaalde in de artikelen 9 en 10 is van overeenkomstige toepassing op het gereedschap voor het onderhoud, de controle, het kalibreren of het herstel van wetenschappelijke instrumenten of apparaten die op grond van artikel 56 van de basisverordening met vrijstelling zijn toegelaten.

TITEL V

BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE DE INVOER MET VRIJSTELLING VAN RESERVEONDERDELEN, SPECIFIEKE ONDERDELEN OF TOEBEHOREN OF VAN GEREEDSCHAP OP GROND VAN ARTIKEL 53 VAN DE BASISVERORDENING

Artikel 12

In de zin van artikel 53, sub a), van de basisverordening, wordt verstaan onder specifiek toebehoren, de artikelen welke speciaal zijn ontworpen om met een bepaald wetenschappelijk instrument of apparaat te worden gebruikt, ten einde het rendement of de gebruiksmogelijkheden ervan te verbeteren.

Artikel 13

Om reserveonderdelen, specifieke onderdelen of toebehoren, dan wel gereedschap op grond van artikel 53 van de basisverordening met vrijstelling te kunnen invoeren, dient het hoofd van de instelling of organi satie van bestemming, of diens gevolmachtigde, een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar deze instelling of organisatie is gevestigd.

Dit verzoek dient vergezeld te gaan van alle gegevens die door de bevoegde autoriteit noodzakelijk worden geacht om vast te stellen of aan de in artikel 53 van de basisverordening gestelde voorwaarden is voldaan.

Artikel 14

1. Met inachtneming van het bepaalde in lid 2 beslist de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar de instelling of organisatie van bestemming is gevestigd, rechtstreeks op het in artikel 13 bedoelde verzoek.

2. De in artikel 7, leden 2 tot en met 7, omschreven procedure is van overeenkomstige toepassing wanneer de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar de instelling of organisatie van bestemming is gevestigd, niet in staat is vast te stellen:

- of het instrument of apparaat waarvoor hetzij de reserveonderdelen, specifieke onderdelen of toebehoren, hetzij het gereedschap, waarvoor het in artikel 13 bedoelde verzoek is gedaan, bestemd zijn, voor vrijstelling in aanmerking zou kunnen komen, indien het zelf op dat moment in de Gemeenschap werd ingevoerd;

- of gelijkwaardig gereedschap als dat waarvoor om vrijstelling wordt verzocht, op dat moment in de Gemeenschap wordt vervaardigd.

Artikel 15

Het bepaalde in artikel 8 is van toepassing op de vergunningen tot invoer met vrijstelling die op grond van artikel 53 van de basisverordening worden verleend.

TITEL VI

BEPALINGEN BETREFFENDE DE GEGEVENS DIE AAN DE COMMISSIE EN DE LID-STATEN DIENEN TE WORDEN VERSTREKT

Artikel 16

1. Elke Lid-Staat geeft aan de Commissie de lijst op van de instrumenten, apparaten, reserveonderdelen, onderdelen, toebehoren en gereedschap waarvan de prijs of de douanewaarde hoger is dan 3 000 Ecu en waarvan hij met toepassing van artikel 7, lid 1, of van artikel 14, lid 1, de invoer met vrijstelling heeft toegestaan.

Deze lijst bevat de nauwkeurige handelsbenaming van de in de voorgaande alinea opgesomde voorwerpen, alsmede de verwijzing naar de in genoemd verzoek vermelde post van het gemeenschappelijk douanetarief. Deze lijst bevat bovendien de vermelding van de fabrikant(en), het land of de landen van oorsprong en de prijs of de douanewaarde van de bedoelde voorwerpen.

2. De in lid 1 bedoelde opgave wordt gedaan tijdens het eerste en het derde kwartaal van elk jaar voor de betrokken voorwerpen, waarvoor tijdens het daaraan voorafgaande halfjaar een vergunning tot invoer met vrijstelling werd verleend. De Lid-Staten kunnen evenwel de in lid 1 bedoelde opgave over een kortere periode doen.

3. De Commissie geeft deze lijsten door aan de Lid-Staten.

Artikel 17

1. Voorts geeft elke Lid-Staat aan de Commissie de lijst op van de instrumenten en apparaten, waarvan zij de invoer met vrijstelling heeft toegestaan met toepassing van artikel 10. De lijst bevat de naam of firmanaam en het adres van de fabrikant, de nauwkeurige handelsbenaming van de betrokken voorwerpen, alsmede de verwijzing naar de in het verzoek tot invoer met vrijstelling vermelde post of postonderverdeling van het gemeenschappelijk douanetarief.

2. De in lid 1 bedoelde opgave wordt gedaan tijdens het eerste en het derde kwartaal van elk jaar voor de betrokken voorwerpen, waarvoor tijdens het daaraan voorafgaande halfjaar een vergunning tot invoer met vrijstelling werd verleend. De Lid-Staten kunnen evenwel de in lid 1 bedoelde opgave over een kortere periode doen.

3. De Commissie geeft de lijsten door aan de Lid-Staten.

Artikel 18

De in de artikelen 16 en 17 bedoelde lijsten worden op geregelde tijdstippen door het Comité douanevrijstellingen onderzocht.

TITEL VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 19

Verordening (EEG) nr. 2784/79 wordt ingetrokken.

Artikel 20

Deze verordening treedt in werking op 1 juli 1984.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 29 juli 1983.

Voor de Commissie

Karl-Heinz NARJES

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 105 van 23. 4. 1983, blz. 1.

(2) PB nr. L 184 van 15. 7. 1975, blz. 1.

(3) PB nr. L 318 van 13. 12. 1979, blz. 32.

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount