Commission Regulation (EEC) No 2309/79 of 19 October 1979 re-establishing the levying of customs duties on other sewing machines and other sewing machine heads, falling within subheading 84.41 A II and originating in South Korea, to which the preferential tariff arrangements set out in Council Regulation (EEC) No 3156/78 apply
Avis juridique important
31979R2309
Verordening (EEG) nr. 2309/79 van de Commissie van 19 oktober 1979 houdende wederinstelling van de heffing van de invoerrechten van toepassing op andere naaimachines en andere koppen van naaimachines, van post 84.41 A II, van oorsprong uit Zuid-Korea ten behoeve waarvan bij Verordening (EEG) nr. 3156/78 van de Raad algemene tariefpreferenties werden geopend
Publicatieblad Nr. L 264 van 20/10/1979 blz. 0023 - 0024
++++ VERORDENING ( EEG ) Nr . 2309/79 VAN DE COMMISSIE van 19 oktober 1979 houdende wederinstelling van de heffing van de invoerrechten van toepassing op andere naaimachines en andere koppen van naaimachines , van post 84.41 A II , van oorsprong uit Zuid-Korea ten behoeve waarvan bij Verordening ( EEG ) nr . 3156/78 van de Raad algemene tariefpreferenties werden geopend DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 3156/78 van de Raad van 29 december 1978 betreffende de opening van tariefpreferenties voor bepaalde produkten van oorssprong uit ontwikkelingslanden ( 1 ) , met name op artikel 4 , lid 2 , Overwegende dat de schorsing van de invoerrechten krachtens artikel 1 , leden 3 en 4 , van genoemde verordening voor elke categorie van produkten , met uitzondering van bepaalde produkten waarvan het plafond op de in bijlage A aangegeven waarden is vastgesteld , wordt toegestaan tot een communautair plafond , uitgedrukt in Europese rekeneenheden , dat gelijk is aan het bedrag voortvloeiende uit de som van , enerzijds , de waarde van de cif-invoer in de Gemeenschap , in 1974 , van de betrokken produkten uit de door deze regeling begunstigde landen en gebieden , met uitzondering van die waarvoor reeds andere door de Gemeenschap toegekende preferentiële tariefstelsels gelden , en , anderzijds , 5 % van de waarde van de cif-invoer in 1976 uit andere landen , alsmede uit die landen en gebieden waarvoor genoemde stelsels reeds gelden ; dat in geen geval het bedrag voortvloeiende uit het bedrag van deze som evenwel hoger mag zijn dan 150 % van het voor 1978 geopende preferentiële plafond ; dat in het kader van dit plafond , de afboekingen van de produkten van oorsprong uit één van de in bijlage B van vermelde verordening genoemde landen en gebieden beperkt dienen te blijven tot een communautair maximumbedrag dat gelijk is aan 50 % van dit plafond , met uitzondering van bepaalde produkten , waarvoor het maximumbedrag wordt gebracht op de in bijlage A van vorengenoemde verordening aangegeven percentages ; dat voor de betrokken produkten het aldus verlaagde percentage 40 bedraagt ; dat overeenkomstig artikel 2 , leden 2 en 3 , van genoemde verordening de heffing van de invoerrechten bij invoer van de betrokken produkten van oorsprong uit een van de genoemde landen en gebieden , met uitzondering van die welke in bijlage C van dezelfde verordening genoemd zijn , op elk moment weer kan worden ingesteld zodra het betrokken maximumbedrag op het vlak van de Gemeenschap wordt bereikt ; Overwegende dat voor andere naaimachines en andere koppen van naaimachines , van post 84.41 A II , volgens de op bovenaangehaalde basis verrichte berekeningen , het plafond 2 426 000 Europese rekeneenheden bedraagt en dat derhalve het maximumbedrag 970 400 Europese rekeneenheden bedraagt ; dat op 10 oktober 1979 de invoer in de Gemeenschap van andere naaimachines en andere koppen van naaimachines , van post 84.41 A II , van oorsprong uit Zuid-Korea waarvoor de tariefpreferenties gelden , door afboeking het betrokken maximumbedrag heeft bereikt ; dat derhalve , gezien de doelstelling van genoemde Verordening ( EEG ) nr . 3156/78 die het in acht nemen van een maximumbedrag voorschrijft , wederinstelling van de invoerrechten voor de betrokken produkten ten aanzien van Zuid-Korea geboden is , HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 Met ingang van 23 oktober 1979 wordt de heffing van de invoerrechten , geschorst krachtens Verordening ( EEG ) nr . 3156/78 van de Raad , wederingesteld voor de invoer in de Gemeenschap van de hiernavermelde produkten van oorsprong uit Zuid-Korea : Nr . van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving * 84.41 * Naaimachines ( voor weefsels , voor leder , voor schoeisel , enz . ) , meubelen voor naaimachines daaronder begrepen ; naalden voor naaimachines : * * A . Naaimachines , meubelen voor naaimachines daaronder begrepen : * * II . andere naaimachines en andere koppen van naaimachines * Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Brussel , 19 oktober 1979 . Voor de Commissie Etienne DAVIGNON Lid van de Commissie ( 1 ) PB nr . L 375 van 30 . 12 . 1978 , blz . 26 .
