Commission Regulation (EEC) No 2784/79 of 12 December 1979 laying down provisions for the implementation of Council Regulation (EEC) No 1798/75 on the importation free of Common Customs Tariff duties of educational, scientific or cultural materials
Avis juridique important
31979R2784
Verordening (EEG) nr. 2784/79 van de Commissie van 12 december 1979 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1798/75 van de Raad betreffende de invoer met vrijstelling van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard
Publicatieblad Nr. L 318 van 13/12/1979 blz. 0032 - 0037
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 02 Deel 8 blz. 0008
++++ VERORDENING ( EEG ) Nr . 2784/79 VAN DE COMMISSIE van 12 december 1979 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 van de Raad betreffende de invoer met vrijstelling van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor voorwerpen van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 van de Raad van 10 juli 1975 betreffende de invoer met vrijstelling van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor voorwerpen van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard ( 1 ) , gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1027/79 ( 2 ) , in het bijzonder op artikel 9 , lid 1 , Overwegende dat bij Verordening ( EEG ) nr . 3195/75 van de Commissie ( 3 ) , gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1324/76 ( 4 ) , de uitvoeringsbepalingen zijn vastgesteld voor bovengenoemde verordening van de Raad ; Overwegende dat de wijzigingen welke in Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 bij Verordening ( EEG ) nr . 1027/79 zijn aangebracht , ertoe leiden dat bedoelde uitvoeringsbepalingen eveneens gewijzigd moeten worden ; dat hieruit met name de opstelling volgt van bijzondere bepalingen wat betreft de toelating met vrijstelling van douanerechten voor reserveonderdelen , onderdelen of specifiek toebehoren voor wetenschappelijke instrumenten of apparaten , alsmede voor gereedschap dat gebruikt wordt voor het onderhoud , de controle , het kalibreren of het herstel ervan ; Overwegende dat voorts in het bepaalde in artikel 9 van Verordening ( EEG ) nr . 3195/75 de nodige wijzigingen moeten worden aangebracht , ten einde rekening te houden met Verordening ( EEG ) nr . 2779/78 van de Raad van 23 november 1978 houdende toepassing van de Europese rekeneenheid ( ERE ) op de op douanegebied genomen besluiten ( 5 ) ; Overwegende dat bij bruikleen , verhuur of overdracht van met vrijstelling ingevoerde voorwerpen van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard tussen in verschillende Lid-Staten gevestigde instellingen of organisaties , een controlesysteem dient te worden ingesteld op de bestemming en het gebruik van de betrokken voorwerpen door middel van een controle-exemplaar T nr . 5 , overeenkomstig het bepaalde in Verordening ( EEG ) nr . 223/77 van de Commissie van 22 december 1976 houdende uitvoeringsbepalingen , alsmede vereenvoudigingsmaatregelen van de regeling voor communautair douanevervoer ( 6 ) ; Overwegende dat op grond van de opgedane ervaring het voorts noodzakelijk is gebleken bepaalde wijzigingen aan te brengen in de regeling die is getroffen bij Verordening ( EEG ) nr . 3195/75 , met name wat betreft de in artikel 4 daarvan bepaalde termijnen ; Overwegende dat gelet op het grote aantal wijzigingen welke in de bepalingen van Verordening ( EEG ) nr . 3195/75 moeten worden aangebracht en met het oog op de duidelijkheid het wenselijk is gebleken alle uitvoeringsbepalingen van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 in één enkele tekst samen te vatten en bijgevolg Verordening ( EEG ) nr . 3195/75 in te trekken ; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité douanevrijstellingen , HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN A . Verplichtingen van de instelling of organisatie van bestemming Artikel 1 1 . De invoer met vrijstelling van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief van voorwerpen van opvoedkundige , wetenschappelijke of culturele aard als bedoeld in artikel 2 , lid 1 , artikel 3 , lid 1 en lid 2 en artikel 5 van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 hierna te noemen " voorwerpen " , houdt voor de instelling of organisatie van bestemming de verplichting in om : - de genoemde voorwerpen rechtstreeks over te brengen naar de aangegeven plaats van bestemming - ze op te nemen in haar inventarislijst ; - ze uitsluitend te gebruiken voor de in Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 genoemde doelstellingen ; - elke controle te vergemakkelijken die de bevoegde autoriteiten noodzakelijk achten , ten einde na te gaan of aan de voorwaarden voor het verlenen van de vrijstelling is en nog steeds wordt voldaan . 2 . Het hoofd van de instelling of organisatie van bestemming , of diens gevolmachtigde , dient aan de bevoegde autoriteiten een verklaring over te leggen dat hij kennis heeft genomen van de verschillende in lid 1 opgesomde verplichtingen en dat hij zich verbindt deze te zullen naleven . De bevoegde autoriteiten kunnen bepalen dat de in de vorige alinea bedoelde verklaring wordt overgelegd , hetzij bij elke invoer , hetzij voor een aantal invoerhandelingen , hetzij eventueel voor de totale invoer de door de instelling of organisatie van bestemming wordt verricht . B . Bepalingen die van toepassing zijn in geval van bruikleen , verhuur of overdracht Artikel 2 1 . Wanneer het bepaalde in artikel 6 , lid 2 , eerste alinea , van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 wordt toegepast , dient de instelling of organisatie aan welke een voorwerp in bruikleen gegeven , verhuurd of overgedragen wordt , vanaf de datum van ontvangst ervan , dezelfde verplichtingen in acht te nemen als die bedoeld in artikel 1 . 2 . Wanneer de instelling of organisatie aan welke een voorwerp in bruikleen gegeven , verhuurd of overgedragen wordt , in een andere Lid-Staat is gevestigd dan die waar de instelling of organisatie is gevestigd , die het voorwerp in bruikleen geeft , verhuurt of overdraagt , geeft de verzending van bedoeld voorwerp met deze Lid-Staat als bestemming , aanleiding tot de afgifte van een controle-exemplaar T nr . 5 door het bevoegde douanekantoor van de Lid-Staat van vertrek overeenkomstig het bepaalde in Verordening ( EEG ) nr . 223/77 , om de zekerheid te geven dat dit voorwerp gebruikt wordt voor een doel dat recht geeft op handhaving van de vrijstelling . Hiertoe moet op het bedoelde controle-exemplaar in vak 104 onder de rubriek " andere " een van de volgende vermeldingen staan : - Voorwerp met vrijstelling van douanerechten ( UNESCO ) Toepassing van artikel 6 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 ; - Toldfrit indfoerte varer ( UNESCO ) Anvendelse af artikel 6 , stk . 2 , i forordning ( EOEF ) nr . 1798/75 ; - Zolltreie Ware ( UNESCO ) Anwendung von Artikel 6 Absatz 2 der Verordnung ( EWG ) Nr . 1798/75 ; - Goods admitted duty-free ( UNESCO ) Implementation of Article 6 ( 2 ) of Regulation ( EEC ) No 1798/75 ; - Objet en franchise des droits de douane ( UNESCO ) Application de l'article 6 paragraphe 2 du règlement ( CEE ) n * 1798/75 ; - Oggetto in franchigia dai dazi doganali ( UNESCO ) Applicazione dell'articolo 6 , paragrafo 2 , del regolamento ( CEE ) n . 1798/75 . 3 . Het bepaalde in de leden 1 en 2 is van overeenkomstige toepassing op bruikleen , verhuur of overdracht van reserveonderdelen , onderdelen of specifiek toebehoren bestemd voor wetenschappelijke instrumenten of apparaten , alsmede op het gereedschap voor het onderhoud , de controle , het kalibreren of het herstel van wetenschappelijke instrumenten of apparaten , die op grond van artikel 3 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 met vrijstelling zijn toegelaten . C . Niet meer voldoen aan de voorwaarden waaraan de toekenning van de vrijstelling is onderworpen Artikel 3 1 . De instelling of organisatie , die niet langer voldoet aan de voorwaarden om voor deze vrijstelling in aanmerking te komen of die een met vrijstelling ingevoerd voorwerp voor andere doeleinden wil gebruiken dan die bedoeld in Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 , dient de bevoegde autoriteiten daarvan in kennis te stellen . 2 . Wanneer een voorwerp voor andere doeleinden wordt gebruikt dan die bedoeld in Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 , is het onderworpen aan de toepassing van het daarvoor geldende douanerecht volgens het recht dat van kracht is op het tijdstip dat het voor een ander gebruik wordt bestemd , volgens de soort en op basis van de waarde die op die datum door de douanedienst worden erkend of aanvaard . TITEL II BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE DE INVOER MET VRIJSTELLING VAN EEN VOORWERP VAN OPVOEDKUNDIGE , WETENSCHAPPELIJKE OF CULTURELE AARD OP GROND VAN ARTIKEL 2 , LID 1 , VAN VERORDENING ( EEG ) Nr . 1798/75 Artikel 4 Om een voorwerp op grond van artikel 2 , lid 1 , van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 met vrijstelling te kunnen invoeren , dient het hoofd van de instelling of organisatie van bestemming of diens gevolmachtigde een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar deze instelling of organisatie is gevestigd . Dit verzoek dient vergezeld te gaan van alle gegevens die door de bevoegde autoriteit noodzakelijk worden geacht om vast te stellen of aan de voorwaarden voor het verlenen van de vrijstelling is voldaan . TITEL III BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE DE INVOER MET VRIJSTELLING VAN WETENSCHAPPELIJKE INSTRUMENTEN OF APPARATEN OP GROND VAN ARTIKEL 3 VAN VERORDENING ( EEG ) Nr . 1798/75 Artikel 5 1 . Met het oog op de toepassing van artikel 3 , lid 3 , eerste streepje , van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 , wordt onder " objectieve technische kenmerken " van een wetenschappelijk instrument of apparaat verstaan de kenmerken die voor * uit de bouw van genoemd instrument of apparaat of uit de wijzigingen die in vergelijking met een instrument of apparaat van een gangbaar type daarin zijn aangebracht waardoor het prestaties kan leveren van hoog niveau die niet vereist zijn voor industrieel of commercieel gebruik . Wanneer op grond van de objectieve technische kenmerken het niet mogelijk is op ondubbelzinnige wijze vast te stellen of een instrument of een apparaat als een wetenschappelijk instrument of apparaat moet worden beschouwd , wordt nagegaan voor welke doeleinden de instrumenten of apparaten van het soort waarvoor de invoer met vrijstelling wordt gevraagd , in de Gemeenschap gewoonlijk worden gebruikt . Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat dit instrument of apparaat voornamelijk wordt gebruikt voor de verwezenlijking van wetenschappelijke activiteiten , wordt het aangemerkt een wetenschappelijk karakter te bezitten . 2 . Om de in artikel 3 , lid 3 , derde streepje , van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 bedoelde vergelijking te maken , worden slechts de technische kenmerken die van doorslaggevend belang kunnen zijn voor het resultaat van de beoogde specifieke werkzaamheden als " essentieel " beschouwd . Bij deze vergelijking worden niet in de beschouwing betrokken : - het technisch concept van een instrument of apparaat ; - het feit dat een instrument of apparaat hogere prestaties kan leveren dan die welke noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de beoogde specifieke werkzaamheden ; - de uiterlijke vormgeving van een instrument of apparaat ; - de handelswaarde ervan ; - de frequentie van het onderhoud dat daarvoor nodig is ; - de service-verlening die ervoor gegeven kan worden . Artikel 6 1 . Om wetenschappelijke instrumenten of apparaten op grond van artikel 3 , lid 1 , van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 met vrijstelling te kunnen invoeren , dient het hoofd van de instelling of organisatie van bestemming , of diens gevolmachtigde , een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar deze instelling of organisatie is gevestigd . 2 . Het in lid 1 bedoelde verzoek moet de volgende gegevens bevatten inzake het betrokken instrument of apparaat ; a ) de door de fabrikant gebruikte , nauwkeurige handelsbenaming van dat instrument of apparaat , de vermoedelijke indeling ervan in het gemeenschappelijk douanetarief , alsmede de objectieve technische kenmerken op grond waarvan het wetenschappelijk karakter van het instrument of apparaat kan worden aangetoond , b ) de naam of firmanaam en het adres van de fabrikant en , in voorkomend geval , van de leverancier , c ) het land van oorsprong van het instrument of apparaat , d ) de plaats waar het instrument of apparaat zal worden gebruikt , e ) het gebruik waarvoor het instrument of apparaat is bestemd , f ) de nauwkeurige beschrijving van het project waarbij het instrument of apparaat zal worden gebruikt , g ) de prijs van het instrument of apparaat , of , indien mogelijk , de douanewaarde ervan , h ) de verwachte leveringstermijn , i ) de datum van bestelling van het instrument of apparaat indien dit reeds werd besteld , j ) de naam of firmanaam en het adres van het bedrijf of de bedrijven in de Gemeenschap waarbij de nodige stappen werden gedaan met het oog op de leverantie van een instrument of apparaat van gelijke wetenschappelijke waarde als die van het instrument of apparaat waarvoor om vrijstelling wordt verzocht , het resultaat van deze stappen en de nauwkeurige redenen waarom een in de Gemeenschap verkijgbaar instrument of apparaat niet voor de verwezenlijking van de beoogde bijzondere wetenschappelijke activiteiten kan worden gebruikt . Bij dit verzoek dient documentatiemateriaal te worden gevoegd met alle dienstige gegevens over de kenmerken en technische bijzonderheiden van het instrument of apparaat . Artikel 7 1 . De bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar de instelling of organisatie van bestemming is gevestigd , beslist rechtstreeks op het in artikel 6 bedoelde verzoek , in alle gevallen waarin de gegevens waarover zij beschikt , eventueel na overleg met belanghebbende economische kringen , haar in staat stellen te bepalen of het instrument of apparaat al dan niet als wetenschappelijk moet worden beschouwd en of er op dat moment al dan niet instrumenten of apparaten van dezelfde wetenschappelijke waarde in de Gemeenschap worden vervaardigd . 2 . Wanneer de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar de instelling of organisatie van bestemming is gevestigd , niet in staat is de in lid 1 bedoelde beslissing te nemen , wordt het verzoek en de daarop betrekking hebbende technische documentatie aan de Commissie gezonden , ten einde het deze mogelijk te maken de in de hiernavolgende leden 3 tot en met 7 vervatte procedure in te leiden . In afwachting van het verloop van die procedure , kan de bevoegde autoriteit de invoer met voorlopige vrijstelling van douanerechten toestaan van het instrument of apparaat waarvoor het verzoek werd ingediend , mits de instelling of organisatie van bestemming zich verbindt de rechten te betalen indien de vrijstelling niet wordt verleend . De bevoegde autoriteit kan deze voorlopige vrijstelling afhankelijk stellen van een zekerheidstelling onder de door haar vastgestelde voorwaarden . 3 . Binnen twee weken volgende op de datum van ontvangst van het verzoek zendt de Commissie daarvan een afschrift aan de Lid-Staten met de desbetreffende documentatie . 4 . Wanneer geen enkele Lid-Staat binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van toezending van deze mededeling , bezwaren bij de Commissie heeft ingediend met betrekking tot de invoer met vrijstelling van het betrokken instrument of apparaat , wordt genoemd instrument of apparaat geacht te voldoen aan de voor die invoer met vrijstelling gestelde voorwaarden . Hiervan wordt binnen twee weken na het verstrijken van de vastgestelde termijn door de Commissie kennis gegeven aan de Lid-Staten . 5 . Wanneer een Lid-Staat , binnen de in lid 4 bedoelde termijn van drie maanden , bij de Commissie bezwaren heeft ingediend met betrekking tot de invoer met vrijstelling van het betrokken instrument of apparaat , legt de Commissie dit speciale geval zo spoedig mogelijk ter beoordeling voor aan een groep deskundigen bestaande uit vertegenwoordigers van alle Lid-Staten , die bijeenkomt in het kader van het Comité douanevrijstellingen . De in de vorige alinea bedoelde bezwaren dienen met redenen omkleed te zijn . Al naar gelang van het geval moet hieruit blijken waarom genoemd instrument of apparaat niet als wetenschappelijk beschouwd moet worden of moet hiering het juiste type worden aangegeven van het in de Gemeenschap vervaardigde instrument of apparaat dat beschouwd dient te worden als zijnde van gelijke wetenschappelijke waarde als dat waarvoor de vrijstelling is gevraagd , alsmede de naam of firmanaam en het adres van het bedrijf in de Gemeenschap dat dit kan leveren . In dit laatste geval dient een technische documentatie betreffende de in de Gemeenschap vervaardigde instrumenten of apparaten onverwijld naar de Commissie gezonden te worden . Zodra de Commissie deze gegevens ontvangen heeft , geeft zij die door aan de Lid-Staten . 6 . Wanneer uit het overeenkomstig lid 5 ingestelde onderzoek blijkt dat het instrument of apparaat waarvoor om vrijstelling werd verzocht , als wetenschappelijk moet worden beschouwd en dat op dat moment in de Gemeenschap geen instrumenten of apparaten van dezelfde wetenschappelijke waarde worden vervaardigd , geeft de Commissie een beschikking waarin wordt vastgesteld dat het betrokken instrument of apparaat voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn om met vrijstelling te worden toegelaten . Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat het instrument of apparaat waarvoor vrijstelling wordt gevraagd , niet als wetenschappelijk beschouwd dient te worden , dan wel dat instrumenten of apparaten van dezelfde wetenschappelijke waarde momenteel in de Gemeenschap worden vervaardigd , geeft de Commissie een beschikking waarin wordt vastgesteld dat het betrokken instrument of apparaat niet aan de voorwaarden voldoet die zijn gesteld om met vrijstelling te worden toegelaten . Aan alle Lid-Staten wordt binnen een termijn van twee weken van de beschikkingen van de Commissie kennis gegeven . 7 . Wanneer de Commissie na het verstrijken van een termijn van zes maanden , te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek door de Commissie , niet de in lid 6 bedoelde beschikking heeft gegeven , wordt het instrument of apparaat waarvoor bedoeld verzoek is gedaan geacht te voldoen aan de voorwaarden die gesteld zijn om met vrijstelling te worden toegelaten . Artikel 8 De geldigheidsduur van de vergunningen tot invoer met vrijstelling bedraagt zes maanden . Rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van elke invoer kunnen de bevoegde autoriteiten echter een langere geldigheidsduur vaststellen . TITEL IV BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE DE INVOER MET VRIJSTELLING VAN WETENSCHAPPELIJKE INSTRUMENTEN OF APPARATEN OP GROND VAN ARTIKEL 5 VAN VERORDENING ( EEG ) Nr . 1798/75 Artikel 9 1 . Om wetenschappelijke instrumenten of apparaten op grond van artikel 5 van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 met vrijstelling te kunnen invoeren , dient het hoofd van de instelling of organisatie van bestemming of diens gevolmachtigde een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar deze instelling of organisatie is gevestigd . 2 . Het in lid 1 bedoelde verzoek moet dezelfde gegevens bevatten als die welke in artikel 6 , lid 2 , sub a ) tot en met e ) , worden genoemd en vergezeld gaan van documentatie waarin alle dienstige gegevens worden verstrekt over de kenmerken en technische bijzonderheden van het instrument of apparaat . In het verzoek dienen eveneens te worden vermeld : a ) de naam of firmanaam en het adres van de schenker ; b ) de verklaring van de aanvrager dat de instrumenten of apparaten waarvoor om vrijstelling wordt verzocht , zonder commerciële tegenprestatie van enigerlei aard , met name van publicitaire aard , werkelijk aan de betrokken instelling of organisatie worden geschonken . Artikel 10 1 . De bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar de instelling of organisatie van bestemming is gevestigd , beslist rechtstreeks over het in artikel 9 bedoelde verzoek . De genoemde autoriteit staat de invoer met vrijstelling van de betrokken instrumenten of apparaten slechts toe , indien te haren genoegen is aangetoond , dat met de gift welke aan de instelling of organisatie van bestemming wordt gezonden , werkelijk generlei commercieel , oogmerk door de schenker wordt nagestreefd . 2 . Wanneer de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar de instelling of organisatie van bestemming is gevestigd , niet in staat is op basis van de gegevens waarover zij beschikt , te beoordelen of het instrument of apparaat waarvoor om vrijstelling is verzocht , al dan niet als wetenschappelijk moet worden beschouwd , is de in artikel 7 , leden 2 tot en met 7 , vervatte procedure van toepassing . Artikel 11 Het bepaalde in de artikelen 9 en 10 is van overeenkomstige toepassing op het gereedschap voor het onderhoud , de controle , het kalibreren of het herstel van wetenschappelijke instrumenten of apparaten die op grond van artikel 5 van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 met vrijstelling zijn toegelaten . TITEL V BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE DE INVOER MET VRIJSTELLING VAN RESERVEONDERDELEN , ONDERDELEN OF SPECIFIEK TOEBEHOREN OF VAN GEREEDSCHAP OP GROND VAN ARTIKEL 3 , LID 2 , SUB a ) EN b ) , VAN VERORDENING ( EEG ) Nr . 1798/75 Artikel 12 In de zin van artikel 3 , lid 2 , sub a ) , van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 worden verstaan onder specifiek toebehoren , de artikelen welke speciaal zijn ontworpen om met een bepaald wetenschappelijk instrument of apparaat te worden gebruikt , ten einde het rendement of de gebruiksmogelijkheden ervan te verbeteren . Artikel 13 Om reserveonderdelen , onderdelen of specifiek toebehoren , dan wel gereedschap op grond van artikel 3 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 met vrijstelling te kunnen invoeren , dient het hoofd van de instelling of organisatie van bestemming of diens gevolmachtigde een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar deze instelling of organisatie is gevestigd . Dit verzoek dient vergezeld te gaan van alle gegevens die door de bevoegde autoriteit noodzakelijk worden geacht om vast te stellen of , aan de in artikel 3 , lid 2 , sub a ) , of in artikel 3 , lid 2 , sub b ) , van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 gestelde voorwaarden is voldaan . Artikel 14 1 . Met inachtneming van het bepaalde in lid 2 beslist de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar de instelling of organisatie van bestemming is gevestigd , rechtstreeks op het in artikel 13 bedoelde verzoek . 2 . De in artikel 7 , leden 2 tot en met 7 , omschreven procedure is van overeenkomstige toepassing wanneer de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar de instelling of organisatie van bestemming is gevestigd , niet in staat is vast te stellen : - of het instrument of apparaat waarvoor hetzij de reserveonderdelen , onderdelen of specifiek toebehoren , hetzij het gereedschap , waarvoor het in artikel 13 bedoelde verzoek is gedaan , bestemd zijn , voor vrijstelling in aanmerking zou kunnen komen , indien het zelf op dat moment in de Gemeenschap werd ingevoerd ; - of gelijkwaardig gereedschap als dat waarvoor om vrijstelling wordt verzocht , op dat moment in de Gemeenschap wordt vervaardigd . Artikel 15 Het bepaalde artikel 8 is van toepassing op de vergunningen tot invoer met vrijstelling die op grond van artikel 3 , lid 2 , van Verordening ( EEG ) nr . 1798/75 worden verleend . TITEL VI BEPALINGEN BETREFFENDE DE GEGEVENS DIE AAN DE COMMISSIE EN DE LID-STATEN DIENEN TE WORDEN VERSTREKT Artikel 16 1 . Elke Lid-Staat geeft aan de Commissie de lijst op van de instrumenten , apparaten , reserveonderdelen , onderdelen , toebehoren en gereedschap waarvan de prijs of de douanewaarde hoger is dan 3 000 ERE en waarvan hij de invoer met vrijstelling heeft toegestaan met toepassing van artikel 7 , lid 1 , of van artikel 14 , lid 1 . Deze lijst bevat de handelsbenaming van de in de voorgaande alinea opgesomde voorwerpen , alsmede de verwijzing naar de in genoemd verzoek vermelde post van het gemeenschappelijk douanetarief . Deze lijst bevat bovendien de vermelding van de fabrikant(en ) , het land of de landen van oorsprong en de prijs of de douanewaarde van de bedoelde voorwerpen . 2 . De in lid 1 bedoelde opgave wordt gedaan tijdens het eerste en het derde kwartaal van elk jaar voor de betrokken voorwerpen , waarvoor tijdens het daaraan voorafgaande halfjaar een vergunning tot invoer met vrijstelling werd verleend . 3 . De Commissie geeft deze lijsten door aan de Lid-Staten . 4 . De tegenwaarde in nationale valuta van het in lid 1 bedoelde bedrag van 3 000 ERE wordt berekend aan de hand van de regels die zijn vastgesteld in artikel 2 , lid 2 , eerste alinea , van Verordening ( EEG ) nr . 2779/78 . 5 . De Lid-Staten kunnen het bedrag dat ontstaat door de omrekening van het bedrag van 3 000 ERE in nationale valuta afronden . 6 . De Lid-Staten mogen de tegenwaarde van het bedrag van 3 000 ERE in nationale valuta ongewijzigd handhaven , indien bij de jaarlijkse aanpassing als bedoeld in artikel 2 , lid 2 , eerste alinea , van Verordening ( EEG ) nr . 2779/78 , de omrekening van dit bedrag , voor de in lid 5 bedoelde afronding , een wijziging van minder dan 5 % van de in nationale valuta uitgedrukte tegenwaarde oplevert . Artikel 17 1 . Voorts geeft elke Lid-Staat aan de Commissie de lijst op van de instrumenten , apparaten , reserveonderdelen , onderdelen , toebehoren en gereedschap waarvan zij de invoer met vrijstelling heeft toegestaan met toepassing van de artikelen 10 en 11 . De lijst bevat de naam of firmanaam en het adres van de fabrikant , de handelsbenaming van de betrokken voorwerpen , alsmede de verwijzing naar de in het verzoek tot invoer met vrijstelling vermelde post of postonderverdeling van het gemeenschappelijk douanetarief . 2 . De in lid 1 bedoelde opgave wordt gedaan tijdens het eerste en het derde kwartaal van elk jaar voor de betrokken voorwerpen , waarvoor tijden het daaraan voorafgaande halfjaar een vergunning tot invoer met vrijstelling werd verleend . 3 . De Commissie geeft deze lijsten door aan de Lid-Staten . Artikel 18 De in de artikelen 16 en 17 bedoelde lijsten worden op geregelde tijdstippen door het Comité douanevrijstellingen onderzocht . TITEL VII SLOTBEPALINGEN Artikel 19 Verordening ( EEG ) nr . 3195/75 wordt ingetrokken . Artikel 20 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1980 . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Brussel , 12 december 1979 . Voor de Commissie Etienne DAVIGNON Lid van de Commissie ( 1 ) PB nr . L 184 van 15 . 7 . 1975 , blz . 1 . ( 2 ) PB nr . L 134 van 31 . 5 . 1979 , blz . 1 . ( 3 ) PB nr . L 316 van 6 . 12 . 1975 , blz . 17 . ( 4 ) PB nr . L 149 van 9 . 6 . 1976 , blz . 7 . ( 5 ) PB nr . L 333 van 30 . 11 . 1978 , blz . 5 . ( 6 ) PB nr . L 38 van 9 . 2 . 1977 , blz . 20 .
