Commission Regulation (EEC) No 1287/83 of 24 May 1983 on the classification of goods falling within subheadings 17.04 B and 97.02 A of the Common Customs Tariff
Avis juridique important
31983R1287
Verordening (EEG) nr. 1287/83 van de Commissie van 24 mei 1983 betreffende de indeling van goederen onder de posten 17.04 B en 97.02 A van het gemeenschappelijk douanetarief
Publicatieblad Nr. L 137 van 26/05/1983 blz. 0011 - 0011
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 02 Deel 10 blz. 0008
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 02 Deel 10 blz. 0008
***** VERORDENING (EEG) Nr. 1287/83 VAN DE COMMISSIE van 24 mei 1983 betreffende de indeling van goederen onder de posten 17.04 B en 97.02 A van het gemeenschappelijk douanetarief DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 97/69 van de Raad van 16 januari 1969 betreffende de maatregelen die moeten worden getroffen voor de uniforme toepassing van de Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief (1), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van toetreding van Griekenland, inzonderheid op artikel 3, Overwegende dat ten einde de uniforme toepassing van de Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief te waarborgen, bepalingen dienen te worden vastgesteld met betrekking tot de indeling van poppen van kunstmatige plastische stof met beweegbare ledematen, met een lengte van 140 mm, waarvan het bovenlichaam van doorzichtige kunstmatige plastische stof gevuld is met ongeveer 10 g kauwgomtabletjes, die eruit kunnen worden gehaald via een opening welke zich onder de gesp van de riem van de pop bevindt; Overwegende dat in het gemeenschappelijk douanetarief dat als bijlage is gevoegd bij Verordening (EEG) nr. 950/68 van de Raad (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 604/83 (3), kauwgom onder post 17.04 B en poppen (ook indien aangekleed) onder post 97.02 A worden ingedeeld; dat deze posten voor de indeling van de onderhavige artikelen in aanmerking dienen te worden genomen; Overwegende dat deze artikelen niet beschouwd kunnen worden als mengsels, noch als werken welke zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen, dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, noch als goederen opgemaakt in stellen of assortimenten, in de zin van regel 3 b) van de Algemene bepalingen voor de toepassing van de Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief; Overwegende dat de poppen van kunstmatige plastische stof als verpakkingsmiddelen dienen te worden aangemerkt, die aangezien zij niet de gebruikelijke verpakking van de onderhavige goederen zijn en, anders dan als verpakkingsmiddel, een blijvende zelfstandige gebruikswaarde hebben, aan het voor de verpakkingsmiddelen als zodanig vastgestelde invoerrecht moeten worden onderworpen ingevolge punt D, lid 1, c), eerste gedachtenstreepje, van titel II van de Inleidende bepalingen van het gemeenschappelijk douanetarief; dat zij derhalve onder post 97.02 A vallen; dat de kauwgomtabletjes daarentegen ingedeeld dienen te worden onder post 17.04 B; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Poppen van kunstmatige plastische stof met beweegbare ledematen, met een lengte van 140 mm, waarvan het bovenlichaam van doorzichtige kunstmatige plastische stof gevuld is met ongeveer 10 g kauwgomtabletjes, die eruit kunnen worden gehaald via een opening welke zich onder de gesp van de riem van de pop bevindt, dienen in het gemeenschappelijk douanetarief te worden ingedeeld als volgt: - de poppen onder post: 97.02 Poppen van alle soorten: A. Poppen (ook indien aangekleed) - de kauwgomtabletjes onder post: 17.04 Suikerwerk zonder cacao: B. Kauwgom. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de éénentwintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 24 mei 1983. Voor de Commissie Karl-Heinz NARJES Lid van de Commissie (1) PB nr. L 14 van 21. 1. 1969, blz. 1. (2) PB nr. L 172 van 22. 7. 1968, blz. 1. (3) PB nr. L 72 van 18. 3. 1983, blz. 3.
