← Terug naar wetgeving
VerordeningEUDouane

/* Regulation (EEC) No 2655/72 of the Council of 6 December 1972 on the application of Recommendation of the Association Council No 1/72 laying down methods of administrative co-operation in the customs sphere for the implementation of the Agreement establishing en Association between the European Economic Community and Malta */

Geconsolideerde brontekst ter informatie; aan deze weergave kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg de officiële versie op EUR-Lex.
Open officiële versie ↗Ontwikkelingen in de feed →

Avis juridique important

|

31972R2655

Verordening (EEG) nr. 2655/72 van de Raad van 6 december 1972 betreffende de toepassing van aanbeveling nr. 1/72 van de Associatieraad houdende vaststelling van de methoden van administratieve samenwerking op douanegebied voor de toepassing van de Overeenkomst waarbij een Associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Malta

Publicatieblad Nr. L 287 van 26/12/1972 blz. 0001 - 0001


++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 2655/72 VAN DE RAAD

van 6 december 1972

betreffende de toepassing van aanbeveling nr . 1/72 van de Associatieraad houdende vaststelling van de methoden van administratieve samenwerking op douanegebied voor de toepassing van de Overeenkomst waarbij een Associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Malta

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 113 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Overwegende dat op 5 december 1970 een overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Malta ( 1 ) werd ondertekend en op 1 april 1971 in werking is getreden ;

Overwegende dat de Associatieraad krachtens artikel 16 , lid 2 , van het Protocol betreffende de definitie van het begrip " produkten van oorsprong " , en betreffende de methoden van administratieve samenwerking , dat een integrerend deel van deze Overeenkomst uitmaakt , op 24 april 1972 aanbeveling nr . 1/72 houdende vaststelling van de methoden van administratieve samenwerking op douanegebied voor de toepassing van de Overeenkomst heeft vastgesteld ;

Overwegende dat er redenen bestaan om de in deze aanbeveling vervatte maatregelen in de Gemeenschap van toepassing te doen worden ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Inzake de methoden van administratieve samenwerking op douanegebied voor de toepassing van de Overeenkomst waarbij een Associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Malta , zijn de bepalingen , vervat in aanbeveling nr . 1/72 van 24 april 1972 , van de Associatieraad , welke als bijlage aan deze verordening is gehecht , van toepassing .

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 6 december 1972 .

Voor de Raad

De Voorzitter

N . SCHMELZER

( 1 ) PB nr . L 61 van 14 . 3 . 1971 , blz . 1 .

BIJLAGE

AANBEVELING VAN DE ASSOCIATIERAAD Nr . 1/72

houdende vaststelling van de methoden van administratieve samenwerking op douanegebied voor de toepassing van de Associatieovereenkomst E.E.G . - Malta

DE ASSOCIATIERAAD ,

Gelet op de Overeenkomst waarbij een Associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Malta , ondertekend te Valetta op 5 december 1970 , inzonderheid op Titel I ,

Gelet op het Protocol betreffende de definitie van het begrip " produkten van oorsprong " en betreffende de methoden van administratieve samenwerking , inzonderheid op artikel 16 , lid 2 ,

Overwegende dat het voor de goede werking van de Overeenkomst noodzakelijk is , een nauwe administratieve samenwerking tussen de Partijen bij de Overeenkomst tot stand te brengen , ten einde de correcte en uniforme toepassing te waarborgen van de douanebepalingen van de Overeenkomst en met name van die van het Protocol betreffende de definitie van het begrip " produkten van oorsprong " en betreffende de methoden van administratieve samenwerking .

BEVEELT DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN MALTA AAN :

elk voor zich de maatregelen te treffen welke nodig zijn voor de toepassing van de hierna volgende bepalingen :

A . Afgifte van de certificaten inzake goederenverkeer A.M . 1

I . Taak van de exporteur

1 . De exporteur of zijn tot het ondertekenen van de uitvoeraangifte gemachtigde vertegenwoordiger , moet onder de verantwoordelijkheid van eerstgenoemde de visering van een certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 aanvragen .

Deze aanvraag wordt gedaan door middel van een formulier A.M . 1 , dat moet worden ingevuld overeenkomstig het bepaalde in Titel II van het Protocol betreffende de definitie van het begrip " produkten van oorsprong " en betreffende de methoden voor administratieve samenwerking , hierna te noemen " het Protocol " , en overeenkomstig de aan de ommezijde van het eerste blad van dit formulier vermelde voorschriften .

2 . De exporteur of zijn vertegenwoordiger voegt bij zijn aanvraag alle stukken die het bewijs kunnen leveren dat de uit te voeren goederen in aanmerking kunnen komen voor de visering van een certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 .

II . Taak van de douane

1 . De douaneautoriteiten van het land van uitvoer dienen erop toe te zien dat het formulier A.M . 1 naar behoren wordt ingevuld . Zij gaan inzonderheid na , of het vak dat voor de omschrijving van de goederen is bestemd zodanig is ingevuld dat iedere mogelijkheid van frauduleuze toevoegingen is uitgesloten . Te dien einde moet de omschrijving van de goederen zonder ruimte tussen de regels worden ingevuld . Wanneer het vak niet geheel is ingevuld , moet onder de laatste regel een horizontale streep worden getrokken , terwijl het niet-ingevulde gedeelte wordt doorgehaald .

2 . Aangezien het certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 het bewijsstuk is voor de toepassing van de preferentiële regeling inzake douanerechten en contingenten die in de Overeenkomst is vastgesteld , moet het douanekantoor van het land van uitvoer zorgvuldig de oorsprong van de goederen nagaan en de andere verklaringen op het certificaat controleren .

III . Uitvoer uit een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap

1 . Het certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 wordt door de douaneautoriteiten van een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap geviseerd , indien de uit te voeren goederen kunnen worden beschouwd als zijnde " produkten van oorsprong " uit de Gemeenschap in de zin van het Protocol .

2 . Ten einde na te gaan of de voorwaarde van lid 1 is vervuld , kunnen de douaneautoriteiten alle bewijsstukken opvragen of iedere controle uitoefenen die zij nuttig oordelen .

3 . De douaneautoriteiten van de Lid-Staat weigeren een certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 te viseren , indien uit de voorgelegde uitvoerdocumenten blijkt dat de goederen waarop het certificaat betrekking heeft , niet voor Malta bestemd zijn .

IV . Uitvoer uit Malta

1 . Het certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 wordt door de douaneautoriteiten van Malta geviseerd , indien de uit te voeren goederen kunnen worden beschouwd als zijnde " produkten van oorsprong " uit Malta in de zin van het Protocol .

2 . Ten einde na te gaan of de voorwaarde van lid 1 is vervuld , kunnen de douaneautoriteiten alle bewijsstukken opvragen of iedere controle uitoefenen die zij nuttig oordelen .

3 . De douaneautoriteiten van Malta weigeren een certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 te viseren , indien uit de voorgelegde uitvoerdocumenten blijkt , dat de goederen waarop het certificaat betrekking heeft , niet voor de Gemeenschap bestemd zijn .

V . Vermelding van het gebruikte model uitvoerdocument

In het voor de douane bestemde gedeelte van de certificaten inzake goederenverkeer A.M . 1 moet een verwijzing voorkomen naar de datum en het model of naar het volgnummer van het uitvoerdocument op grond waarvan de verklaring van de exporteur voor eensluidend is gewaarmerkt .

VI . Aanbrengen van het dienststempel van het douanekantoor

De afdruk van het dienststempel van het douanekantoor wordt aangebracht met een bij voorkeur stalen stempel . De Lid-Staten en Malta stellen elkaar door bemiddeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van de modellen van de afdrukken der door deze kantoren gebruikte soorten stempels .

VII . Vervanging van het certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 door certificaten van hetzelfde type

1 . Een of meer certificaten inzake goederenverkeer A.M . 1 kunnen steeds worden vervangen door een of meer certificaten A.M . 1 , op voorwaarde dat dit geschiedt op het douanekantoor waar de goederen zich bevinden .

2 . Wanneer het nieuwe certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 betrekking heeft op oorspronkelijk uit een Lid-Staat of uit Malta ingevoerde goederen die in ongewijzigde staat worden wederuitgevoerd , moet het land waarin het oorspronkelijke certificaat is afgegeven , op het nieuwe certificaat zijn vermeld .

VIII . Afgifte a posteriori van certificaten inzake goederenverkeer

1 . Wanneer , als gevolg van een vergissing of onopzettelijk verzuim , geen aanvraag voor een certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 is gedaan bij de uitvoer van de goederen , kan het certificaat worden afgegeven na de daadwerkelijke uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft . In dit geval moet de exporteur :

- hierom schriftelijk verzoeken onder opgave van de aard , de hoeveelheid , de wijze van verpakking van de goederen en de erop voorkomende merktekens , alsmede van de plaats en de datum van verzending ;

- onder opgave van de redenen verklaren , dat bij de uitvoer van de betrokken goederen geen certificaat is afgegeven ;

- een volledig ingevuld en ondertekend formulier A.M . 1 bijvoegen .

2 . De douaneautoriteiten kunnen een certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 eerst a posteriori afgeven , na te hebben nagegaan of de in het verzoek van de exporteur voorkomende gegevens overeenstemmen met die van het betreffende dossier .

De a posteriori afgegeven certificaten moeten zijn voorzien van één van de volgende , in rode inkt aangebrachte vermeldingen :

" NACHTRAEGLICH AUSGESTELLT " , " DELIVRE A POSTERIORI " , " RILASCIATO A POSTERIORI " , " AFGEGEVEN A POSTERIORI " , " ISSUED RETROSPECTIVELY " .

3 . Het certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 kan slechts a posteriori door de douaneautoriteiten worden afgegeven , indien de goederen reeds bij het vertrek bestemd waren om naar het grondgebied van een der Partijen bij de Overeenkomst te worden verzonden .

IX . Afgifte van duplicaten

Bij diefstal , verlies of vernietiging van een certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 kan de exporteur aan de douaneautoriteiten die het hebben afgegeven , om een duplicaat verzoeken , dat wordt opgesteld op basis van de uitvoerdocumenten die in het bezit zijn van de douaneautoriteiten . Het aldus afgegeven duplicaat moet voorzien zijn van een van de volgende , in rode inkt aangebrachte vermeldingen :

" DUPLIKAT " , " DUPLICATA " , " DUPLICATO " , " DUPLICAAT " , " DUPLICATE " .

Het duplicaat waarop de datum van het originele certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 moet worden weergegeven treedt op die datum in werking .

B . Voorwaarden voor het gebruik van het certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1

I . Rechtstreeks vervoer van goederen

Als rechtstreeks vervoerd worden beschouwd de goederen waarvan het vervoer geschiedt zonder gebruikmaking van het grondgebied van een land dat geen Partij is bij de Overeenkomst .

Niet als onderbreking van het rechstreekse vervoer worden echter beschouwd :

a ) het aanleggen in havens op het grondgebied van landen die geen Partij bij de Overeenkomst zijn ;

b ) het overladen in dergelijke havens wanneer dit te wijten is aan overmacht of wanneer dit het gevolg is van zeerisico's ;

c ) vervoer met gebruikmaking van het grondgebied van landen die geen Partij bij de Overeenkomst zijn of het overladen op een dergelijk grondgebied , wanneer dit vervoer of deze overlading plaatsvindt onder dekking van één enkel vervoerdocument dat is opgesteld in een Lid-Staat of in Malta .

II . Aanvaarding van de certificaten inzake goederenverkeer buiten de termijn van overlegging

De certificaten inzake goederenverkeer A.M . 1 die na het verstrijken van de termijn voor de overlegging , bedoeld in artikel 9 van het Protocol , bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden overgelegd , kunnen worden aanvaard met het oog op de toepassing van de preferentiële regeling , wanneer het niet in acht nemen van de termijn is te wijten aan overmacht of uitzonderlijke omstandigheden .

Afgezien van dergelijke gevallen kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer de certificaten aanvaarden , wanneer de goederen bij hen zijn aangeboden voor het verstrijken van die termijn .

III . Aanvaarding van certificaten inzake goederenverkeer waarvan de vermeldingen niet overeenstemmen met de ingevoerde goederen

Het constateren van geringe verschillen tussen de gegevens op het certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 en de gegevens op de documenten welke voor het vervullen van de invoerformaliteiten op het douanekantoor worden overgelegd , leidt niet ipso facto tot nietigheid van het certificaat , indien duidelijk komt vast te staan dat het certificaat overeenstemt met de aangeboden goederen .

C . Vrije zones

De Lid-Staten en Malta treffen alle nodige maatregelen , ten einde te voorkomen dat goederen die in de Associatie onder dekking van een certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 worden verhandeld en die tijdens hun vervoer in een vrije zone op hun grondgebied verblijven , aldaar worden verwisseld of andere dan de gebruikelijke behandelingen die bestemd zijn om ze in goede staat te bewaren , ondergaan .

D . Postzendingen ( postpakketten daaronder begrepen )

I . Formulieren A.M . 2 mogen slechts worden gebruikt voor postzendingen ( postpakketten daaronder begrepen ) tot een waarde van 1 000 rekeneenheden per zending .

II . De exporteur of zijn vertegenwoordiger moet onder de verantwoordelijkheid van eerstgenoemde beide delen van het formulier A.M . 2 invullen en ondertekenen .

Indien voor de in de zending vervatte goederen in het land van uitvoer reeds een controle werd ingesteld in verband met de definitie van het begrip " produkten van oorsprong " , kan de exporteur in de rubriek " opmerkingen " van het formulier A.M . 2 ( deel 1 ) naar deze controle verwijzen .

III . De exporteur brengt , hetzij op het groene etiket model C 1 of op de aangifte C 2 of C 2 M , hetzij op de douaneaangifte CP 3 of CP 3 M , de vermelding " A.M . 2 " aan , gevolgd door het volgnummer van het gebruikte formulier A.M . 2 . Hij brengt deze vermelding en dit nummer eveneens aan op de factuur betreffende de in de zending vervatte goederen .

E . Kleine zendingen en persoonlijke bagage

Voor goederen die zich bevinden in aan particulieren gerichte kleine zendingen of in de persoonlijke bagage van reizigers behoeft geen certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 te worden overgelegd of een formulier A.M . 2 te worden opgesteld , mits het invoer betreft die voldoet aan de voorwaarden gesteld bij artikel 15 van het Protocol .

F . Controle a posteriori van de certificaten inzake goederenverkeer A.M . 1 en van de formulieren A.M . 2

I . De controle a posteriori van de certificaten inzake goederenverkeer A.M . 1 en van de formulieren A.M . 2 wordt bij wijze van steekproef verricht of telkens wanneer de douaneautoriteiten van het land van invoer gegronde twijfel koesteren ten aanzien van de echtheid van het document en de juistheid van de gegevens inzake de werkelijke oorsprong van de betrokken goederen of van sommige bestanddelen daarvan .

II . Ter toepassing van paragraaf I zenden de douaneautoriteiten van het land van invoer het certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 of deel 1 van het formulier A.M . 2 terug aan de douaneautoriteiten van het land van uitvoer onder vermelding van de redenen naar vorm of inhoud die een onderzoek rechtvaardigen . Indien de factuur of een afschrift daarvan is overgelegd , voegen zij dit document bij deel 1 van het formulier A.M . 2 , en verstrekken zij alle inlichtingen die zij hebben kunnen verkrijgen en die de indruk wekken dat de gegevens op het certificaat of op het formulier onjuist zijn .

Indien de douaneautoriteiten van het land van invoer , in afwachting van het resultaat van de controle , besluiten de toepassing van de bepalingen van de Overeenkomst op te schorten , stellen zij aan de importeur voor , de goederen vrij te geven onder voorbehoud van de nodig geachte conservatoire maatregelen .

III . De resultaten van de controle a posteriori worden zo spoedig mogelijk medegedeeld aan de douaneautoriteiten van het land van invoer . Aan de hand daarvan moet kunnen worden nagegaan , of het betwiste certificaat inzake goederenverkeer A.M . 1 of formulier A.M . 2 van toepassing is op de daadwerkelijk uitgevoerde goederen en of die goederen inderdaad aanleiding kunnen geven tot toepassing van de preferentiële regeling .

IV . Indien tussen de douaneautoriteiten van het land van invoer en die van het land van uitvoer geen overeenstemming kan worden bereikt over de betwiste punten of indien deze punten moeilijkheden opleveren met betrekking tot de interpretatie van het Protocol , dan worden deze punten voorgelegd aan de Associatieraad .

V . Met het oog op de controle a posteriori van de certificaten , moeten de uitvoerdocumenten of de afschriften van de certificaten die deze uitvoerdocumenten vervangen , gedurende twee jaar door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer worden bewaard .

Gedaan te Luxemburg , 24 april 1972 .

Voor de Associatieraad

De Voorzitter

G . THORN

Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkort
Praktijkgebieden▾
Indirect
Omzetbelasting (BTW)AccijnzenMilieubelastingenDouaneKansspelbelasting
Direct
VennootschapsbelastingInkomstenbelastingDividendbelastingBronbelastingMinimumbelasting (GloBE)
Loon & inhouding
LoonbelastingOverdrachtsbelastingSchenk- en erfbelastingBPM / AutobelastingenToeslagen
Formeel & overig
Formeel rechtVerrekenprijzenStaatssteunOverig
ContactAccount
Argus Tax
ActualiteitenWetgevingBinnenkortPraktijkgebieden
ContactAccount