Commission Regulation (EEC) No 1692/79 of 31 July 1979 re-establishing the levying of customs duties on basketwork, wickerwork and other articles of plaiting materials, made directly to shape ; articles made up from goods falling within heading No 46.02 ; articles of loofah, falling within heading No 46.03 and originating in the Philippines and Yugoslavia, to which the preferential tariff arrangements set out in Council Regulation (EEC) No 3156/78 apply
Avis juridique important
31979R1692
Verordening (EEG) nr. 1692/79 van de Commissie van 31 juli 1979 houdende wederinstelling van de heffing van de invoerrechten van toepassing op mandenmakerswerk, vervaardigd van vlechtstoffen of van artikelen bedoeld bij post 46.02; werken van luffa (loofah), van post 46.03, van oorsprong uit de Filippijnen en Joegoslavië ten behoeve waarvan bij Verordening (EEG) nr. 3156/78 van de Raad algemene tariefpreferenties werden geopend
Publicatieblad Nr. L 196 van 02/08/1979 blz. 0023 - 0024
++++ VERORDENING ( EEG ) Nr . 1692/79 VAN DE COMMISSIE van 31 juli 1979 houdende wederinstelling van de heffing van de invoerrechten van toepassing op mandenmakerswerk , vervaardigd van vlechtstoffen of van artikelen bedoeld bij post 46.02 ; werken van luffa ( loofah ) , van post 46.03 , van oorsprong uit de Filippijnen en Joegoslavië ten behoeve waarvan bij Verordening ( EEG ) nr . 3156/78 van de Raad algemene tariefpreferenties werden geopend DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 3156/78 van de Raad van 29 december 1978 betreffende de opening van tariefpreferenties voor bepaalde produkten van oorsprong uit ontwikkelingslanden ( 1 ) , met name op artikel 4 , lid 2 , Overwegende dat de schorsing van de invoerrechten krachtens artikel 1 , leden 3 en 4 , van genoemde verordening voor elke categorie van produkten , met uitzondering van bepaalde produkten waarvan het plafond op de in bijlage A aangegeven waarden is vastgesteld , wordt toegestaan tot een communautair plafond , uitgedrukt in Europese rekeneenheden , dat gelijk is aan het bedrag voortvloeiende uit de som van , enerzijds , de waarde van de cif-invoer in de Gemeenschap , in 1974 , van de betrokken produkten uit de door deze regeling begunstigde landen en gebieden , met uitzondering van die waarvoor reeds andere door de Gemeenschap toegekende preferentiële tariefstelsels gelden , en , anderzijds , 5 % van de waarde van de cif-invoer in 1976 uit andere landen , alsmede uit die landen en gebieden waarvoor genoemde stelsels reeds gelden ; dat in geen geval het bedrag voortvloeiende uit het bedrag van deze som evenwel hoger mag zijn dan 150 % van het voor 1978 geopende preferentiële plafond ; dat in het kader van dit plafond , de afboekingen van de produkten van oorsprong uit een van de in bijlage B van vermelde verordening genoemde landen en gebieden beperkt dienen te blijven tot een communautair maximumbedrag dat gelijk is aan 50 % van dit plafond , met uitzondering van bepaalde produkten , waarvoor het maximumbedrag wordt gebracht op de in bijlage A van vorengenoemde verordening aangegeven percentages ; dat voor de betrokken produkten het aldus verlaagde percentage 20 bedraagt ; dat overeenkomstig artikel 2 , leden 2 en 3 , van genoemde verordening de heffing van de invoerrechten bij invoer van de betrokken produkten van oorsprong uit een van de genoemde landen en gebieden , met uitzondering van die welke in bijlage C van dezelfde verordening genoemd zijn , op elk moment weer kan worden ingesteld zodra het betrokken maximumbedrag op het vlak van de Gemeenschap wordt bereikt ; Overwegende dat voor werken van vlechtstoffen , van post 46.03 , volgens de op bovenaangehaalde basis verrichte berekeningen , het plafond 15 983 000 Europese rekeneenheden bedraagt en dat derhalve het maximumbedrag 3 196 600 Europese rekeneenheden bedraagt ; dat op 26 juli 1979 de invoer in de Gemeenschap van werken van vlechtstoffen , van post 46.03 , van oorsprong uit de Filippijnen en Joegoslavië waarvoor de tariefpreferenties gelden , door afboeking het betrokken maximumbedrag heeft bereikt ; dat derhalve , gezien de doelstelling van genoemde Verordening ( EEG ) nr . 3156/78 die het in acht nemen van een maximumbedrag voorschrijft , wederinstelling van de invoerrechten voor de betrokken produkten ten aanzien van de Filippijnen en Joegoslavië geboden is , HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 Met ingang van 5 augustus 1979 wordt de heffing van de invoerrechten , geschorst krachtens Verordening ( EEG ) nr . 3156/78 van de Raad , wederingesteld voor de invoer in de Gemeenschap van de hiernavermelde produkten van oorsprong uit de Filippijnen en Joegoslavië : Nr . van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving * 46.03 * Mandenmakerswerk , vervaardigd van vlechtstoffen of van artikelen bedoeld bij post 46.02 ; werken van luffa ( loofah ) * Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Brussel , 31 juli 1979 . Voor de Commissie Etienne DAVIGNON Lid van de Commissie ( 1 ) PB nr . L 375 van 30 . 12 . 1978 , blz . 26 .
